Pagina's

donderdag 30 oktober 2014

Stukje Dijlevallei, van Sint Joris Weert naar Leuven de universiteitsstad.

Naar de weerberichten te oordelen zou het vandaag wel weer eens een uitgelezen dag kunnen worden om de beentjes te strekken bij een prachtig ogend wandelingeske in de Dijlevallei. Ondertussen worden die treinuitstapjes al een beetje routine en daar kan de wekker van meeklappen. Om 6 uur appel aan bed  ! Vlug een doucheke, scheren (voorlopig nog) en aanpelsen. Mijn daags tevoren klaargemaakte homemade bruine ajuinsaus, op de koop toe op grootmoeders wijze, en mijn Hollandse bakharingen in't rugzakske stoppen en hop richting statie van 't Land van Awa en Nèm uit : Beveren Waas. Stipte treinen, vlotte verbindingen deze keer en om halftien kon ik al afstappen in St. Joris Weert. Mijne maat en zijn hondeke de Catsjoe waren ook deze keer van de partij. Sint Joris Weert, de kleinste deelgemeente van de fusiegemeente Oud Heverlee ligt ervan in't zuiden en het riviertje de Nethen vormt er de taalgrens met onze zuiderburen. De Dijle kronkelt daar in het westen met talrijke bochtjes door een drassig overstromingsgebied. Na een kwartiertje stappen door een toch verrassend mooi herfstlandschap wegen je bottinnen lood van de aangekoekte modderklei. Paddestoelen waaronder de lekkere cantarellen en elfenbankjes, beemden, hertesporen, bomen in herfstgewaad, 't is er allemaal. Iets verderop trakteert het natuurreservaat de Doode Bemde je dan weer op heuvelend terrein dat zo tussen de 25 en 75 meter hoogte schommelt. Een heropgewaardeerd overstromingsgebied van de Dijle met 9 km aan wandelpaden. Natuurpracht alom met als toemaatje een vogeluitkijk op het meer. De plaatselijke natuurliefhebbers melden er op een bordje bij dat zee arenden deel uitmaken van de lokale fauna. Ik heb er echter mijn twijfels over maar wat ik wel heb zien overvliegen waren 2 felgroen gekleurde krijsende papegaaien. 't Schijnt dat het nazaten zijn van een ontsnapte kolonie uit het voormalig Paradisio vogelpark. Een beetje raar die uitheemse soort hier aan te treffen. 't Moet hier goed toeven zijn. Op een lapje grond achter de parkabdij van Heverlee, een uniek erfpacht, waren de eigenaars van een biotuinbouwbedrijfje zo vriendelijk om hun picknicktafeltje ter beschikking te stellen om onze bakharing en de ajuinsaus hun bestemming te geven. Lekker zo in openlucht met een bekertje witte wijn erbij. Catsjoe vond dit als dessert na zijn gerookte varkensoor eveneens een uitstekend toetje. Het plezante aan zo'n beest is dat je je eigen afwasmachientje bij de hand hebt. De bordjes en de pannetjes netjes schoongelikt en ze konden zo weer de rugzak in. Opvallend tijdens de wandeling was toch de aanwezigheid van zovele jonge mensen. Joggers, hardlopers, noem maar op. De aanwezigheid van de Leuvense universiteit zal hier niet vreemd aan zijn. Ook de rijkdom van die universiteit wordt hier onderweg royaal onder de ogen gebracht. Het eeuwenoude Arenbergkasteel met zijn weidse domeinen en de verschillende campussen dragen een eewenoude bezieling uit. Sjiek allemaal. 
Als je zo samen met een maat optrekt gedurende zo een tripke van rond de 30 km loop je natuurlijk niet stom naast elkaar maar komen de meest gevarieerde gespreksonderwerpen aan bod. Van grappen, grollen, oprispingen van de bakharing tot de meest indringende levenskwesties. Ik en mijne maat die zo een beetje vertrouwd is met het begrip 'Mindfulness' hebben over dit onderwerp al heuse boompjes opgezet. Volledig onbekend terrein voor me heb ik het begrip 'Mindfulness' eens opgezocht. Volgens mijne maat is deze therapie het complete alternatief voor een pelgrimsreis of omgekeerd. Ikzelf kan het niet zo goed verwoorden maar des te beter aanvoelen. Ik ga het daarom even in cursief en in grote lijnen weergeven omdat naar ons aanvoelen het doel van deze, noem het gerust maar een trainingstherapie, perfect beantwoordt aan de betrachtingen die je koestert tijdens een pelgrimsreis.

Mindfulness is het aandacht geven aan wat er is vanuit een niet-oordelende houding. Soms is dat prettig, dan weer onprettig. Je leert omgaan met de ups en downs van het leven maar het gaat vooral om de bereidheid om de werkelijkheid onder ogen te willen zien en deze te aanvaarden. Als jij je op een bepaald moment niet kunt ontspannen, kan je rusten in je onrust en stilstaan bij je tranen en innerlijke chaos. Ben je een eeuwige piekeraar dan krijg je een life style handleiding aangeboden die je helpt om het piekeren draaglijk te maken. Je hoeft echter niets te bereiken want je stapt uit de dagelijkse routine op onbekend terrein waarbij je in het oog komt te staan van een orkaan. Door te zijn bij wat er is en te snappen wie of wat je bent kom je uiteindelijk bij je kracht en je stopt met te willen worden wie je graag zou zijn en tegelijkertijd ook met wie je niet bent.

De raakpunten van deze doelstelling, eigenlijk een misplaatst woord want je hoeft niets te bereiken, met deze van een pelgrimsreis zijn rondweg verbazend. Je leert jezelf kennen door al je beperkingen te aanvaarden en je gaven in bescheidenheid tot baat te brengen.  Zo simpel zit het in elkaar. 't Levert alleszins boeiende gesprekstof op.

Maar we waren aan het stappen niet ? De predikherenberg vlakbij het klooster van de Clarissen was een mooi klimpartijtje. Ik zocht vergeefs naar een berg eieren die daar aan dat klooster toch ongetwijfeld moest liggen vanwege het mooie weer dat we de laatste maanden gekend hebben. Niets daarvan, de perfecte rust daarentegen wel die even onderbroken werd door een houthakker die hoog in de bomen van het predikherenbos de takken aan het snoeien was. In een grote boog zijn we dan oostwaarts langs de zuidrand van Leuven om de stad getrokken, het park van Kessel-Lo met zijn prachtige vijver door. Ondertussen was het al flink donker maar dat heeft ook zijn charme. Het station van Leuven kwam dichterbij. Mooi verlicht en netjes gerestaureerd sierde dit imposante gebouw het martelarenplein. Traditiegetrouw hoorde een goei pint erbij om de dag in volle geneugte af te sluiten. Midden november begot en het prachtige plein in de bierstad lag nog massaal bezaaid met terrasstoeltjes. Niettegenstaande ik op een terrasje in de stad zat waar de Stella Artois het levenslicht aanschouwde heb ik toch maar voor ne smakelijke Leffe gekozen. Van Stella krijg ik immers koppijn. Een beetje anarchie kan geen kwaad. 't Was weeral een reuzedag, waarvoor welgemeende dank.  

Van Herentals, de parel der Kempen, naar Tielen.

Tussen het behangen en schilderen door is een wandeltoerke een welgekomen intermezzo. Niks moet, tijd genoeg en dat het kot nog een paar dagen langer overhoop blijft liggen, awel het zal me echt een zorg wezen. Stipte treinen deze keer, net zoals de wekker die al om 6 uur stond te kraaien. Vlug een schoofzakske maken, de bottinekes nog eens goed invetten want het zou wat regenen en hop richting station voor een ritje naar Herentals. Herentals, in tegenstelling tot haar mooie aanspreektitel 'de parel der Kempen' dragen de inwoners er de mysterieuze bijnamen 'Peestekers en Klokkenververs'. Eindbestemming was deze keer, inclusief wat bochtenwerk en een 25km verder, het rustige en nette kempendorpje Tielen. Prachtige wandeling aangeboden door de Grote Routepaden. Uit een 3 kleine stukjes GR werd er een wandeling aaneengebreid die je door een subliem stukje natuur loodst en werkelijk ; op een overkomende vlieger of een trein in de verte na heerste er de absolute stilte. Het startschot hoorde ik aan het begijnhof van Herentals. Dat historisch bolwerk werd opgericht in 1266 en is daardoor één van de oudste begijnhoven van het oude hertogdom Brabant. Kultuur met een hoofdletter. Rustieke oude begijnhuisjes die nu bewoond worden door particulieren. In het voorbijwandelen stapte er een mevrouwtje uit het huisje en mijne maat kon het niet nalaten om te vragen of  het een begijn was. De dame in kwestie maakte ons meteen duidelijk dat dit niet het geval was en dat er niet één begijn nog te vinden was. Aan haar taalgebruik te oordelen, duidelijk een autochtone Kempische. De hhhond hhheeeft de hhhele hhhalve hhhesp opgegeten :-). Dan maar wat verder gestapt en al vlug liep je op een bodem waar de Kempische zandgrond bedekt met een tapijtje dennenaalden het decor uitmaakten. Ideaal voor de fartlek. Een Zweedse oefenpraktijk voor joggers en afstandslopers die hier een optimaal terrein aantreffen. Geurige dennenbossen met bomen die hun grellige wortelstructuren tot boven de bodem tentoon spreiden. Beeld je tussen die wortels nog  enkele kleurrijke vliegenzwammen en boleten in en je hebt het uitgelezen stekje voor een heksen onderonsje. Het mooie Kempenland maar op dit tijdstip van het jaar zonder purperen hei.



Op de middag werd het stilletjesaan tijd om een plaatsje te zoeken voor de versterking van de inwendige mens. Onder een majestueuze dennenboom, vlakbij het graf van een in 1914 gesneuvelde patriot, stond een heuse picknicktafel. Goed beschut voor de regen die ondertussen een bondgenoot was geworden werden de kookvuurkes, de fles wijn, een homp brood, de bloedpens, de beulingen, de appelmoes, de koffie, de koekskes voor Catsjoe, er op uitgespreid. Klein feestmaaltijdje in de regen temidden van een imposant naaldwoud. Een ruiter die op draf je een bonjourke toezwiert, 3 passerende kakelende dames die je mee uitnodigt voor de dis maar die beleefdheidshalve verkiezen verder te stappen onder hun paraplu. Zalig toch ? Steek, wat mij betreft, dat 5 gangenmenu in dat 7 sterrenrestaurant maar daar waar de zon niet schijnt.  "Euh niveau please ! " hoor ik Erato en Terpsichore me van op hun berg verontwaardigd toesnauwen. Ne volgende keer wordt het steevast bakharing met een neut jenever erbij en ze mogen mee komen aanschuiven !
Jammer, en dit wordt nog even wennen, wordt het nu al zo vlug donker en dat maakte dat het rond 6 uur al stikkedonker was in het bos. Maar ook dat heeft zijn charme en zeker als het regent. Je verklaart me zeker zot maar ik kan het niet onder woorden brengen. Gewapend met een prutspillampje slaagden we er toch in om telkens weer de juiste boswegeltjes te ontdekken. Als afsluiter voerde de weg ons nog door het natuurdomein van de Hoge Rielen. Een paradijs voor vakantiekampen dat niet onbekend is bij de diverse jeugdverenigingen. In afwachting van de trein naar Antwerpen nog vlug in Tielen een Turks pittabarreke binnengelopen voor een durum en de dag liep ver op haar laatste pootjes. Na een kort klapke met de Koerdische uitbaters over de perikelen in hun thuisland voel ik me gezegend. Welke reden kunnen wij ons verzinnen om te klagen en te zagen ? We hebben de vrijheid om onze dagen te kunnen kleuren naar onze wensen. En wat deze dag betrof ? Welbeschouwd een zeer geslaagde, dat wel. Dit ondanks de regen, mijn eerste blaar van't voorbereidingsseizoen en een hardnekkig terugkomende eksteroog. Peanuts. Voor niets gaat de zon op. Bedankt weeral voor dit gratis geschenk van de natuur.
 

woensdag 15 oktober 2014

De Vlaamse Rand : Groeningen - Halle

Het verbaast me nog steeds om op relatief korte afstand van je woonst nog zovele mooie stukjes vaderland aan te treffen. Vandaag was dat niet anders en ging de nieuwsgierigheid uit naar De Vlaamse rand onder Brussel, "La capitale de l'Europe". Met een 4 tal aaneengebreide stukjes uit enkele GR routes die onze hoofdstad rijk is, was het vrij eenvoudig om een mooi pad uit te stippelen tussen Groenendaal en Halle.

Minder eenvoudig was het om beroep te kunnen doen op klokvaste treinen die je naar je bestemming moeten brengen. Om 8u30 vertrekken om eerst tegen 12 uur op je bestemming te komen vanwege de vele vertragingen stemt tot nadenken. Klagen wil ik niet doen, daar hebben pendelaars immers meer reden toe. Maar als je dan onderweg wandelaars tegenkomt die met een verhaal komen dat ze beboet werden omdat ze als 65plusser hun trein 10 minuten te vroeg hadden genomen dan daalt je achting voor onze spoorwegmaatschappij gevoelig. Ach, naar alle waarschijnlijkheid en zoals het in een 'modern bedrijf' nu regel is zal ook de bekwaamheid van de conducteurs afgemeten worden aan de hand van Key Performance Indicatoren en is het beboeten van reizigers er ééntje van die de bedrijfsstatistiekjes kan kleur geven.

Het heuvelende parcours van 22 km met een gemiddeld dalingspercentage van 2,2% liep deels door het prachtige Zoniënwoud. Majestueuze, oude beuken die torenhoog naar de hemel reiken maken het woud uniek. Deze beukenkathedraal beslaat ongeveer 70 procent van het Zoniënwoud.  Maar de klimaatverandering heeft ook reeds in deze groene long gekankerd. De steeds drogere en warmere zomers zijn nefast voor de ‘Zoniënbeuk’. Hopelijk kan men het tij nog keren.  Hazepaadjes langs frisse weiden en holle wegen geflankeerd door dikke boomwortels voerden dan weer naar sfeervolle dorpjes. Met het mooie weer en het gezelschap van Ronny en Catsjoe, zijn afgericht hondeke, beloofde dit een gezellige dag te worden. En dat werd het ook. Branderke, een iets te dik uitgevallen franse baguette, spek en eieren, koffie, een koekske, een fles Bulgaarse wijn maar vraag me niet naar de Château want die cyrillische letters kan ik niet lezen en je hebt alle ingrediënten om een klasse picknick neer te zetten op een bankje in een sprookjesbos. 't Leven is op zo'n momenten niet meer dan een hapklaar suikerbroodje.

Catsjoe had het ook naar haar zin en ijverig kwispelend met haar staartje maakte ze haar plezier in de wandeling kenbaar. Toch heerst er een wanklank in dit mooie woud. Doorgaans let je er niet op maar als je op het op de verre achtergrond toch duidelijk hoorbare verkeerslawaai begint te letten, dan moet je toch bekennen dat ook de volmaakte rust in dit prachtige bos ontbreekt.



Om uiting te geven aan onze bourgondische afkomst en levensstijl drong een bezoekje aan een lokale herberg zich op. Een 2 tal kilometerkes voor de eindstreep zijn we daar een cafeetje binnengeduikeld voor het consumeren van een goei pint en een bakske drinkwater voor de Catsjoe. Die had trouwens meteen alle aandacht van de aanwezige klandizie vanwege de kunstjes die ze kon opvoeren. En is het nu toeval of heeft mijne neus er aanleg voor maar het kroegje was weeral maar eens uniek. Een grabbel uit het volksleven, het echte dus. Een kroeg waar je je direct op je gemak voelt. De cafébaas, zijn beeltenis staat vereeuwigd in een fotootje onderaan, was 86 jaar oud en naar de uitleg van de klanten te oordelen zou hij zonder meer ineens 'duudvalle' indien hij zijn kroeg moest opgeven.
"Explikeit ne kie, vanwoerrr koemde ?" was de vraag die een vaste tooghanger op ons afschoot. Catsjoe ging het antwoord vooraf en begroette de stamgast  met een poging om op zijne schoot te wippen. De kerel was, ondanks zijn vervaarlijk uiterlijk, een vriendelijke en sympathieke kerel. Zijn armen vol gedateerde tattoes, een originele snor en dito baard, zijn oorbel en zijn mutske maakten van die mens een perfecte karakterkop. Ook hij vond het, net als de cafébaas, een eer om in zijn natuurlijke habitat op de pelicule te worden vastgelegd. Wel van 1 pintje kwamen er nog enkele meer en ik vond het er verschrikkelijk gezellig. Catsjoe had zich ondertussen ook al op een barkruk genesteld en voelde zich geapprecieerd door de aandacht van het cafévolk. Zij genoot zichtbaar van het cafébezoek.  De ontelbare koekskes en snoepkes die haar te beurt vielen zullen daar wel voor iets tussen gezeten hebben. Zalige momenten maar ja, je kan er niet eeuwig blijven plakken. We moesten nog een trein halen. Een oerdegelijk Belgisch pak friet en nen boelet voor de Catsjoe zouden op het stationsplein van Halle de perfecte afsluiter worden van een mooie dag. Niet gespeend van enig chauvinisme beweerde die Brusselse frietenbakker dat hij de lekkerste frieten kon bakken en dit uren in het rond. Ze waren ook lekker maar 'Tuut' zei den trein en de statie vertrok :-)

Naar foto-album : Album Vlaamse Rand


vrijdag 10 oktober 2014

Waasmunster. In het land van Waas

Op zondag laat ik me graag inspireren door de Aktivia wandelkalender. Een klein staptochtje van hooguit 12 km met enkele vrienden zorgt voor wat verstrooiing op deze dag des Heren. Deze keer stond Waasmunster mee in het aanbod en dus was de keuze vlug gemaakt. Waasmunster, een heel mooi dorpje aan de Durme in het Land van Waas. In mijne voortuin dus. Geïntregeerd door het achter- of voorvoegsel 'Munster' ben ik op zoek gegaan naar de oorsprong van deze toevoeging. Munster blijkt een door de eeuwen vergroeide bewoording te zijn van het Latijnse monasterium. Wat zich nu in 'nederzetting' laat vertalen. Nederzetting in het Waasland dus. Een beetje een minachtend ondertoontje weliswaar voor een heel mooi en rijk dorpje.
Het was een rustig wandelingetje. Veel bossen, maretakken , een mooi natuurspeelpark met kasteel en weidse in nevel verhulde landschappen. Nu, het zonnetje brak vlug door en verjoeg snel de nevel en mistflarden in beemd en wei. Ontzettend frisse groene landschappen ontplooiden zich waarin één welbepaald plantgoed de aandacht van mijne maat Daniël trok. Na bestudering van het gewas in kwestie was de eindconclusie dat het selder was. Na een smaakproef van Daniël bleek er opnieuw twijfel te rijzen totdat Elsie met een andere oplossing voor dit botanisch probleem op de proppen kwam. Rapen! Vanwege mijn beperkte kennis in dit agrarisch vakgebied kon ik dit antwoord enkel maar gelaten als het juiste aanvaarden. Maar de kennis van Elsie als voormalig bloemenkunstenares en bijgevolg vertrouwd met het begrip flora, was toch doorslaggevend in deze materie. En met een klein beetje onderzoek naar het verleden van Waasmunster lag de definitieve eindconclusie vast : Het waren inderdaad rapen ! In het wapenschild van het dorp staat er een zeemeermin die een raap omhoog houdt.

Wat die zeemeermin komen zoeken is in de Durme, verloren gezwommen in de Schelde waarschijnlijk en Joost zal het weten maar die raap was een duidelijke hint die de oplossing bracht. Rapenvelden zo ver je kan kijken moeten onlosmakelijk verbonden zijn geweest met de geschiedenis van Waasmunster. Een beetje vorsingswerk gaf aan dat rapen daar in de streek sinds de 16de eeuw verbouwd werden vooraleer ze als voedergewas verder verspreid werden over de Lage Landen.

Onderweg in de bossen lagen de tamme kastanjes zo voor het rapen en Simonneke, de zus van Daniël deed erg haar best om een vrachtje van dit herfstfruit te sprokkelen. Een frisse Grimbergen op de tussenstop zorgde voor een schepje extra genot op deze wondermooie herfstdag. Weeral een streepje bij op de 'Toffe dagen almanak'.


donderdag 2 oktober 2014

West-Limburg en de mijncité van Beringen

Het mooie weer nodigde uit om er terug op uit te trekken. In de Aktivia kalender was het aanbod echter schaars met maar één wandeling op de dagagenda. Beverlo, in West Limburg. Waarom niet ? Het voordeel was dat de start vlakbij het treinstation lag tussen Leopoldsburg en Beringen. Aan het inschrijvingsloket voor de start stond er voor mij een kerel met wel een opvallend T-shirt. Op het zwarte kledingstuk stond in sierlijke witte letters geschreven ... 'Laat mij je verleiden met mijn blik'. Toen het mijn beurt was om te betalen had die brave man reeds postgevat aan een tafeltje om net zoals ik het zou voornemen, de bokes te gaan opeten.  Eens betaald zocht ik ook een plaatske op en bij gebrek aan plaats heb ik me dan maar rechtover mijn voorganger aan tafel gezet. Ik had nog niet op zijn gezicht gelet omdat het schuilging onder een veel te grote klak van de Palm. Toen ik mijn 'ransel' opentrok richtte mijn tafelgenoot het woord tot me. 'Djie kan mich ni zegge met welk eug ich noe dich kiek !". Waarlijk, toen hij me bezag keek zijn éne oog naar de inschrijfpost en het andere naar het tafeltje met de drankbonnetjes. Een beetje verrast door zijn manier van kontakt te zoeken kon ik enkel uitbrengen ''Ich zou ni wiete wat te 'kalle', het Limburgs dialect van m'n ex-collega's indachtig. Waarlijk die brave mens bezat een hoog gehalte aan zelfspot en dat beviel me wel. Verder verliep de conversatie met deze Limburgse landgenoot vrij aangenaam en vlot temeer omdat hij één oog dichtkneep. Iets later vertrok ik met het rugnummer 136. Er zouden er die dag rond de 750 vertrekken zou ik later vernemen.
Het begon al vlot ! Na 500 meter had ik al niet meer op de bewegwijzering gelet en bevond ik me een uurke later al terug bij de start. Dan maar opnieuw starten. De juiste weg liep naast de spoorweg en iets verder bij een afslag door het bos naar de mijnterril van Beringen. Onderweg werd er links en rechts wat educatieve uitleg gegeven over de teloorgang van de steenkoolindustrie. Op een plaatje onderweg kon gelezen worden dat de Stationstraat in Beringen-Mijn de hoofdstraat was in het archaïsche Beringen van weleer. Die straat was de scheiding tussen industrie en privé en jaarlijks werden er wit zand en blauwe linten uitgedeeld door de mijndirectie om de straat te versieren voor de processie en de kermis. De huisjes waar de mijnwerkers in woonden heb ik niet meer gezien. Die huisjes, eigendom van de koolmijn, waren voor de mijnwerkers en hadden een oppervlakte van 50m², de bedienden zaten iets ruimer met 130m² en hoe hoger men op de proffesionele ladder stond, hoe groter je huisvesting. De directeur had een lap van bijna 500m². Onderscheid moet er zijn !
Nu wordt er beweerd dat je 's nachts nog steeds de voetstappen hoort van de kompels die over de kasseien naar de mijn trokken. Vind ik nogal griezelig :-)
De wandeling op zich was niet zo spectaculair, veel wegen maar het lag aan mezelf. Opnieuw ben ik onderweg de pijltjes uit het oog verloren en liep ik verkeerd. Dat was de aanleiding voor een kleine tussenstop op een gezellig terraske om dan verder richting mijnmuseum 'Beeringen' te trekken en zo  naar het startpunt te keren. Al bij al toch een klein 20km gelopen. Raar toch om te beseffen dat je op grond stapt waaronder vroeger duizenden mensen hun brood moesten verdienen met het delven naar het zwarte goud. Er moet zich een gigantisch gangenstelsel bevinden daar onder je voeten. In de hoofdstraat van 'Beringen Mijn' waande ik me in Istanboel. Waarlijk, de éne Turkse zaak naast de andere. Opvallend veel mensen van Turkse en Italiaanse origine die daar het straatbeeld vormen. 't Is zo eens iets anders, niet ?
Bij het naderen van het eindpunt zag ik mijn trein voorbijrijden. Juist te laat en dus opnieuw een uurtje wachten. Maar  het lokaal van wandelclub 'De Mijnlamp' was vlakbij en nog eventjes open. Nog eventjes verbroederd met enkele leden en ik kreeg er nog ne Grimbergen aangeboden van een lieve dame. Gespreksonderwerp was het vrijwilligerswerk dat ze leverden om hun club boven water te houden. Jaja, zonder vrijwilligers is een vereniging ten dode opgeschreven. Weinigen die dat beseffen en voor deze mensen doe ik mijnen hoed af. Maar toen werd het tijd om naar huis te keren. Leve de NMBS met hun stiptheid. Op het perron zat er een nerveuze Indiër te wachten op zijn vrouw. En zie, als je zo alleen bent heb je altijd wat klap. Omdat de aangekondigde vertraging meer dan 20 minuten bedroeg ben ik maar een klapke begonnen met deze Oriëntaalse landgenoot. Hij had 17 jaar bij Ford Genk gewerkt en na het massale ontslag daar volgde hij een cursus orthopedagogiek bij de VDAB. Hij had er zin in.  Nu hij niet meer in shiften moest werken kon hij zijn gehandicapte vrouw waar hij al 8 jaar mee getrouwd was, opwachten aan de trein. Hij maakte zich zorgen om haar omdat ze gebrekkelijk te been was en de afstap aan de trein voor haar te moeilijk was. Een bezorgd mens. Allez, zijn vrouw stapte uit met een brede glimlach en ik kon niet anders doen dan hem nog heel veel succes toewensen met zijn nieuwe baan. Weeral een zeer bevredigende dag mogen beleven :-)


woensdag 1 oktober 2014

Een toerke in de Zwalmstreek

Ideaal dat we nog eens gezegend worden met een Indian Summer. Prachtig weer en daar moet je echt van profiteren want voor hetzelfde geld zit je nu al in een dikke trui achter een venster naar de regendruppels te loeren die als tranen over de ruiten rollen. Best mogelijk dat je uit solidariteit  met je vensterruit een potje mee begint te bleiten.
Doen dus. Nogal wiedes om binnen te blijven. Rug- en schoofzakske gemaakt en hop de trein op. Alle tijd van de wereld en dat het om in Munkzwalm te geraken. En niettegenstaande de bijna 150 km te sporen afstand met 3 overstappen in Berchem, Brussel Noord en Zottegem wel te verstaan, kon het het me geen barst schelen.

Aangekomen in Munkzwalm na een ritje van 2¼ uur met het IJzeren Paard was ik al gerustgesteld dat er onderweg gelegenheid zou geboden worden door de plaatselijke bevolking om zich in regel te stellen met nummer 2 van de 7 werken van barmhartigheid namelijk : De dorstigen laven. Nu, het waren er maar 6 die werken. Althans volgens het evangelie want de één of andere illustere Pontifex uit de middeleeuwen heeft er nog vlug een 7de 'De doden begraven' aangebreid toen onze contreien geteisterd werden door pest en hongersnood. Ook uit miserie kon je dus punten scoren om je hemel te verdienen.

Ter zake ! Op het hoekje van het station prijkte er al een cafeetje 'De Kraai' en dat stelde me al met enige mate gerust om niet van dorst om te komen want naar alle waarschijnlijkheid zouden er nog meerdere volgen op mijn parcours. Tevergeefs, 25 km lang ben ik er niet ééntje nog tegengekomen. Munkzwalm, Nederzwalm, St Maria Latem, Meilegem, Dikkelvenne, Baaigem, Munte, Moortsele, Landskouter en Gontrode doorkruist en nergens een dranktempeltje te ontwaren.


Op het stukje oever van de Zwalm na maar daar was duidelijk het toeristenseizoen gedaan en bijgevolg potdicht. Het leek me wel een Calvinistisch bolwerk ! Genieten is zonde :-) ! De natuur daarentegen is prachtig en ook daar zie je dat natuurbehoud geen ongekend begrip is in de regio. Het is fijn om vast te stellen dat er veel inspanning wordt geleverd om fauna en flora in haar oorspronkelijke staat te herstellen. Ook erg leerzaam en educatief dat men via opschriftborden onderweg deze inspanningen kenbaar maakt. Daarentegen is het dan ook zo onbegrijpelijk dat er nog steeds mensen zijn die hier blind voor zijn en nog allerlei rotzooi laten slingeren. De Zwalm, een rustig kabbelend riviertje dat zich langzaam door een valleitje kronkelt wordt op geregelde plaatsen nog ontsierd met drijvende petflessen, plastic zakken en andere smurrie. Wat kunnen sommige mensen zich toch onverschillig tonen. Mensdom toch !

Vanuit Munkzwalm ben ik vertrokken langs de oevers van de Zwalm tot voorbij St Maria Latem. Onderweg een papiermolen tegengekomen die gebruik maakt van een stuwtje in de Zwalm. Iets verderop in Meilegem lag er nog de oude Scheldearm die zich herschoolt heeft tot een paradijs voor de sportvissers. Het parcours liep, omzoomt door oogstklare maïsvelden, regelmatig door de weiden waar de modderige tractorsporen je toch wel tot enige behendigheid dwongen om niet op je smoelwerk te belanden. In de stukken bos daarentegen kon je vaststellen dat het hoogseizoen voor de spinnekoppen was aangebroken en de zomer definitief afscheid heeft genomen. Overal herfstdraden en regelmatig liep je daar al eens tegen zo een spinnekoppenweb aan. Je gaat er echter helemaal niet aan dood.

In Munte aan het kerkje kwam ik een wegwijzer tegen die 122km aanwees naar Hulst. Het bleek een aanwijzing te zijn dat ik op de GR122 liep. De Grande Randonnée tussen Hulst en Doornik. Erg interessant en moest het je interesseren, in de zijbalk van mijn blog heb ik een verwijzing naar de site van de Grote Routepaden in België geplaatst. Op het einde van het parcours, al op Grontroods grondgebied, lag het Aalmoeseneiebos. Een studiegebied voor wetenschappelijk onderzoek van de Gentse universiteit. Daar ben ik even doorgewandeld in de veronderstelling een stukje in te korten maar dat werd afgestraft. Een grote modderbeek versperde de doorgang naar de originele wandelroute dus omkeer maken was de boodschap om ongeschonden met de trein huiswaarts te kunnen keren.
Vanuit Gontrode liep de treinreis huiswaarts over Gent St Pieters. Ongeremd zou je een deuntje willen fluiten in het station omdat het zo een mooie dag is geweest maar je geestdrift wordt vlug getemperd als je al die mensen met hun vermoeide en gespannen blik ziet die zich na hun dagtaak naar huis spoeden. 's Morgens in die stations is het al even verontrustend. Dan kan je, afgemeten aan de graad van stuursheid, van vele gezichten de sleur en arbeidsstress afschrapen met een plamuurmes. Wat ben ik toch een rijk mens. Nee geen geld, dat alleszins niet maar wel rijk aan tijd.

Naar foto-album : Album Zwalmstraak