Pagina's

dinsdag 30 december 2014

Eupen, toerke rond het stuwmeer van de Vesder


Het voordeel van in een pannenkoekenland te wonen, en daarmee bedoel ik het vlakke landschap, is toch wel dat je je stapritme gelijkmatig kunt aanhouden zonder enige noemenswaardige inspanning te leveren. M'n slotconclusie in m'n vorige post indachtig, alsook de bergskes die je op een camino in Spanje kunt tegenkomen moet er af en toe ook aan dit onderdeel van het lange afstandswandelen eens gesleuteld worden . Zo geef je de voetekes de kans om wat te wennen en vermijd je om tijdens je tocht aangewezen te worden op stapels Compeed pleisters. Met het laagje sneeuw van de laatste dagen, zo redeneerde ik, moesten onze Oostkantons er mooi bijliggen. Eupen, gelegen in duitstalig België was vandaag de hotspot van dienst om die theorie te toetsen aan de realiteit. Om kwart voor tien stapte ik al af op het perron in Eupen. Van daaruit was het nog een flink stukske stappen tot aan de stuwdam op de Vesder. Onderweg waren er hier en daar al wat rijwegen afgesloten voor het verkeer vanwege de ijsgang. Serieuze hellingen kom je daar al tegen waar je met de wagen onvermijdelijk in problemen zou komen. Links en rechts schoffelden de sneeuwschoppen bediend door ijverige bewoners ten einde hun opritten sneeuw en ijsvrij te maken. Niet erg vriendelijke mensen kreeg ik de indruk. Een goeiedag kon er nauwelijks af. Die Pruisische genen zullen daar wel voor iets tussen zitten als je het mij vraagt. Maar goed ik was daar om te stappen en van het witte natuurschoon rond het stuwmeer te genieten en iets minder om de lokale sympathiekerigheid van onze duitstalige landgenoten te evalueren. 





De Weserstuwdam, daar ter plaatse de Wesertalsperre genaamd is gebouwd op de Vesder enkele kilometers ten oosten van de stad Eupen in de provincie Luik. Het stuwmeer en haar omringende bossen maken deel uit van het Belgisch-Duitse natuurpark 'Hoge Venen - Eifel'. Meer bepaald aan de uitlopers van het Hertogenwald. Het meer zelf vormt het grootste drinkwaterreservoir van België. In 1936 werd er met de bouw aangevangen en in 1950 werd de stuwdam officieel in gebruik genomen waarbij prins Karel van België de lintjes mocht doorknippen. 3 rivieren zorgen voor de watertoevoer, de Vesder of Weser, de Getzbach en de Helle. De dam zelf is 410 meter lang en 66 meter hoog gemeten vanaf de voet van de dam. Rond het meer, dat een capaciteit heeft van 25 miljoen kubieke meters water op een oppervlakte van 126 ha, werd een uitgebreid net aan wandelwegen uitgezet. Bijgevolg ideaal om dit eens te verkennen tijdens een daguitstapje. 
Aangekomen aan de stuwdam na een dik uurtje was er van het meer niet veel te zien. Een loodgrijze nevel aan ijskristallen lag roerloos gespreid over het ganse meer. Met enige moeite kon je de boord van het meer bespeuren. De wandelweg daarentegen baadde in de witte schijn van de verse sneeuw. Prachtig om zo over dat maagdelijke sneeuwtapijt te stappen. De perfecte stilte gecomponeerd op het gekraak van de sneeuw onder je voetstappen. Geen mens te bespeuren uren in het rond. In je eentje en in het gezelschap van majestueuze reuzesparren bedekt met een hagelwit deken voel je de rust zo op je inwerken. 
Het ganse parcours van zo een 25 kilometertjes had ik samengesteld volgens het leitmotiv 'Niks zo slim als ne luierik'. Rond het meer zelf had ik op bepaalde stukken de weg vlak naast het meer uitgestippeld om binnen de 25 km wandelafstand te blijven. Het zijn er iets meer geworden :-). Op een bepaald punt, na zo ongeveer een 1 kilometer het padje tussen de rietkragen door aan het meer gevolgd te hebben werd het me opeens wat te gevaarlijk. Al een paar keer was ik door een ijswak gezakt met m'n bottienen. Zat ik wel op het pad ? De sneeuw had het pad onzichtbaar gemaakt en stilletjesaan maakte ik me de bedenking, vooral door die rietkragen, dat ik naast het pad zat en eigenlijk op de ijsrand van het meer aan 't stappen was. Levensgevaarlijk eigenlijk met geen kat in de buurt. Een poging om via de steile oeverwand naar de verder gelegen weg te stappen moest ik na 150 meter en een confrontatie met een omheining ook al opgeven. Terugkeren naar af was nog de enige optie. Helemaal die kilometer terug op mijn voetstappen gekeerd en de wandelstokken gebruikend om de ijswakken beter te lokaliseren. Eénmaal terug op het beginpunt van mijn hachelijk staptochtje toonde de kaart een alternatief paadje dat naar de wandelweg leidde. Met de sneeuw op de hellingen kon ik het onmogelijk bespeuren. Dan maar opnieuw de hellingwand opklauteren op goed geluk af. Geen sinecure op zulk een terrein waar de sneeuw bladeren, takken, stenen en rotsen onzichtbaar maken. Allez, deze keer viel het dan mee en kon ik terug aansluiten op een beter begaanbare wandelweg. De nevelflarden op het meer waren ondertussen ook al helemaal opgelost. Mooi zicht zo tussen de hellingen door want aan klim en afdalingspartijtjes was er geen gebrek.


Met een 600 tal hoogtemeters en evenveel afdalingsmeters sloot het trajectje mooi aan bij mijn verwachtingen. Wat het geheel ook zo aantrekkelijk maakt zijn de sfeervolle schuilhutjes die je onderweg tegenkomt. Een boterhammeke binnenspelen en een fleske wijn soldaat maken in zo'n schuilhutteke smaakt 100 keer beter dan een 6 gangen menu in het Hof van Cleve. Zeg maar dat ik het gezegd heb. Langzaamaan werd het terug tijd om naar de statie van Eupen terug te wandelen. Dubbele pech, de trein Eupen - Oostende reed voor mijn neus weg. Gene paniek, er reden er nog daar in die uithoek van ons vaderland. Een lokaal cafeetje in de buurt kon even soelaas brengen bij een stevige blonde Leffe. Ook daar in dat kroegje geen al te vriendelijke mensen. Van hun taaltje begreep ik geen barst alhoewel je er in het Frans goed terecht kunt. Uit onvrede met hun stugge voorkomen weigerde ik het echter te spreken. Volgens linguistieke studies zou het dialect dat 90% van de bevolking daar spreekt een oeroud nederdiets Limburgs dialect zijn. Ik verstond er geen bal van maar een 'blonde Leffe' leek men wel te verstaan. Op terug naar de statie voor de volgende trein. Een olijke Duitse madammenstem kondigde schetterend door de luidsprekers af dat de verwachte trein gewoonweg was afgeschaft. 'Wir entschuldigen uns bitte' en daarmee kon je verder. Eigenlijk niet want dat betekende nog een uurke wachten met andere woorden.  Ik kan me er al lang niet meer in druk maken. 11 uur 's avonds was ik in 't stationneke van Beveren terug. Een lange dag dat wel maar dan ook helemaal naar mijn tevredenheid ingevuld. In het station van Beveren heb ik nog 2 gestrande reizigers / dorpsgenoten opgepikt en een lift naar huis gegeven. Twee uitgesproken pechvogels / kameraden want ze hadden een weekje Blankenberge aan zee geboekt via het internet. De pechvogels hadden echter geen printje gemaakt van hun boeking en te horen gekregen dat hun appartementje reeds verhuurd was. Naar het geld dat ze al betaald hadden was het nog een zaak van afwachten of er naar te fluiten. Ik denk dat ze hun tegenslag daar aan de zee wat verdronken hebben zo naar het late uur en het achtergelaten bieraroma in mijnen auto te oordelen. Je zou je voor minder bezatten, niet ? Soit, die lift, dat werk van barmhartigheid levert me bij een volgende ontmoeting met hen een paar pintjes op. 

dinsdag 23 december 2014

Van Boom de hondenfretterstad naar Lier waar de schapekoppen wonen.

Helemaal niet gepland maar rond een uur of 10 begon het ineens wreed te kriebelen en van lieverlede om ben ik dan maar de trein opgesprongen voor een toerke in de wereld. 't Lag al klaar dat toerke en een schoofzakske aangevuld met wat Luikse beulingen en Ardeense sauciskes, meegebracht van de kerstmarkt aldaar door mijn wederhelft, was de ideale brandstof om dit in de meest ideale omstandigheden tot een goed einde te brengen. 




Om kwart na 12 stapte ik al af op het perron in Boom. De stad bekend om hun reputatie van hondefretters. Een kwalijke spotnaam waar ze klaarblijkelijk nog fier op zijn ook en die ze te danken hebben aan het feit dat ze in de oorlogsjaren van WO 1 honden gingen opkopen in Mechelen en Antwerpen om tegemoet te komen aan de voedselschaarste. Maar goed, de Rupel stroomt er langs en het jaagpad tussen Boom en Lier was voor mij nog onontgonnen terrein. Zacht weer ook al dat met wat kans op een regenbuitje helemaal aansloot bij de verwachtingen van de dag. De Rupelbrug over en zo langs het jaagpad op de rechteroever van de Rupel langs Klein Willebroek richting oosten. Een drassig landschap dat met een overvloed aan waterpartijen toch een prachtige indruk nalaat. 


Hier en daar vang je nog wel een glimp op van een bewogen maritiem verleden toen er nog een tiental scheepswerven werk verschaften aan de bevolking en waar een heuse schipperschool een halve eeuw lang in onderwijs voorzag voor de schipperskinderen. Een mooi monument van 'Schipper en Gezin' siert de kade van Klein Willebroek en getuigt van die gloriejaren. Wat verder staat er dan weer een Sherman tank die den Engelsman moet honoreren voor zijn bijdrage in de bevrijding van het gebied in WO 2. Links en rechts nog wat oude zeilboten die tegen de kade rusten. Wel, het heeft wel iets zulke tafereeltjes. Iets verder deed het Kasteel 'De Bocht' zijn naam alle eer aan. Helemaal onderkomen , een spookhuis.

Goed doorgestapt tot aan het punt waar de Nete en Dijle samenkomen en zo de Rupel worden want ondertussen was het wat beginnen druppelen. De Zenne, de machtige stroom die Brussel bevloeit :-) , mondt een kilometerke verder aan het Zennegat uit in de Dijle. Dat is een ander wandelingeske waard want op de Dijle zijn er niet zoveel bruggen om terug bij de Nete en zo in Lierke Plezierke te geraken. Een mottige brug is het die daar aan de samenvloeing van Nete en Dijle ligt. Een blauwgeschilderd stalen geraamte dat vloekt met de omgeving. Maar goed, ze heeft haar functie en het heeft me niet belet om er over te stappen. 

Ondertussen was het flink beginnen te miezeren en dat was het uitgelezen moment om onder een brug de bokes aan te spreken. 't Is eens iets anders dan een picknicktafeltje in een bos en zo onder een brug zijn de gedachten aan de clochards in Parijs onder de bruggen van de Seine niet ver weg. Zeker nu in de kerstperiode. 't Gaf ook eventjes het gevoel van onderweg op een camino te zitten. Daar moet je je levenswijze ook downgraden naar het bestaan van een landloper om ten volle van je pelgrimstocht te kunnen genieten.  

Dan maar weer op weg richting Lier. Nog even het jaagpad verlaten voor een omwegje door het domein Roosendaal en daaropvolgend Walem voorbij om dan even later Duffel binnen te lopen om de lokale kerstsfeer daar te snuiven. Gene vette daar want iedereen liep daar zo gehaast rond alsof het de dag des oordeels was. Weg daar, en rap zelfs. 

Lier kwam in zicht. Zo langs de grote baan niet echt aanlokkelijk ogend. Pallieter moet zich zeker al omgedraaid hebben in zijn literair graf. Zij vertelden hem dat er een spoorweg ging over de Nethe. Het sloeg hem in de benen "Adieu schoon land ... in zo'n land blijf 'k ni wone". De arme Pallieter en wat later vroeg men hem:  Naar waar trekt ge Pallieter ? Hij zwierde zijn klak in de lucht ... mijn klak achterna en weg was hij met zijn Marieke en Charlot zijn zus. 't Is mijn voorbeeld die Pallieter maar die mens moest eens terugkomen en zien hoe zijn mooi 'Netheland' er nu bijligt met al de industrie die het landschap als een kanker omwoekert. Eens je van dat jaagpad af bent vervalt de schoonheid van het landschap in het niets en kijk je op tegen onze geïndustrialiseerde maatschappij. Bah, maar dat is de vooruitgang. 

Het was zo donker geworden op dat jaagpad dat ik geen steek meer voor ogen zag en noodgedwongen een alternatief weggetje door de beschaafde wereld moest aanspreken. De grote baan dus. Gevaarlijk als je het mij vraagt door het gebrek aan voetpaden en de auto's die je voorbijrazen. Opletten dus. Wegeniswerken op de ring rond Lier vormden een ander probleem. De ganse middenberm was met stalen hekken afgesloten en de baan zelf met betonnen afsluiters waartussen de auto's voorbijraasden. 't Heeft wel een klein halfuurke geduurd, spijts verschillende pogingen een doorweg te vinden, om in de verte een noodbrug te vinden die je min of meer op een veilige manier de oversteek moest garanderen. Oeps, eindelijk Lier binnen. 

Nog een mooi stukje door het park langs de westelijke afleidingsvaart van de Nete het stadscentrum omzeilt en de statie van Lier kwam in zicht. Het halfuurtje wachten op de trein kon mooi ingevuld worden met een bezoekje aan het statiecafeetje van Lier. Een sfeeëriek kroegje herinnerend aan een periode waar de trein het enige vervoermiddel was voor de werkende mens. De Grimbergen blond smaakte geweldig, de Lierse vlaaikes daarentegen waren allemaal op. Ik maak me nog vlug een bedenking : Niettegenstaande ons landje zo plat is als ne koekenbak, vind je er toch altijd nog  mooie plekjes om te ontdekken.

donderdag 18 december 2014

Een druilerig dagje. Van Heide naar Essen in de drup.


Een ideaal intermezzo tussen de kerstballen en dito bomen zou wel eens een tochtje kunnen wezen in de Noorderkempen. Zo gedacht zo gedaan en met de nieuwe treinregeling zou het ritje tot in Heide wel geen problemen opleveren. Dat laatste echter bleef bij een nobele overpeinzing. De trein met bestemming ..., God weet naar waar, heeft een vermoedelijke vertraging van zoveel minuten. Alzo kweelden de luidsprekertjes op het perron. Beste reizigers, wegens een technisch probleem aan de signalisatie ... heeft de trein, ditmaal de rustige stem van de conducteur, een klein oponthoud. We hopen binnen enkele minuten onze reis te kunnen voortzetten, waarvoor gemeende onze verontschuldigingen. 't Moet gezegd : Om controleur te zijn moet je opgewassen zijn tegen de vooroordelen die onze nationale spoorwegmaatschappij moet torsen. Ik kan het me echter allemaal niet aantrekken vanwege tijd zat. Niets of niemand is perfect.
Eénmaal afgestapt in Heide stond de neus richting Kalmthoutse heide en het Stappersven in het Grenspark De Zoom. Zodra je de bebouwde kom verlaat kom je erin terecht. 
'Met zo een kanon heb ik nog nooit geschoten' pardonneerde een vroege vogel zijn aanwezigheid aan het artilleriekanon dat de ingang van het reservaat sierde. Een kanon aldaar opgesteld ter memorie van de geallieerde strijdkrachten in de 'Second War'. Olijke kerel die met zijn openingsgroet duidelijk de conversatie in de richting van zijn statuut als ex-Para Commando wilde sturen. Vriendelijke man die ondanks het feit dat hij al 45 jaar geleden was afgezwaaid zijn militair verleden noch steeds diep koesterde. 'Geef mij maar regen en sneeuw, hoe meer hoe liever wanneer ik buiten in de openlucht zit' was zijn motto. Stappen deed hij graag en met enige fierheid beklemtoonde hij dat tochten van 50km met 30kilo bagage op zijn lijf geschreven stonden. Pittig detail dat hij ons toevertrouwde was dat hij als ex-para nog steeds werd opgeroepen bij de trainingen van rekruten om de 'vijand' te spelen. Kleurrijke tiep, dat wel en fier dat hij was omdat hij mee op de pelicule mocht staan. 
Het natuurgebied Grenspark De Zoom is een grensoverschrijdend natuurreservaat met een mozaïek van grote vennen, heidegebieden, landduinen en bossen. Rond deze tijd van het jaar geeft het gebied een nogal apocalytische indruk. Donkergroen gekleurde heidestruiken, schrale bodembedekking. Hier en daar wat bomen die stil getuigen van een heidebrand. Als grillige skeletten treuren ze in een vaal landschap naar de lente. Het geheel doorkliefd met modderige zandpaadjes geeft het geheel toch wel een desolate impressie.  


Gelukkig dat natuurbehoud geen loos begrip meer is. Overal zie je via plakaatjes informatie over de inspanningen die worden gedaan om de natuur in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. We hebben zelfs ons trajectje enkele kilometers moeten verleggen omdat er op bepaalde stukken geen honden, zelfs aangelijnd, toegelaten waren. Je mag er nu nog enkel op de bewegwijzerde paden wandelen en deze niet verlaten. Ik herinner me de dagen in mijn jeugd dat je er onbeperkt kon ravotten, zwemmen in de vennen en putten schuppen in de heide. Het kan verkeren zei Bredero. Het beroemde citaat van deze knakker vernoem ik nog wel eens meer.
De omweg die we door de Catsjoe moesten maken leidde langs een charmant schuilhutje. 'Mogen we er bij komen zitten madammeke om onze bokes op te eten ?' vroeg mijne maat alzo de elementaire beleefdheidsregels in acht nemende, Met enige zweem van argwaan stemde deze dame toch toe. 't Viel nog mee achteraf. Nadat de Catsjoe deze eenzame dame op wat likjes had getrakteerd was het wantrouwen wat weggeebd. De bokes werden bovengehaald en de zwarte en witte pensen in het pannetje gezwierd. 'Ook een stukske madam ?' Nee, mevrouw bleek vegetarier. Een tarwekoekske met rozijntjes bleek een schitterend alternatief om een gesprek wat op gang te trekken. 't Bleef echter bij een stroef gedoe. Het aanbod van een Irish coffee werd ook al afgeslagen want dit eenzame schepseltje dronk geen alcohol. Maar goed, de pensen smaakten overheerlijk op zo'n druilerige regendag en die Irish coffee zat er ook niet naast. 
Dan maar doorgewandeld tot in Essen. Onderweg zijn we nog een open koetsenstalling tegengekomen. Beerkarren, stootwagens, handkarren, hondenkarren, bierkarren, zigeunerkarren .. wel honderden. Allemaal erfgoed uit een verleden en prachtig om zien.
Ondertussen stond er al bijna 20 km op het staptellerke en diende aan ons wandelingetje een eind gebreid te worden. In Essen hebben we nog een kleine 2km moeten stappen om traditiegetrouw de wandeling af te sluiten met een fris pintje. Het etablissement van dienst was een echte bruine kroeg met een cafébazin ver in de 70. Op woensdag zijn alle cafés in Essen dicht was haar uitleg. Waarom, dat kwamen we niet te weten. Een echte volkscafé hadden we getroffen. Plafond bruingeblakerd van de sigarettensmoor. Een interieur gesierd met allerlei prullaria zoals aftandse foto's, blikken zegebekers herinnerend aan cafésport gerelateerde overwinningen, een paardestaart, palmen, houten tafeltjes enzovoort enzovoort. Een biljart ontbrak natuurlijk ook niet in het decor. Vergeefs heb ik gezocht naar een kwispedoor. Jammer, dat heb ik er niet gevonden. Het heeft wel iets zo een cafeetje. Ook de 'couleur locale' aan loyale stamgasten sluit naadloos aan bij het interieur. Een bejaarde stamgast op witte sokken, gesierd met een Spaans koerstenueke van Felici Gimondi. Een toog vol beterwetende biljartsupporters, een oud manneke dat in het pissijn zijn longen bij een zelfgerold sigaretje uithoest, een andere bejaarde tooghanger die dan weer uitgebreid zijn spijt uitdrukt dat er op de uitgedeelde cafékalenders anno 2015 geen blote madammekes prijken. 't Leven moet je in al zijn facetten kunnen waarderen vind ik. Soit een gezellige afsluiter van de dag met een smakelijke Leffe. Onderweg naar de statie nog even een frietkotje binnengelopen voor de Catsjoe zijn verdiende boelet. 't Zat er vol Nederlandse klandizie. Tja, juist over de grens moet je ver zoeken om na 7 's avonds uur nog iets te verhapschansen. 't Was ondanks de regen, de omweg, de zoektocht naar een open kroegje weeral een knappe dag. Binnenkort beginnen de dagen terug te lengen zie en dat biedt weeral vooruitzichten op nieuwe stapexploten.

vrijdag 5 december 2014

Moerbeke Waas en Rixensart


Een kleine update wordt stilletjesaan nodig. Niet dat ik heb stilgezeten of even van de kaart was verdwenen maar in de eindejaarsperiode komen er even andere prioriteiten tevoorschijn. Kadootjes kopen, mijn oude kar oplappen voor de inspectie, een horecabeurs, links en rechts een verjaardag en dan nog wat prullaria allerhande die voor wat afleiding zorgen. Zo, het lidmaatschap van het Vlaams genootschap van Compostela werd ondertussen vernieuwd zodat ik binnenkort in het voorjaar voor mijn pelgrimszegen kan gaan in de Sint Rombouts in Mechelen. Prachtig opgezette dienst waarbij de pelgrims die dat jaar nog vertrekken hun Jacobsschelp, het takkenbosje en een boekje spiritueel getinte teksten in ontvangst krijgen. Wel indrukwekkend en de moeite waard om dat eens bij te wonen. Mijn vliegticket is ook al binnen schot. Amper 124 € voor een lijnvlucht rechtsreeks naar Sevilla vanuit Zaventem met Brussels Airlines.  In amper 2 uur en een sjiek sta je in het centrum van wat ooit de meest welvarende stad van Hispania is geweest. Daar kun je niet te poot voor lopen. Cultureel erfgoed van de bovenste plank en goed voor 2 wereldexpo's, 1929 en 1992 alstublieft. Een flightback voor de rugzak behoort ondertussen ook al tot mijn eigendom. Ruim op tijd zou ik durven zeggen.
Het wandelen stond de laatste dagen eventjes op een laag pitje. Verleden zondag een uitstapje georganiseerd in Moerbeke Waas. Grauwe en mistige dag zodat het natuurschoon maar tot op een goeie 200 meter te bewonderen viel. Weiden en meersen wijds in de omtrek met een sombere toets vanwege de mist en nevelflarden die het vlakke landschap omfloersten. Veel bekijks was er niet in dit grensdorp met Nederland. 
Dan was het toerke in Rixensart iets leuker. Een fijne dag rond een trajectje van een kleine 15 km. Opnieuw vroeg opgestaan om met het ijzeren paard naar Rixensart te bollen. Hartje Brabantse Ardennen. Overal vind je Ardennen in België .... de Brabantse, de Vlaamse ... de echte Ardennen. Je zou haast gaan denken dat ons landje zo groot is als Amerika. Vroeg de trein genomen in het stationneke van Berchem waar ik het gezelschap van een bejaard madammeke moest trotseren in afwachting van de trein. 't Menske had koekjes bij voor de Catsjoe. Die had natuurlijk onmiddelijk haar aandacht getrokken omdat het zo een braaf beestje is. Een heel verhaal, waar ik geen speld tussen kreeg. Gaande van de poedel van haar buurvrouw waar ze mee ging wandelen maar die ondertussen verhuisd was, zo over naar de begrafenis van haar man in 98, dan weer naar haar huis waar haar allochtone huurder de badkamer had verbouwd waardoor de buren constant met waterschade zaten tot het tonen van de brieven van deurwaarders toe die ik op hun echtheid moest controleren. Haar rit ging naar Kortrijk waar ze bij een schoonzus moest zijn en later op de dag moest ze nog naar Brugge. En maar tetteren. Sommige mensen moeten toch ontzettend eenzaam zijn in hun oude dag en dan uit dat zich op deze manier veronderstel ik. Begrijpelijk, dat wel maar ik was blij dat de trein er aan kwam. Geen speld er tussen te krijgen en maar doorratelen.
Op het perron in Brussel had er een reiziger mijn klein schelpje aan mijne rugzak opgemerkt. Bij het opstappen van de trein vroeg hij : 'En ? Aan't pelgrimeren?' Ik nam plaats in de trein over die kerel en we zijn een babbeltje begonnen. Die man had ook juist de Camino gelopen vanuit Berendrecht samen met zijn broer. Direct zaten we op dezelfde golflengte. Ook hij wist me te vertellen dat hij ondanks de ettelijke kilometers voorbereiding ervan uitging dat het stapwerk geen problemen zou opleveren. Ja nougabolle, Ook hij heeft het zwaar gehad met blaren en bleinen tot in Parijs. Hij maakte dezelfde bedenking als ik toen hij de pelgrims uitgeteld op hun bed zag liggen na hun eerste tocht vanuit St. Jean Pied de Port over de Pyreneën tot aan de abdij van Roncevalles. Eerste stop in Spanje. Voeten vol windels en pleisters en de indringende reuk van kamferzalf alom aanwezig. 10 dagen heb je minstens nodig om door je blaren en vermoeidheidspijn heen te lopen was ook zijn conclusie. Toffe gast was dat en hij is bezig met de voorbereiding van de Camino Francigena. Een middeleeuwse pelgrimsroute die loopt van Canterbury naar Rome. Het kanaal over naar Frankrijk en van daaruit naar Zwitserland. Het is ook een route die de titel cultureel erfgoed mag dragen. Moet spannend zijn ! Kent, de white cliffs of Dover, de slagvelden van de eerste wereldoorlog in Frankrijk, de Champagne, het meer van Genève waar je rondtrekt, de Alpen, de Appenijnen, Umbrië, heuvelend Toscanië en dan de eindbestemming Rome. Ik heb dat stukje Italië al eens met de auto afgelegd maar te voet moet het adembenemend zijn. Alleszins  de moeite waard maar ik durf het hier thuis nog niet te vertellen. Eerst Sevilla nog !
Afgestapt in Rixensart en daar lag er begot een laagje sneeuw. Fris was het ook maar dan kun je zo geweldig de zuivere lucht inademen. Deze keer had ik, de modderige paadjes van eerdere wandelingen indachtig, de wandelstokken maar eens meegenomen. Geen luxe, Eens de statie van Rixensart buiten zaten we al vlug in de lokale moerasomgeving. Niet vlak bij wijlen en als je steil een modderpad omhoog moet dan kan je die goed gebruiken. Mooie wandeling met hier en daar een serieus hellingske. De afdaling naar het meer van Genval bedroeg zelfs 16% ! Ook daar is het een vredige bedoening moesten de exuberante prijzen die de plaatselijke horeca daar hanteert je plezier niet bederven. 5€ voor een Orvalleke alstublieft. Dan smaakte het picknickske in de kou op een bankje aan de oever van het meer stukken beter. Thermoske soep, een boerenworst op overschot van daags tevoren, wat boterhammekes en een glazeke wijn. Meer moet dat echt niet zijn en dat terwijl aalschovers, futen, eenden en zwanen sierlijke toerkes zwemmen voor je neus in het meer. Jammer dat het zo vlug donker wordt rond deze tijd van het jaar. Onderweg nog een cafeetje 'Le lac de Genval' aangelopen om wat op te warmen en een beetje te 'socializen' met de lokale kalandizie wat maakte dat we noodgedwongen het toertje wat ingekort hebben. 't Was veel te donker geworden om nog door het Bois de Rixensart te lopen met al die moddertoestanden. Best tevreden met dit toerke, ik kan er weer enkele dagen tegen.

donderdag 20 november 2014

22 km in de Weert. Eén van de mooiste plekjes in Vlaanderen.



Ondertussen was het al meer dan 2 jaar geleden dat ik nog eens een bezoekje had gebracht aan de Weert gelegen tussen de Schelde en Bornem. Naar het schijnt staat dit plekje vaderland mee in de top 100 van de mooiste natuurlandschappen in Vlaanderen. Een wandelingeske van rond de 20 km in dit mooie gebied uitgestippeld en hop op stap.

Tuysscher_azijnzeker

Startschotgevers van dienst waren den 'Tuysscher' gezeten op zijn stenen sokkel en den Azijnzeker op zijn ton aan de scheldekaai in Temse. Nooit geweten dat dat standbeeldje er stond als ode aan de Temsenaar zijn 2 spotnamen. In de Middeleeuwen werd het 'tuysschen' of dobbelen in en rond het kerkportaal verboden. De Temsenaar was gekend om zijn verwoed dobbelen om grof geld. Vandaar hun bijnaam. Later rond de 18de eeuw ontstonden er in Temse meerdere azijnbrouwerijen en gaandeweg werd 'Tuysscher' vervangen door 'Azijnzeker' wat azijnpisser of zuurpruim betekent.
Een uitgelezen lokatie daar bij die Azijnpisser om onder een grijs bewolkt zwerk een rondje van 20 km te stappen. Een rondje dat wel, waarbij het veerbootje Tielrode-Hamme over de Durme en het veerbootje Driegoten-Weert over de Schelde voor wat afwisseling zorgde. Het eerste stukje, een 2 kilometertjes langs de scheldekaai is vrij saai maar dan wandel je een stukje over de Roomacker wandelroute naar het veer in de durmevallei te Tielrode. Een piepklein veerbootje zet er jou de Durme over. Ocharme hooguit 50 meter moet dat schuitje varen naar de overkant. Aanbeland in het domeinbos 'Het Driegoten' en 'de Bunt' wordt het wel een erg mooi landschap. Moerassen en schorren waar de wissen groeien voor de mandenvlechters. Een paar mooie horecazaken kom je ook wel tegen en daar kan je natuurlijk niet achteloos voorbijlopen. Zo halverwege het domeinbos staat er een gezellig cafeetje met een uniek terras en vijver waarin zwaantjes sierlijke toerkes zwemmen. Naar binnen dus daar en meteen weer buiten op het terras een tafeltje aangesproken. De cafébaas, een heel sympathieke klepper, had zijn hond eventjes binnen gezet.  De eigendom van voornoemde viervoeter, een zalig matraske op het terras, werd rustig geconfiskeerd door de Catsjou om zijn gerookte varkensoor met alle gemak naar binnen te kunnen spelen. Een lekkere Grimbergen met een alcoholpercentage identiek aan de buitentemperatuur op het terras smaakt altijd. 
Onderweg naar het veer Driegoten - Weert heeft mijne maat me een beetje onderwijs gegeven over  trainingstechnieken in de sport. Niet dat stappen nu direct als topsport moet aanzien worden maar een beetje inzicht is lekker meegenomen. Zo ben ik te weten gekomen dat je maar 1 keer per week een serieuze toer moet stappen om je conditie op peil te houden. 2 keer om deze te verbeteren en slechts meerdere keren om je naar je eigen hoogste niveau te brengen. Goed dat ik dat weet.  
Na het overtochtje met het veer kom je dan uiteindelijk in de Weert terecht. Sjieke plaats. De veerman die in geen uren te bespeuren viel kwam plots opdagen. Ik vermoed dat hij uit verveling een kroegje had opgezocht van waaruit hij zijn cruiseschip en de aankomende passagiers enigszins in't oog kon houden. Soit, binnen de kortste keren had hij ons overgevaren. Bokes opgegeten op een bankje. Geen kooktoestanden deze dag. 
Terug richting Temse uit maar nu dus aan de overkant door de Weert. Eigenaardig is het wel te vernemen dat Weert ooit aan de andere kant van de Schelde lag in het Graafschap Vlaanderen. Met het verleggen van het stroomgebied van de Schelde ontstond de Oude Scheldearm waarbij Weert sindsdien tot het hertogdom Brabant behoort. Ken je vaderlandsche historiën :-) !

Prachtstuk in de ganse Weert is het kasteel van Philips de Marnix de Sainte Aldegonde (1540-1598). Deze kerel was een Zuid Nederlands schrijver, geleerde en de beste kameraad van Willem van Oranje. Van het Nederlandse volkslied het Wilhelmus was hij de auteur. Genen tijd echter om het kasteel te bezoeken, dat zal dus een andere keer worden.
Weert zelf is een klein dorpje. Rustgevende omgeving met huisjes die rustig opgelijnd staan langs de Oude Scheldeoever. Een Mekka voor onze hengelende medemens. Gewoon mooi.

Toch regelmatig wat slijkpaden en modderpoelen tegengekomen onderweg wat me al heeft doen besluiten om toch maar eens de wandelstokken mee te nemen. Als je in zo'n blubberbad op je 10 geboden stuikt, wel ik wil het niet meemaken. De inwoners daar in Weert worden trouwens de Slijkneuzen genoemd. Er is daar een heuse gilde van de Slijkneuzen opgericht. Enig zoekwerk hoe ze aan die naam zijn geraakt spreekt mijn vermoeden tegen. Ik dacht dat ze regelmatig op hun neus stuikten in de modderpoelen maar het blijkt dat ze die naam te danken hebben aan het oogsten van de wijmen of wilgetakken. Daarvoor stonden ze dikwijls tot aan hun neus in de modder van de scheldeoever. Voor alles is er een uitleg toch ?

Eens de Weert door nog een stukje op de scheldedijk gelopen tot aan het Oude Sas. Daterend van 1592 en de oude met de nieuwe Schelde verbindend meteen het oudste waterbouwkundig kunstwerk van het land. Vandaar naar de brug van Temse en erover en daarmee was het toerke afgelopen. De traditionele afsluiter was, geheel in lijn met de bezochte kasteelomgeving, een kasteelbiertje in een prachtig art deco café op de scheldekaai in Temse. Dat spul kwam zeker niet uit onze Azijnzeker zijn tonneke !



donderdag 30 oktober 2014

Stukje Dijlevallei, van Sint Joris Weert naar Leuven de universiteitsstad.

Naar de weerberichten te oordelen zou het vandaag wel weer eens een uitgelezen dag kunnen worden om de beentjes te strekken bij een prachtig ogend wandelingeske in de Dijlevallei. Ondertussen worden die treinuitstapjes al een beetje routine en daar kan de wekker van meeklappen. Om 6 uur appel aan bed  ! Vlug een doucheke, scheren (voorlopig nog) en aanpelsen. Mijn daags tevoren klaargemaakte homemade bruine ajuinsaus, op de koop toe op grootmoeders wijze, en mijn Hollandse bakharingen in't rugzakske stoppen en hop richting statie van 't Land van Awa en Nèm uit : Beveren Waas. Stipte treinen, vlotte verbindingen deze keer en om halftien kon ik al afstappen in St. Joris Weert. Mijne maat en zijn hondeke de Catsjoe waren ook deze keer van de partij. Sint Joris Weert, de kleinste deelgemeente van de fusiegemeente Oud Heverlee ligt ervan in't zuiden en het riviertje de Nethen vormt er de taalgrens met onze zuiderburen. De Dijle kronkelt daar in het westen met talrijke bochtjes door een drassig overstromingsgebied. Na een kwartiertje stappen door een toch verrassend mooi herfstlandschap wegen je bottinnen lood van de aangekoekte modderklei. Paddestoelen waaronder de lekkere cantarellen en elfenbankjes, beemden, hertesporen, bomen in herfstgewaad, 't is er allemaal. Iets verderop trakteert het natuurreservaat de Doode Bemde je dan weer op heuvelend terrein dat zo tussen de 25 en 75 meter hoogte schommelt. Een heropgewaardeerd overstromingsgebied van de Dijle met 9 km aan wandelpaden. Natuurpracht alom met als toemaatje een vogeluitkijk op het meer. De plaatselijke natuurliefhebbers melden er op een bordje bij dat zee arenden deel uitmaken van de lokale fauna. Ik heb er echter mijn twijfels over maar wat ik wel heb zien overvliegen waren 2 felgroen gekleurde krijsende papegaaien. 't Schijnt dat het nazaten zijn van een ontsnapte kolonie uit het voormalig Paradisio vogelpark. Een beetje raar die uitheemse soort hier aan te treffen. 't Moet hier goed toeven zijn. Op een lapje grond achter de parkabdij van Heverlee, een uniek erfpacht, waren de eigenaars van een biotuinbouwbedrijfje zo vriendelijk om hun picknicktafeltje ter beschikking te stellen om onze bakharing en de ajuinsaus hun bestemming te geven. Lekker zo in openlucht met een bekertje witte wijn erbij. Catsjoe vond dit als dessert na zijn gerookte varkensoor eveneens een uitstekend toetje. Het plezante aan zo'n beest is dat je je eigen afwasmachientje bij de hand hebt. De bordjes en de pannetjes netjes schoongelikt en ze konden zo weer de rugzak in. Opvallend tijdens de wandeling was toch de aanwezigheid van zovele jonge mensen. Joggers, hardlopers, noem maar op. De aanwezigheid van de Leuvense universiteit zal hier niet vreemd aan zijn. Ook de rijkdom van die universiteit wordt hier onderweg royaal onder de ogen gebracht. Het eeuwenoude Arenbergkasteel met zijn weidse domeinen en de verschillende campussen dragen een eewenoude bezieling uit. Sjiek allemaal. 
Als je zo samen met een maat optrekt gedurende zo een tripke van rond de 30 km loop je natuurlijk niet stom naast elkaar maar komen de meest gevarieerde gespreksonderwerpen aan bod. Van grappen, grollen, oprispingen van de bakharing tot de meest indringende levenskwesties. Ik en mijne maat die zo een beetje vertrouwd is met het begrip 'Mindfulness' hebben over dit onderwerp al heuse boompjes opgezet. Volledig onbekend terrein voor me heb ik het begrip 'Mindfulness' eens opgezocht. Volgens mijne maat is deze therapie het complete alternatief voor een pelgrimsreis of omgekeerd. Ikzelf kan het niet zo goed verwoorden maar des te beter aanvoelen. Ik ga het daarom even in cursief en in grote lijnen weergeven omdat naar ons aanvoelen het doel van deze, noem het gerust maar een trainingstherapie, perfect beantwoordt aan de betrachtingen die je koestert tijdens een pelgrimsreis.

Mindfulness is het aandacht geven aan wat er is vanuit een niet-oordelende houding. Soms is dat prettig, dan weer onprettig. Je leert omgaan met de ups en downs van het leven maar het gaat vooral om de bereidheid om de werkelijkheid onder ogen te willen zien en deze te aanvaarden. Als jij je op een bepaald moment niet kunt ontspannen, kan je rusten in je onrust en stilstaan bij je tranen en innerlijke chaos. Ben je een eeuwige piekeraar dan krijg je een life style handleiding aangeboden die je helpt om het piekeren draaglijk te maken. Je hoeft echter niets te bereiken want je stapt uit de dagelijkse routine op onbekend terrein waarbij je in het oog komt te staan van een orkaan. Door te zijn bij wat er is en te snappen wie of wat je bent kom je uiteindelijk bij je kracht en je stopt met te willen worden wie je graag zou zijn en tegelijkertijd ook met wie je niet bent.

De raakpunten van deze doelstelling, eigenlijk een misplaatst woord want je hoeft niets te bereiken, met deze van een pelgrimsreis zijn rondweg verbazend. Je leert jezelf kennen door al je beperkingen te aanvaarden en je gaven in bescheidenheid tot baat te brengen.  Zo simpel zit het in elkaar. 't Levert alleszins boeiende gesprekstof op.

Maar we waren aan het stappen niet ? De predikherenberg vlakbij het klooster van de Clarissen was een mooi klimpartijtje. Ik zocht vergeefs naar een berg eieren die daar aan dat klooster toch ongetwijfeld moest liggen vanwege het mooie weer dat we de laatste maanden gekend hebben. Niets daarvan, de perfecte rust daarentegen wel die even onderbroken werd door een houthakker die hoog in de bomen van het predikherenbos de takken aan het snoeien was. In een grote boog zijn we dan oostwaarts langs de zuidrand van Leuven om de stad getrokken, het park van Kessel-Lo met zijn prachtige vijver door. Ondertussen was het al flink donker maar dat heeft ook zijn charme. Het station van Leuven kwam dichterbij. Mooi verlicht en netjes gerestaureerd sierde dit imposante gebouw het martelarenplein. Traditiegetrouw hoorde een goei pint erbij om de dag in volle geneugte af te sluiten. Midden november begot en het prachtige plein in de bierstad lag nog massaal bezaaid met terrasstoeltjes. Niettegenstaande ik op een terrasje in de stad zat waar de Stella Artois het levenslicht aanschouwde heb ik toch maar voor ne smakelijke Leffe gekozen. Van Stella krijg ik immers koppijn. Een beetje anarchie kan geen kwaad. 't Was weeral een reuzedag, waarvoor welgemeende dank.  

Van Herentals, de parel der Kempen, naar Tielen.

Tussen het behangen en schilderen door is een wandeltoerke een welgekomen intermezzo. Niks moet, tijd genoeg en dat het kot nog een paar dagen langer overhoop blijft liggen, awel het zal me echt een zorg wezen. Stipte treinen deze keer, net zoals de wekker die al om 6 uur stond te kraaien. Vlug een schoofzakske maken, de bottinekes nog eens goed invetten want het zou wat regenen en hop richting station voor een ritje naar Herentals. Herentals, in tegenstelling tot haar mooie aanspreektitel 'de parel der Kempen' dragen de inwoners er de mysterieuze bijnamen 'Peestekers en Klokkenververs'. Eindbestemming was deze keer, inclusief wat bochtenwerk en een 25km verder, het rustige en nette kempendorpje Tielen. Prachtige wandeling aangeboden door de Grote Routepaden. Uit een 3 kleine stukjes GR werd er een wandeling aaneengebreid die je door een subliem stukje natuur loodst en werkelijk ; op een overkomende vlieger of een trein in de verte na heerste er de absolute stilte. Het startschot hoorde ik aan het begijnhof van Herentals. Dat historisch bolwerk werd opgericht in 1266 en is daardoor één van de oudste begijnhoven van het oude hertogdom Brabant. Kultuur met een hoofdletter. Rustieke oude begijnhuisjes die nu bewoond worden door particulieren. In het voorbijwandelen stapte er een mevrouwtje uit het huisje en mijne maat kon het niet nalaten om te vragen of  het een begijn was. De dame in kwestie maakte ons meteen duidelijk dat dit niet het geval was en dat er niet één begijn nog te vinden was. Aan haar taalgebruik te oordelen, duidelijk een autochtone Kempische. De hhhond hhheeeft de hhhele hhhalve hhhesp opgegeten :-). Dan maar wat verder gestapt en al vlug liep je op een bodem waar de Kempische zandgrond bedekt met een tapijtje dennenaalden het decor uitmaakten. Ideaal voor de fartlek. Een Zweedse oefenpraktijk voor joggers en afstandslopers die hier een optimaal terrein aantreffen. Geurige dennenbossen met bomen die hun grellige wortelstructuren tot boven de bodem tentoon spreiden. Beeld je tussen die wortels nog  enkele kleurrijke vliegenzwammen en boleten in en je hebt het uitgelezen stekje voor een heksen onderonsje. Het mooie Kempenland maar op dit tijdstip van het jaar zonder purperen hei.



Op de middag werd het stilletjesaan tijd om een plaatsje te zoeken voor de versterking van de inwendige mens. Onder een majestueuze dennenboom, vlakbij het graf van een in 1914 gesneuvelde patriot, stond een heuse picknicktafel. Goed beschut voor de regen die ondertussen een bondgenoot was geworden werden de kookvuurkes, de fles wijn, een homp brood, de bloedpens, de beulingen, de appelmoes, de koffie, de koekskes voor Catsjoe, er op uitgespreid. Klein feestmaaltijdje in de regen temidden van een imposant naaldwoud. Een ruiter die op draf je een bonjourke toezwiert, 3 passerende kakelende dames die je mee uitnodigt voor de dis maar die beleefdheidshalve verkiezen verder te stappen onder hun paraplu. Zalig toch ? Steek, wat mij betreft, dat 5 gangenmenu in dat 7 sterrenrestaurant maar daar waar de zon niet schijnt.  "Euh niveau please ! " hoor ik Erato en Terpsichore me van op hun berg verontwaardigd toesnauwen. Ne volgende keer wordt het steevast bakharing met een neut jenever erbij en ze mogen mee komen aanschuiven !
Jammer, en dit wordt nog even wennen, wordt het nu al zo vlug donker en dat maakte dat het rond 6 uur al stikkedonker was in het bos. Maar ook dat heeft zijn charme en zeker als het regent. Je verklaart me zeker zot maar ik kan het niet onder woorden brengen. Gewapend met een prutspillampje slaagden we er toch in om telkens weer de juiste boswegeltjes te ontdekken. Als afsluiter voerde de weg ons nog door het natuurdomein van de Hoge Rielen. Een paradijs voor vakantiekampen dat niet onbekend is bij de diverse jeugdverenigingen. In afwachting van de trein naar Antwerpen nog vlug in Tielen een Turks pittabarreke binnengelopen voor een durum en de dag liep ver op haar laatste pootjes. Na een kort klapke met de Koerdische uitbaters over de perikelen in hun thuisland voel ik me gezegend. Welke reden kunnen wij ons verzinnen om te klagen en te zagen ? We hebben de vrijheid om onze dagen te kunnen kleuren naar onze wensen. En wat deze dag betrof ? Welbeschouwd een zeer geslaagde, dat wel. Dit ondanks de regen, mijn eerste blaar van't voorbereidingsseizoen en een hardnekkig terugkomende eksteroog. Peanuts. Voor niets gaat de zon op. Bedankt weeral voor dit gratis geschenk van de natuur.
 

woensdag 15 oktober 2014

De Vlaamse Rand : Groeningen - Halle

Het verbaast me nog steeds om op relatief korte afstand van je woonst nog zovele mooie stukjes vaderland aan te treffen. Vandaag was dat niet anders en ging de nieuwsgierigheid uit naar De Vlaamse rand onder Brussel, "La capitale de l'Europe". Met een 4 tal aaneengebreide stukjes uit enkele GR routes die onze hoofdstad rijk is, was het vrij eenvoudig om een mooi pad uit te stippelen tussen Groenendaal en Halle.

Minder eenvoudig was het om beroep te kunnen doen op klokvaste treinen die je naar je bestemming moeten brengen. Om 8u30 vertrekken om eerst tegen 12 uur op je bestemming te komen vanwege de vele vertragingen stemt tot nadenken. Klagen wil ik niet doen, daar hebben pendelaars immers meer reden toe. Maar als je dan onderweg wandelaars tegenkomt die met een verhaal komen dat ze beboet werden omdat ze als 65plusser hun trein 10 minuten te vroeg hadden genomen dan daalt je achting voor onze spoorwegmaatschappij gevoelig. Ach, naar alle waarschijnlijkheid en zoals het in een 'modern bedrijf' nu regel is zal ook de bekwaamheid van de conducteurs afgemeten worden aan de hand van Key Performance Indicatoren en is het beboeten van reizigers er ééntje van die de bedrijfsstatistiekjes kan kleur geven.

Het heuvelende parcours van 22 km met een gemiddeld dalingspercentage van 2,2% liep deels door het prachtige Zoniënwoud. Majestueuze, oude beuken die torenhoog naar de hemel reiken maken het woud uniek. Deze beukenkathedraal beslaat ongeveer 70 procent van het Zoniënwoud.  Maar de klimaatverandering heeft ook reeds in deze groene long gekankerd. De steeds drogere en warmere zomers zijn nefast voor de ‘Zoniënbeuk’. Hopelijk kan men het tij nog keren.  Hazepaadjes langs frisse weiden en holle wegen geflankeerd door dikke boomwortels voerden dan weer naar sfeervolle dorpjes. Met het mooie weer en het gezelschap van Ronny en Catsjoe, zijn afgericht hondeke, beloofde dit een gezellige dag te worden. En dat werd het ook. Branderke, een iets te dik uitgevallen franse baguette, spek en eieren, koffie, een koekske, een fles Bulgaarse wijn maar vraag me niet naar de Château want die cyrillische letters kan ik niet lezen en je hebt alle ingrediënten om een klasse picknick neer te zetten op een bankje in een sprookjesbos. 't Leven is op zo'n momenten niet meer dan een hapklaar suikerbroodje.

Catsjoe had het ook naar haar zin en ijverig kwispelend met haar staartje maakte ze haar plezier in de wandeling kenbaar. Toch heerst er een wanklank in dit mooie woud. Doorgaans let je er niet op maar als je op het op de verre achtergrond toch duidelijk hoorbare verkeerslawaai begint te letten, dan moet je toch bekennen dat ook de volmaakte rust in dit prachtige bos ontbreekt.



Om uiting te geven aan onze bourgondische afkomst en levensstijl drong een bezoekje aan een lokale herberg zich op. Een 2 tal kilometerkes voor de eindstreep zijn we daar een cafeetje binnengeduikeld voor het consumeren van een goei pint en een bakske drinkwater voor de Catsjoe. Die had trouwens meteen alle aandacht van de aanwezige klandizie vanwege de kunstjes die ze kon opvoeren. En is het nu toeval of heeft mijne neus er aanleg voor maar het kroegje was weeral maar eens uniek. Een grabbel uit het volksleven, het echte dus. Een kroeg waar je je direct op je gemak voelt. De cafébaas, zijn beeltenis staat vereeuwigd in een fotootje onderaan, was 86 jaar oud en naar de uitleg van de klanten te oordelen zou hij zonder meer ineens 'duudvalle' indien hij zijn kroeg moest opgeven.
"Explikeit ne kie, vanwoerrr koemde ?" was de vraag die een vaste tooghanger op ons afschoot. Catsjoe ging het antwoord vooraf en begroette de stamgast  met een poging om op zijne schoot te wippen. De kerel was, ondanks zijn vervaarlijk uiterlijk, een vriendelijke en sympathieke kerel. Zijn armen vol gedateerde tattoes, een originele snor en dito baard, zijn oorbel en zijn mutske maakten van die mens een perfecte karakterkop. Ook hij vond het, net als de cafébaas, een eer om in zijn natuurlijke habitat op de pelicule te worden vastgelegd. Wel van 1 pintje kwamen er nog enkele meer en ik vond het er verschrikkelijk gezellig. Catsjoe had zich ondertussen ook al op een barkruk genesteld en voelde zich geapprecieerd door de aandacht van het cafévolk. Zij genoot zichtbaar van het cafébezoek.  De ontelbare koekskes en snoepkes die haar te beurt vielen zullen daar wel voor iets tussen gezeten hebben. Zalige momenten maar ja, je kan er niet eeuwig blijven plakken. We moesten nog een trein halen. Een oerdegelijk Belgisch pak friet en nen boelet voor de Catsjoe zouden op het stationsplein van Halle de perfecte afsluiter worden van een mooie dag. Niet gespeend van enig chauvinisme beweerde die Brusselse frietenbakker dat hij de lekkerste frieten kon bakken en dit uren in het rond. Ze waren ook lekker maar 'Tuut' zei den trein en de statie vertrok :-)

Naar foto-album : Album Vlaamse Rand


vrijdag 10 oktober 2014

Waasmunster. In het land van Waas

Op zondag laat ik me graag inspireren door de Aktivia wandelkalender. Een klein staptochtje van hooguit 12 km met enkele vrienden zorgt voor wat verstrooiing op deze dag des Heren. Deze keer stond Waasmunster mee in het aanbod en dus was de keuze vlug gemaakt. Waasmunster, een heel mooi dorpje aan de Durme in het Land van Waas. In mijne voortuin dus. Geïntregeerd door het achter- of voorvoegsel 'Munster' ben ik op zoek gegaan naar de oorsprong van deze toevoeging. Munster blijkt een door de eeuwen vergroeide bewoording te zijn van het Latijnse monasterium. Wat zich nu in 'nederzetting' laat vertalen. Nederzetting in het Waasland dus. Een beetje een minachtend ondertoontje weliswaar voor een heel mooi en rijk dorpje.
Het was een rustig wandelingetje. Veel bossen, maretakken , een mooi natuurspeelpark met kasteel en weidse in nevel verhulde landschappen. Nu, het zonnetje brak vlug door en verjoeg snel de nevel en mistflarden in beemd en wei. Ontzettend frisse groene landschappen ontplooiden zich waarin één welbepaald plantgoed de aandacht van mijne maat Daniël trok. Na bestudering van het gewas in kwestie was de eindconclusie dat het selder was. Na een smaakproef van Daniël bleek er opnieuw twijfel te rijzen totdat Elsie met een andere oplossing voor dit botanisch probleem op de proppen kwam. Rapen! Vanwege mijn beperkte kennis in dit agrarisch vakgebied kon ik dit antwoord enkel maar gelaten als het juiste aanvaarden. Maar de kennis van Elsie als voormalig bloemenkunstenares en bijgevolg vertrouwd met het begrip flora, was toch doorslaggevend in deze materie. En met een klein beetje onderzoek naar het verleden van Waasmunster lag de definitieve eindconclusie vast : Het waren inderdaad rapen ! In het wapenschild van het dorp staat er een zeemeermin die een raap omhoog houdt.

Wat die zeemeermin komen zoeken is in de Durme, verloren gezwommen in de Schelde waarschijnlijk en Joost zal het weten maar die raap was een duidelijke hint die de oplossing bracht. Rapenvelden zo ver je kan kijken moeten onlosmakelijk verbonden zijn geweest met de geschiedenis van Waasmunster. Een beetje vorsingswerk gaf aan dat rapen daar in de streek sinds de 16de eeuw verbouwd werden vooraleer ze als voedergewas verder verspreid werden over de Lage Landen.

Onderweg in de bossen lagen de tamme kastanjes zo voor het rapen en Simonneke, de zus van Daniël deed erg haar best om een vrachtje van dit herfstfruit te sprokkelen. Een frisse Grimbergen op de tussenstop zorgde voor een schepje extra genot op deze wondermooie herfstdag. Weeral een streepje bij op de 'Toffe dagen almanak'.


donderdag 2 oktober 2014

West-Limburg en de mijncité van Beringen

Het mooie weer nodigde uit om er terug op uit te trekken. In de Aktivia kalender was het aanbod echter schaars met maar één wandeling op de dagagenda. Beverlo, in West Limburg. Waarom niet ? Het voordeel was dat de start vlakbij het treinstation lag tussen Leopoldsburg en Beringen. Aan het inschrijvingsloket voor de start stond er voor mij een kerel met wel een opvallend T-shirt. Op het zwarte kledingstuk stond in sierlijke witte letters geschreven ... 'Laat mij je verleiden met mijn blik'. Toen het mijn beurt was om te betalen had die brave man reeds postgevat aan een tafeltje om net zoals ik het zou voornemen, de bokes te gaan opeten.  Eens betaald zocht ik ook een plaatske op en bij gebrek aan plaats heb ik me dan maar rechtover mijn voorganger aan tafel gezet. Ik had nog niet op zijn gezicht gelet omdat het schuilging onder een veel te grote klak van de Palm. Toen ik mijn 'ransel' opentrok richtte mijn tafelgenoot het woord tot me. 'Djie kan mich ni zegge met welk eug ich noe dich kiek !". Waarlijk, toen hij me bezag keek zijn éne oog naar de inschrijfpost en het andere naar het tafeltje met de drankbonnetjes. Een beetje verrast door zijn manier van kontakt te zoeken kon ik enkel uitbrengen ''Ich zou ni wiete wat te 'kalle', het Limburgs dialect van m'n ex-collega's indachtig. Waarlijk die brave mens bezat een hoog gehalte aan zelfspot en dat beviel me wel. Verder verliep de conversatie met deze Limburgse landgenoot vrij aangenaam en vlot temeer omdat hij één oog dichtkneep. Iets later vertrok ik met het rugnummer 136. Er zouden er die dag rond de 750 vertrekken zou ik later vernemen.
Het begon al vlot ! Na 500 meter had ik al niet meer op de bewegwijzering gelet en bevond ik me een uurke later al terug bij de start. Dan maar opnieuw starten. De juiste weg liep naast de spoorweg en iets verder bij een afslag door het bos naar de mijnterril van Beringen. Onderweg werd er links en rechts wat educatieve uitleg gegeven over de teloorgang van de steenkoolindustrie. Op een plaatje onderweg kon gelezen worden dat de Stationstraat in Beringen-Mijn de hoofdstraat was in het archaïsche Beringen van weleer. Die straat was de scheiding tussen industrie en privé en jaarlijks werden er wit zand en blauwe linten uitgedeeld door de mijndirectie om de straat te versieren voor de processie en de kermis. De huisjes waar de mijnwerkers in woonden heb ik niet meer gezien. Die huisjes, eigendom van de koolmijn, waren voor de mijnwerkers en hadden een oppervlakte van 50m², de bedienden zaten iets ruimer met 130m² en hoe hoger men op de proffesionele ladder stond, hoe groter je huisvesting. De directeur had een lap van bijna 500m². Onderscheid moet er zijn !
Nu wordt er beweerd dat je 's nachts nog steeds de voetstappen hoort van de kompels die over de kasseien naar de mijn trokken. Vind ik nogal griezelig :-)
De wandeling op zich was niet zo spectaculair, veel wegen maar het lag aan mezelf. Opnieuw ben ik onderweg de pijltjes uit het oog verloren en liep ik verkeerd. Dat was de aanleiding voor een kleine tussenstop op een gezellig terraske om dan verder richting mijnmuseum 'Beeringen' te trekken en zo  naar het startpunt te keren. Al bij al toch een klein 20km gelopen. Raar toch om te beseffen dat je op grond stapt waaronder vroeger duizenden mensen hun brood moesten verdienen met het delven naar het zwarte goud. Er moet zich een gigantisch gangenstelsel bevinden daar onder je voeten. In de hoofdstraat van 'Beringen Mijn' waande ik me in Istanboel. Waarlijk, de éne Turkse zaak naast de andere. Opvallend veel mensen van Turkse en Italiaanse origine die daar het straatbeeld vormen. 't Is zo eens iets anders, niet ?
Bij het naderen van het eindpunt zag ik mijn trein voorbijrijden. Juist te laat en dus opnieuw een uurtje wachten. Maar  het lokaal van wandelclub 'De Mijnlamp' was vlakbij en nog eventjes open. Nog eventjes verbroederd met enkele leden en ik kreeg er nog ne Grimbergen aangeboden van een lieve dame. Gespreksonderwerp was het vrijwilligerswerk dat ze leverden om hun club boven water te houden. Jaja, zonder vrijwilligers is een vereniging ten dode opgeschreven. Weinigen die dat beseffen en voor deze mensen doe ik mijnen hoed af. Maar toen werd het tijd om naar huis te keren. Leve de NMBS met hun stiptheid. Op het perron zat er een nerveuze Indiër te wachten op zijn vrouw. En zie, als je zo alleen bent heb je altijd wat klap. Omdat de aangekondigde vertraging meer dan 20 minuten bedroeg ben ik maar een klapke begonnen met deze Oriëntaalse landgenoot. Hij had 17 jaar bij Ford Genk gewerkt en na het massale ontslag daar volgde hij een cursus orthopedagogiek bij de VDAB. Hij had er zin in.  Nu hij niet meer in shiften moest werken kon hij zijn gehandicapte vrouw waar hij al 8 jaar mee getrouwd was, opwachten aan de trein. Hij maakte zich zorgen om haar omdat ze gebrekkelijk te been was en de afstap aan de trein voor haar te moeilijk was. Een bezorgd mens. Allez, zijn vrouw stapte uit met een brede glimlach en ik kon niet anders doen dan hem nog heel veel succes toewensen met zijn nieuwe baan. Weeral een zeer bevredigende dag mogen beleven :-)


woensdag 1 oktober 2014

Een toerke in de Zwalmstreek

Ideaal dat we nog eens gezegend worden met een Indian Summer. Prachtig weer en daar moet je echt van profiteren want voor hetzelfde geld zit je nu al in een dikke trui achter een venster naar de regendruppels te loeren die als tranen over de ruiten rollen. Best mogelijk dat je uit solidariteit  met je vensterruit een potje mee begint te bleiten.
Doen dus. Nogal wiedes om binnen te blijven. Rug- en schoofzakske gemaakt en hop de trein op. Alle tijd van de wereld en dat het om in Munkzwalm te geraken. En niettegenstaande de bijna 150 km te sporen afstand met 3 overstappen in Berchem, Brussel Noord en Zottegem wel te verstaan, kon het het me geen barst schelen.

Aangekomen in Munkzwalm na een ritje van 2¼ uur met het IJzeren Paard was ik al gerustgesteld dat er onderweg gelegenheid zou geboden worden door de plaatselijke bevolking om zich in regel te stellen met nummer 2 van de 7 werken van barmhartigheid namelijk : De dorstigen laven. Nu, het waren er maar 6 die werken. Althans volgens het evangelie want de één of andere illustere Pontifex uit de middeleeuwen heeft er nog vlug een 7de 'De doden begraven' aangebreid toen onze contreien geteisterd werden door pest en hongersnood. Ook uit miserie kon je dus punten scoren om je hemel te verdienen.

Ter zake ! Op het hoekje van het station prijkte er al een cafeetje 'De Kraai' en dat stelde me al met enige mate gerust om niet van dorst om te komen want naar alle waarschijnlijkheid zouden er nog meerdere volgen op mijn parcours. Tevergeefs, 25 km lang ben ik er niet ééntje nog tegengekomen. Munkzwalm, Nederzwalm, St Maria Latem, Meilegem, Dikkelvenne, Baaigem, Munte, Moortsele, Landskouter en Gontrode doorkruist en nergens een dranktempeltje te ontwaren.


Op het stukje oever van de Zwalm na maar daar was duidelijk het toeristenseizoen gedaan en bijgevolg potdicht. Het leek me wel een Calvinistisch bolwerk ! Genieten is zonde :-) ! De natuur daarentegen is prachtig en ook daar zie je dat natuurbehoud geen ongekend begrip is in de regio. Het is fijn om vast te stellen dat er veel inspanning wordt geleverd om fauna en flora in haar oorspronkelijke staat te herstellen. Ook erg leerzaam en educatief dat men via opschriftborden onderweg deze inspanningen kenbaar maakt. Daarentegen is het dan ook zo onbegrijpelijk dat er nog steeds mensen zijn die hier blind voor zijn en nog allerlei rotzooi laten slingeren. De Zwalm, een rustig kabbelend riviertje dat zich langzaam door een valleitje kronkelt wordt op geregelde plaatsen nog ontsierd met drijvende petflessen, plastic zakken en andere smurrie. Wat kunnen sommige mensen zich toch onverschillig tonen. Mensdom toch !

Vanuit Munkzwalm ben ik vertrokken langs de oevers van de Zwalm tot voorbij St Maria Latem. Onderweg een papiermolen tegengekomen die gebruik maakt van een stuwtje in de Zwalm. Iets verderop in Meilegem lag er nog de oude Scheldearm die zich herschoolt heeft tot een paradijs voor de sportvissers. Het parcours liep, omzoomt door oogstklare maïsvelden, regelmatig door de weiden waar de modderige tractorsporen je toch wel tot enige behendigheid dwongen om niet op je smoelwerk te belanden. In de stukken bos daarentegen kon je vaststellen dat het hoogseizoen voor de spinnekoppen was aangebroken en de zomer definitief afscheid heeft genomen. Overal herfstdraden en regelmatig liep je daar al eens tegen zo een spinnekoppenweb aan. Je gaat er echter helemaal niet aan dood.

In Munte aan het kerkje kwam ik een wegwijzer tegen die 122km aanwees naar Hulst. Het bleek een aanwijzing te zijn dat ik op de GR122 liep. De Grande Randonnée tussen Hulst en Doornik. Erg interessant en moest het je interesseren, in de zijbalk van mijn blog heb ik een verwijzing naar de site van de Grote Routepaden in België geplaatst. Op het einde van het parcours, al op Grontroods grondgebied, lag het Aalmoeseneiebos. Een studiegebied voor wetenschappelijk onderzoek van de Gentse universiteit. Daar ben ik even doorgewandeld in de veronderstelling een stukje in te korten maar dat werd afgestraft. Een grote modderbeek versperde de doorgang naar de originele wandelroute dus omkeer maken was de boodschap om ongeschonden met de trein huiswaarts te kunnen keren.
Vanuit Gontrode liep de treinreis huiswaarts over Gent St Pieters. Ongeremd zou je een deuntje willen fluiten in het station omdat het zo een mooie dag is geweest maar je geestdrift wordt vlug getemperd als je al die mensen met hun vermoeide en gespannen blik ziet die zich na hun dagtaak naar huis spoeden. 's Morgens in die stations is het al even verontrustend. Dan kan je, afgemeten aan de graad van stuursheid, van vele gezichten de sleur en arbeidsstress afschrapen met een plamuurmes. Wat ben ik toch een rijk mens. Nee geen geld, dat alleszins niet maar wel rijk aan tijd.

Naar foto-album : Album Zwalmstraak

donderdag 25 september 2014

Van Veurne naar Oostende, de Koningin der Badsteden

Vroeg zene deze morgen, om 5 uur ging de wekker al ! Met het schoon weer in het vooruitzicht zou het zonde geweest zijn om in de zetel te blijven hangen. Na het opstaan de poes buiten gelaten en er stond nog een schitterende sterrenhemel te flikkeren aan het zwerk. 't Was nog best fris dus een extra truitje was vlug meegenomen.

De 'cheftaine' statie was nog niet goed wakker. Heen naar De Panne en terug vanaf Oostende. Ik zat bijna met heen en terug naar Oostende op de trein. Ik moet zeggen kwa klantvriendelijkheid zijn de mannen en vrouwen van den IJzeren Weg er stappen op voortuitgegaan. Maar zelf was ik ook nog niet goed wakker want ik ben afgestapt in Veurne terwijl ik in de Panne wou vertrekken. Soit, kwa kilometers was dat niet veel verschil. Een schoon tochtje van rond de 35 km.

Vanuit Veurne zo langs de luchtmachtbasis van Koksijde gewandeld richting Oostduinkerke via het natuurreservaat van de Noordduinen. Ook in de Westhoek worden inspanningen geleverd om de natuur te herstellen. Beetje verder kon je de ruïnes bezichtigen van een 13de eeuwse duinenabdij. Het was de Cisterciënzerabdij van de abt Fulco. Deze werd in 1950 denk ik terug blootgelegd nadat ze eeuwen geleden aan de natuur was overgelaten en onder het duinzand verdween.  Iets voor Oostduinkerke kon ik het strand op en voor het Zuid - Zuid Westenwindje dat af en toe wel eens flink uit de hoek kwam was ik wreed content. Wind in de rug en al de meeuwen en aalscholvers op het strand zaten mooi opgelijnd met hun koppeke in den frisschen briesch. Plezante aan dat stuk strand is dat het niet ontsierd wordt door de talrijke golfbrekers die vanaf Middelkerke toch begint tegen te komen. In Nieuwpoort ligt er een tof veerbootje gedoopt ' De nieuwe Visie'. Helemaal geschilderd naar kopies van de fresco's van onze Ridder Kunstenaar Roger Raveel.

Door bouwwerken op de linkeroever van de havengeul van Nieuwpoort moest het veerbootje in de jachthaven aanmeren. Dat maakte enkele kilometerkes meer te stappen. Maar je kwam dan ook, strandwaarts wandelend, in het duinengebied waar nog een bunkerlinie van den Duits zijnen Atlantic Wall getuige is van de droevige WO2 periode. De vuurleidingsbunker was al wat scheefgezakt maar alle andere bunkers waren nog helemaal intakt. Iets verderop ligt er in Lombardsijde nog zo een heel bunkercomplex inclusief mitrailleursnesten en geschutskoepels met zware kanonnen. Ik denk dat het een museum is want voor de geschutskoepels werden er glazen afschermingen geplaatst waarachter dummy soldatenpoppen a la Madame Tussaud  werden geplaatst.

Vanuit Nieuwpoort toch meestal op de zeedijk gelopen. Vanaf Westende loop je over  de 'Walk of Fame' van onze nationale Striphelden. Jerom, Lambik, Urbanus, de Marsupilami, de Smurfin, Lucky Luke, de Rode Ridder, Nero enz enz. Enkele striphelden kon ik niet thuisbrengen. Ik heb er fotootjes van getrokken en zal het eens aan de 1 of andere jonge snaak ter kwestie voorleggen. By the way, er was een standbeeld bij van Annemieke en Rozemieke uit Jommeke. Op het fotoke zie je dat Pekkie voorbij de sokkel is gepasseerd en z'n pootje heeft gelicht :-)

Zo een zeedijk buiten de vakantieperiode heeft iets weemoedig vind ik. De strandcabinnekes worden afgebroken, vele winkeltjes zijn al gesloten, de go-carts ontbreken. Geen jokaris en strandspelen. Hier en daar nog ne vlieger maar vooral vele gepensioneerden die er wandelingetjes maken. Ik vond het een beetje misplaatst van mezelf dat ik, niettegenstaande ongewild, aan een olifantenkerkhof moest denken. Net zoals de olifanten zich van de kudde afscheuren als ze het loodje willen gaan leggen zie je zo vele oudjes die daar aan de zee een appartementje hebben gekocht om hunnen ouden dag te slijten. Ze slefferen over de dijk met hun hondeke, ingeduffeld of het al winter was. 't Is aandoenlijk. Maar, de horeca op de dijk doet nog goede zaken dankzij hen. Met trosjes zitten ze nog op de terrasjes Brusselse wafels te verslinden en sloten koffie en thee te versassen. Ach 't is hen zeker gegund en ze zullen er wel hard voor moeten gewerkt hebben. Toch blijf ik die oudjes die achterblijven een confrontatie vinden, beetje zielig zelfs wanneer de uittocht van de vakantie-aan-zee minnende kroost en gezin afgelopen is. Binnen enkele jaren is het misschien mijnen toer om daar rond te slefferen. Misschien is dit besef de basis voor m'n melancholisch momentje.

En 't weer was geweldig, warm en het truitje moest uit. Ik had spijt dat ik in Nieuwpoort geen garnalen heb gekocht. 2€ voor 250gr en 7€ voor ne kilo ongepelde garnaal, 'Geirnoars' zoals ze dat ginder aan 't 'Zeitje' zeggen. Ik dacht mijn aankoop uit te stellen tot in Oostende maar daar kostte die grijze kaviaar van de Noordzee 8€ voor een half kiloke. Van uitstel komt afstel.

Om het wandelingetje dan maar af te sluiten heb ik gekozen voor een goei pintje. De keuze viel op nen echte Oostendse Trippel : De Keyte. Ik hoopte bij mijn bestelling dat ze die niet van visgraten hadden gebrouwen maar nee hoor. 't Smaakte naar nog maar in de verte aan het station stond de trein al te wachten. Na een klein anderhalfuurke bollen met de trein was ik thuis.

Op voor de volgende toer. Om de variatie er wat in te houden zal ik inventief moeten worden denk ik. België is immers een klein landje.

Naar foto-album : Album Veurne Oostende

dinsdag 23 september 2014

Wandelen in het Hageven

De trein nemen is altijd een beetje reizen ! Ja, zeg dat maar niet tegen iemand die er mee naar zijn werk moet rijden. Maar vandaag kreeg ik goesting om een schoon toerke te doen. Ondertussen heb ik hier in de geburen al alles platgelopen en dus ben ik den trein opgesprongen en naar de Limburgse Kempen afgezakt. Neerpelt, op een uurtje bollen zit je al in de groene longen van België. Wel ik vond het er heel schoon daar. Altijd plezant om zulke mooie plekjes te ontdekken.

De lokale wandelclub, die zich aangesproken voelt met de naam De Dommelstappers hadden er enkele parkoerkes uitgestippeld.  Ze hebben echt hun best gedaan. Ik heb er weeral veel geleerd.
 't Verschil tussen poelen en moerassen, vliegdennen, stuifduinen, kanaalwater en je zou er 40 soorten vlinders kunnen vinden. Ik denk dat ik daar al wat te laat voor op het jaar ben want ik heb er genen ene gezien. Wel het Hageven is een mooi natuurreservaat dat grenst aan Nederland en het voor een stuk overlapt. Het is heideland afgewisseld met moerassen. Mooie vlonderpaden bewandeld, bossen met grillige sparren, een voske gezien onderweg. Vroeger was het een verwaarloosd natuurgebied maar met de deskundige steun van het natuurfonds en vele natuurliefhebbers is er een prachtig domein ontstaan. Knap werk van die mannen. Ik heb er wat fotokes van getrokken.

https://plus.google.com/photos/109627923401358950080/albums/6062343413221534465?authkey=CKvQypPwl92qLw

Al eens gehoord van een 'Verkeerd Lieven Heerke' ? Wel ginder hebben ze er éne. Nooit op gelet dat Dezeke Jezus overal met zijn koppeke naar rechts hangt aan't kruiske. Daar in de Limburg hangt Zijn koppeke naar links. 't Zit hem in de kleine dingen die je aan't lachen brengen en gelukkig maken !

Veel volk was er ook niet op af gekomen op die wandeling. Allemaal mensen op pensioen. Kunnen daar soms zagemannen tussen zitten zeg. Op de tussenstop zat ik per ongeluk in zo'n gezelschap van wandelsporters die georganiseerde wandelingen met de autobus tot een verheven vorm van reizen hadden gepromoveerd. Ben ik blij dat ik daar niet in geïnteresseerd ben. Jawadde zeg, als ge zo moet gaan stappen en met elkaar optrekken ... niet genoeg pistolets in dat hotel of te weinig keuze in het 'déjeuner'. Ginder, veel te veel jengelende kinderen in dat hotelleke, Teveel trappen daar, te harde muziek 's avonds daar in de bar .... Op den duur begon ik aan mezelf te twijfelen en mezelf van zwartkijkerij te beschuldigen. Dat mag niet, beter geen aandacht aan besteden dan je er aan te ergeren. Met een Achelse Trappist in aanslag kunt ge zulke perikelen vlug van je weg schuiven.

Mooie dag geweest

Naar foto-album : Album Neerpelt Hagevennen

zondag 21 september 2014

Een klein rondje Burcht

Lap, het regent en het was voorspeld maar 't is nog vroeg en 't zou maar alleen in de morgen regenen volgens de berichten. Op de site van Aktivia staat er voor vandaag de 10de mars van het team van het 11de bataljon Geniesoldaten aangekondigd.
Dat zijn de mannen die volgende maand in oktober, in samenwerking met Hollandse soldaten een pontonbrug over de Schelde gaan bouwen. Dit ter herdenking van de pontonbrug die 100 jaar geleden tijdens WO1 aangelegd werd om de Antwerpenaren de kans te geven om te kunnen gaan lopen voor den Duits. Wel, ik heb al een ticketje gescoord om er ook over te mogen lopen en onze scoutskes krijgen de primeur om er als eersten over te stappen.

Aan hun georganiseerde wandeling van vandaag doen we dus ook mee. Afspraak met de stapvrienden om 10 uur !

Wandeltocht ten voordele van de peterinstellingen van 11e Bataljon Genie. Afwisselend parcours. Uiteraard ontbreekt ook dit jaar het Fort van Kruibeke niet (vanaf 12 km). Verzorgde rustposten. Restaurant in startzaal open van 11.00u tot 18.30u. Kinderanimatie aanwezig. Verrassing voor iedereen.

Ik wist niet dat er in Kruibeke een Fort was. Dat gaan we vandaag dus ontdekken. Ik vind dat trouwens een geweldig initiatief gekoppeld aan wat lichamelijke beweging. De rustposten onderweg hebben natuurlijk ook een niet te onderschatten recreatieve waarde. Laat me daarin even duidelijk zijn.

En zo kan ik na de zomervakantie weer een beetje regelmaat inbouwen om te oefenen. Het moet gezegd : Rust roest. Met het trippeke naar Lelystad in Flevoland enkele maanden terug heb ik terug ondervonden dat de eerste dagen echt zwaar zijn. Nochtans waren het geen marathontrippen en de langste was op dag 2 van Ekeren naar Zundert, een kleine 33 km. Na het einde van zo'n trip voel je echt je voeten niet meer. Ze doen echt zeer. Doortrapt vanwege het zware gewicht. En opnieuw heb ik vastgesteld dat je je er moet doorbijten. De blaren goed verzorgen doet al veel en dan de wetenschap dat je voeten er na 5 of 6 dagen aan gewend worden en dan loop je naar de maan als je zou kunnen. 't Valt een beetje te vergelijken met zadelpijn aan je kont wanneer je na jaren ontbering van enige fietsactiviteit ineens een lange trip doet met uwe velo.
Mijn bottienen had ik al laten verzolen want die waren tot op de draad versleten. Knap vakwerk van de schoenmaker in Beveren. Ik had gevreesd dat ze voor de vuilbak waren maar zo'n stapschoenen die meer dan 250€ kosten kieper je niet zo vlug weg. Daarbij hadden die bottienen een sentimentele waarde voor mij. Voor 48€ had die mens er een paar nieuwe zolen opgelegd. Met de aanschaf van nieuwe binnenzooltjes heb ik nochtans geblunderd. Onder het afzetpunt van de zool waren daar 3 evenwijdige kussentjes aangebracht. Na een tijdje waren dat geen kussentjes meer maar waren die zo hard geworden en ingetrapt dat ze werkelijk begonnen te irriteren. Ik heb er verdorie een eksteroog aan overgehouden. Ondertussen heb ik ze al vervangen en ga ik eens uitzien naar meer geschikt inlegschoeisel op reserve.

Ik moet toegeven dat ik er wel vroeg bij ben met de voorbereidingen maar ik heb al gemerkt dat dat geen overbodigheid is gebleken. In de wetenschap dat de Camino vanuit Sevilla kwa pelgrimsondersteuning niet te vergelijken is met de Camino Frances, heb ik gisteren het 1ste traject tussen Sevilla en Guillena eens bestudeerd. Het is inderdaad zo dat er minder onderdak te vinden is. Maar met een beetje oefening met kaartmateriaal en zoekfuncties kom je er wel. Het kost wel wat tijd. Hier en daar zie je dan toch wat mogelijkheid om je traject wat bij te sturen daar waar je langs oninteressante stukken autobaan wordt gestuurd. Ook de kostprijs is belangrijk want budgetteren moet je wel als je 6 weken de baan op bent. Zeker met Hostals moet je uitkijken want de bedragen die ervoor gevraagd worden zijn soms best pittig.

Ik heb gezien dat Ryan Air rechtstreekse vluchten naar Sevilla aanbiedt voor een basisprijs van iets meer dan 100€. Dat is best te doen. Met een auto tot daar bollen zou stukken duurder worden. Het vliegveld daarentegen ligt een 20-tal km buiten het stadcentrum en dus zal ik aangewezen zijn op het openbaar vervoer om er te geraken.


Kwestie dan alleen nog om een vroege vlucht op de kop te tikken zodat ik nog tijd heb om mijn eerste stempel te verkrijgen in de kathedraal van Sevilla.


't Ziet er alleszins een geweldig bouwwerk uit. Een gothische hoofdkerk van het aartsbisdom Sevilla. Ik hoop dat ik er op tijd ben want in de kathedraal van Chartres mocht ik het schudden destijds. Daar moest ik daags erna terugkomen omdat het al 8 uur gepasseerd was. Die non haar stempel lag nochtans klaar.

Ik ga nu mijn rugzakske maken zie voor een wandelingeske met de soldaatjes.

woensdag 17 september 2014

Andenne

En we zijn vertrokken zie !

Vandaag ben ik gaan stappen in de Ardennen met de Ronny en zijnen hond de Catsjoe. De trein genomen tot in Andenne. Van daar uit dan een toerke uitgestippeld naar het natuurreservaat in Sclaigneaux en verder via de boorden van de Maas tot in Namen.

In dat reservaat van Sclaigneaux staan er enkele mooie panoramapunten. 't Was op één van die punten dat de Catsjoe ne kerel in 't oog kreeg die volgens hondenbegrippen nogal raar deed.

Ik had me op een bankske neergeploft met een goed glazeke wijn en in de verte zat die kerel gebukt met zijn fototoestel grassprietjes te trekken. Dan stond hij weer op om 20 meter verder weer hetzelfde te doen. Nen hele tijd ging dat zo door en de Catsjoe hield dat nauwlettend in't oog. Op een bepaald kwam hij naar ons toe ! 'Regarde !!!' riep hij uit en hij toonde in zijne pol een rups van ... naar zijne uitleg een rups van de vlinder die ze daar in Wallonië "La Belle Dame" noemen. "Regarde comme elle grande cette chenille !!!" Ik dacht dat hij bijna de lucht in ging. Tja, die man amuseerde zich rot met het zoeken naar rupsen. Toch was het een toffe kerel die ons waarschuwde dat het terrein vol giftige stoffen zat. Dat we goed moesten opletten dat de hond geen bessen opat omdat de grond nooit gesaneerd werd en vol zat met zware metalen afkomstig van een zinkfabriek. Dat noemen ze dan een natuurreservaat begot.

In de afdaling naar de maasvallei ben ik bergaf uitgegleden en een 5 tal meter naar beneden gedonderd, gerezen in feite want ik mag niet overdrijven. Gelukkig was er vlakbij een beekje waarin ik me wat kon wassen. De Catsjoe heeft er dankbaar van gebruik gemaakt om tegelijkertijd een baddeke te nemen.

En 't was warm. wat een sjiek weer zeg ! Daar moesten een paar Leffe's voor wat verkoeling zorgen. Dus heb ik dat ook maar gedaan. In Namen dan nog een volksfrietkot opgezocht waar de Catsjoe gratis voor niks nen boelet kreeg. Stillekes naar het station in Namen gewandeld om terug naar huis te geraken. 't Was nen toffen dag. Ik krijg er weer helemaal goesting in.

Naar foto-album : Album Andenne