Pagina's

dinsdag 25 augustus 2015

Schellebelle, het scheldedorp met de mooiste plaatsnaam van Vlaanderen

Het boek van mijne maat ‘Over de Via de la Plata naar Santiago’, geschreven door zijn kozijn Ed van der Aa heb ik ondertussen al geheel uitgelezen. Ed had eerder ook al een Camino gelopen. Helemaal vanuit Roermond en ik heb er veel herkenningspunten en tips in gevonden. Ook hij ergerde zich blauw aan de foefelaars die stukken met het openbaar vervoer of taxis afleggen en er bijgevolg voor zorgen dat in de vroege namiddag de albergues al volzet zijn. Andere heikele punten die zo herkenbaar waren zijn de vroeg vertrekkende pelgrims die met plastic zakjes scharrelen en je uit je slaap halen. Gewiekste dorpsbewoners-herberguitbaters die de wegmarkeringen aanpassen zodat je langs hen passeert, is nog zoiets. Vrienden onder elkaar die een pelgrimstocht beginnen maar onderweg in onmin uit elkaar gaan ... 't lijkt wel een wetmatigheid en ik ken het ondertussen wel. Verder schreef hij een hele berg proza bijeen over de ontvangst in de albergues. In Galicië zijn deze het best georganiseerd terwijl hij elders onderweg toch enkele minder prettige ervaringen kon boeken. In Galicië houdt de Xunta er immers een oogje in't zeil. Prachtige foto’s ook in zijn boek. Kortom een zeer mooi en verzorgd werkje. De schrijver had naar mijn gevoel wel een geheel andere instelling met zijn tocht. Kritisch tot bij wijlen negatief naar de omgeving toe, meer in zichzelf gekeerd en waar mogelijk werden contacten met andere pelgrims vermeden. Ik verlang eerder naar de ontmoetingen met andere mensen en in tegenstelling tot Ed, die geheelonthouder is, mag er voor mij af en toe wel eens een pintje aan te pas komen. ’t Mogen er zelfs een paar meer zijn ;-). Al bij al een mooie dubbelprestatie van de schrijver. Zowel de tocht als het boek.


We gingen eens wandelen in Schellebelle. Een toerke van een kleine 25km. Bruinbergen, Wichelen, Uitbergen, Overmere, Donk de oevers van het Donkmeer volgend  en vervolgens via het veer de Schelde over naar Schellebelle. Althans dat zouden de bedoelingen worden. Schellebelle mag zich in Vlaanderen het dorp noemen met de mooiste plaatsnaam. Dit afgekeken van de Hollanders die in 2005 een internetpoll hadden georganiseerd met de vraag om het dorpje met de mooist klinkende naam te benoemen. Soms ontbreekt het ons al wel eens aan wat originaliteit en gaan we afkijken bij de buren.
In Nederland viel die eer te beurt aan het gehuchtje Doodstil, helemaal bovenaan in de provincie Groningen. Amper 102 inwoners rijk maar ze zijn er allen springlevend. De 2de en 3de plaats gingen naar het Zeeuws-Vlaamse Waterlandkerkje en  naar het dorpje Muggenbeet in Overijssel. Als je achternaam dan nog eens 'Olifant' luidt zit je in dit laatste dorpje gesetteld. Het zou me in het geheel niet verwonderen met al die knotsgekke achternamen daar bij onze Noorderburen :-). Na wat opzoekingswerk terzake blijken er 129 mensen deze familienaam daar te hebben. 
Over de oorsprong van Schellebelle haar naam zijn de meningen erg verdeeld. Gaande van het verhaal over een schelklinkende bel waarmee men de veerboot kon roepen en waarrond er zich een dorpsgemeenschap heeft gevestigd tot een afleiding uit ‘belle’ van het Gallo-Romeinse baculiolum wat palissade betekent. Een afsluiting aan de Schelde met andere woorden. Romantici verwijzen dan weer naar de Franse kooplui die eeuwen geleden met hun vrachtschuiten op de Schelde voeren en bij het in zicht komen van het dorpje ‘Quelle Belle’ uitriepen. Hier ook ieder zijn meug.




We zijn vertrokken. Vroeg uit de bedstee voor een schoofzakske te maken. Het stapuniform lag al klaar aan de vooravond zodat ik op tijd zou zijn tegen negenen want dan zouden de Ronny en de Catsjoe aan de deur staan. Nog een taske koffie en we konden vertrekken. Vrij vlug stonden we in Schellebelle. De Ronny had van de rit verschrikkelijke dorst gekregen en na een Duveltje in de afspanning 'Driekoningen' konden we in de startblokken schieten. 
Een weinig vrolijke kerel bediende het veer daar in Schellebelle. Oorzaak aan zijn depressieve bui was het feit dat de groene coalitie in zijn gemeente weigerde een toilet te plaatsen voor hem op de oever. De Ronny vond dat een uitstekende situatie. Het zou de veerman een geldig excuus verschaffen om af en toe een cafeetje op te zoeken tijdens het werk. Het personeel de mogelijkheid geven om de natuurlijke behoeften te kunnen doen is ook mijn inziens een punt dat op elke syndicale agenda terug te vinden is. De trieste veerman in kwestie kon er echter helemaal niet mee lachen. Eens het veerbootje uit zaten we al vlug te midden van enorme graafwerken. Ook hier worden er massaal overstromingsgebieden aangelegd volgens het Sigmaplan. Grote dijken worden er opgeworpen en tja ... op een terreinkaart zie je deze werken niet dus het werd onverwachts klauteren tussen bulldozers en graafmachines door. Het uitgestippelde traject oogde wel prima maar helaas, eens het klauterwerk achter de rug bleek heel het gebied rond de recreatievijvers van Overmere Donk met hekken afgesloten en moesten we overschakelen op plan B. Een plan dat we niet hadden :-)
Om toch maar aan die vijvers te geraken hebben we ons zelfs een paar keer aan een jungleparcours gewaagd. Tevergeefs, we zaten langs alle kanten ingesloten. Misschien brachten jagerspaadjes wel een uitweg ? Dwars door een bosgebied vol brandnetels en distels. Soms viel er niet te kiezen. Om de lelijke brandwonden van de bereklauw te ontwijken koos je sowieso voor een ommetje langs doornige struiken en hoogopgeschoten brandnetels. De benen getengeld door de brandnetels, de Ronny zijn armen hier en daar tot bloedens toe opengereten aan de doornen, awel er zijn plezanter wegeltjes. Uit arrenmoede hebben we dan maar ons trajectje wat aangepast. Teruggekeerd op de passen werd het een zalig wandelingetje langs de scheldeboorden. Lekker weertje, stevige wind en heel even een paar dikke druppels regen. Ideaal stapweer. Aan het 'riekend rustpunt', vanwaar de benaming kwam had ik voorlopig nog geen idee maar een bankje aldaar opgesteld was ideaal voor de bokes aan te spreken. Een duo krasse senioren op sportfietsen kwamen aangereden met pak en zak. Ik meende een Sint Jacobsschelp te herkennen op hun bagage. Dit was bij nader inzien niet het geval maar ik had hen al nageroepen. Nee ze waren niet op weg naar Santiago maar maakten een fietstoer door België. In Friesland waren ze vertrokken en dagelijks fietsten ze 100km. Nu kwamen ze uit Doornik en waren op weg naar Gent. Van hen hoorde ik dat er naast het Floris V-pad en het Pieterpad er ook een Friese Woudentocht bestaat. Daar ga ik me eens in verdiepen. Te laat dacht ik eraan hen te vragen of ze Doodstil waren gepasseerd. Nog een goeie en veilige reis beste Friezen ! 
Na in een lus rond een overstromingsgebied te zijn gestapt vonden we een net gebouwtje dat eveneens het 'riekend rustpunt' heette. Maar even binnengaan om te verkennen. Een beermuseum begot, waar gaan we het schrijven ? Wat ik niet wist is dat de streek waarin we wandelden voorheen een streek was waar met beer de kost werd verdiend. Een plaat met opschrift 'Van stadstront naar zandgrond' sierde het interieur. De link naar het 'riekend rustpunt' was gelegd. Langs de Schelde vind je daar nog de restanten van beerputten waar schepen vroeger jaren de beer losten die ze in de steden gingen ophalen. Deze beer werd voor veel geld verkocht aan de boeren die er hun arme zandgrond mee trachtten te verrijken. Dat beermuseumke was even de moeite toch. Beerschoppen, mestkarren en ander specifiek alaam ontworpen voor de beerstiel kon je daar aantreffen. Een druk op een knopje en een audiobandje werd afgespeeld waarmee de ganse beergeschiedenis van de streek uit de doeken werd gedaan. Nog even flink doorstappen langs de scheldeboord naar de auto toe en het stapavontuurtje zat er weeral op. Beetje teleurgesteld dat we het traceetje dat we voor ogen hadden niet hebben kunnen uitlopen maar 21 paaltjes hebben we toch nog achterover gedrukt. Nog een frisse afsluiter op een terras aan de veerpont vergezeld van een klapke met de lokale klandizie en hop we konden huiswaarts keren. 
Eens thuis wachtte er me nog een leuke verrassing. Er stak een kaartje in de bus. Lorelyne, de jonge Parisienne waarmee ik in 2012 drie dagen in Frankrijk heb opgetrokken heeft me dit opgestuurd vanuit Santiago de Compostela. Ze heeft er 3 zomervakanties aan besteed om in Santiago te geraken. Op het kaartje stond vermeld : "Je garde de notre rencontre un souvenir mémorable. Au plaisir, merci encore d'avoir été sur ma route". Ik kreeg er even de tranen van in mijn ogen. Uit het oog maar niet uit het hart. Een magische band, leg dat maar eens uit ? Wat een mooie dag weeral ! 

woensdag 19 augustus 2015

Op bezoek bij de Noorderburen in Zeeland : Oostkappele, Domburg en Breezand.




Precies een maand verder en ik zal er al mijn eerste tocht hebben opzitten. Het aftellen kan nu echt gaan beginnen.  De onrust begint daarbij op te steken en ook de twijfels. Deze laatsten tesamen met de kriebels. Allemaal erg herkenbaar voor me. Vandaag zat mijn credencial in de brievenbus en ook mijn stempelboekje. De enveloppe was geheel verkreukeld en sinds er slakken in de brievenbus huizen moet ik vlug zijn want ze vreten al mijn correspondentie op. Een stukje van de postzegel op de enveloppe was reeds wijlen. Dus credencial en boekske nog juist op tijd gered en bijgevolg weeral een zorg minder.

Er was nog een beetje werk aan het updaten van de geplande dagtrips. Met wat tips uit het boek dat de Luc me heeft bezorgd en wat raadgevingen van Fabienne uit Bretagne die ik via Skype rijker ben geworden heb ik de route een klein beetje bijgewerkt. Albergues die niet meer bestonden, werken aan een autoweg en nog zo wat van die akkevietjes maakten dat nodig. Deze dagtrips heb ik allemaal mooi in een tabelletje gestoken. Afstand, hoogtemeters, aantal meters afdaling en eveneens een link per trip waarmee je de GPS van de desbetreffende etappe kan downloaden. ’t Is natuurlijk allemaal theorie want echt minutieus plannen kan je toch nooit. ‘t Is alleszins een mooie leidraad voor m’n tocht. Zo ’n tabel geeft je tegelijkertijd wel wat inkijk in het evenement. In die 1200 km zitten er zo bvb een 16500-tal hoogtemeters. Dat is verdorie bijna 2 keer de Mount Everest. Ach ’t is appelen met peren vergelijken en ochgot, zo een tabelleke is immers maar wat spielerei. Je kan het terugvinden in de pagina’s hiernaast in het linkerkolommeke. 



Het voorstel van de Ronny om eens in Zeeland te gaan stappen vond ik uitstekend. Zelf had hij deze toer al eens gestapt en er klonk wat enthousiasme in zijn betoog. Hij was er wel 9 herten tegengekomen. Maatjesharingen en mosselen nog tot daar aan toe maar een Zeelands hert ... nog nooit van gehoord. Vroeg uit de veren deze keer want wegens de jaarmarkt hier in’t dorp wordt je na 7u gegijzeld en geraak je met de auto je eigen straat niet meer uit. Een oranje T-shirtje aangetrokken voor de gelegenheid en hop, dressed to hike en nu vliegen we er in zoals een brieschende leeuw.
Na het kommeke koffie en een koekske thuis bij mijne stapmaat konden we vertrekken en al rond een uur of 10 reden we gezwind de parking op aan het strand van Breezand. De Catsjoe zat weer ergens in de bergen op een klimkamp in Frankrijk en die moesten we bijgevolg missen en was er dus niet bij. De koelte van de ochtend was al geheel verdwenen en de Ronny zette zich al voor de helft in zijn adamskostuum. Er is geen vergelijk mogelijk met onze Belgische kust. Geen torenhoge mottige appartementsgebouwen, schreeuwerige strandshops met emmerkes, schupjes, vliegers en strandballen, aftandse go-carts die de sokkel onder je uit rijden, nee een heel rustig ogend strandlandschap. Ze kennen er wat van die Zeeuwen. Mooi aangelegde kluppelpaden over het strand zorgen voor kilometers lange wandelpaden. Een jobstudent vaagde het al proper met een bezemmachientje.  Een breed strand waar je hier en daar een zonneklopper aantreft. Af en toe tref je er wel eens éne aan in zijn adamskostuum, ditmaal niet voor de helft maar so what ? Maar wat een verschil met onze badsteden ! De vloedlijn hebben we gevolgd tot in Oostkapelle en daar zijn we het achterliggend natuurreservaat ingeduikeld. 't Is daar dat de Ronny de herten had gespot. We zijn er de ganse dag geen enkel tegengekomen. Het reservaat is enkel toegankelijk met toestemming van de natuurbeheerders. Mooie wandel en fietspaden liggen er wel rond getraceerd en dit in een mooie bosomgeving maar een kaartje aan 3€ heb je wel nodig om er binnen te mogen. Begrijpelijk wil men in het onderhoud van het reservaat kunnen voorzien. 
Bankjes en picknicktafeltjes in overvloed zodat we niet al te lang moesten zoeken om onze schafttijd te kunnen houden. De fles Delirium Tremens die we in Ninove kado hadden gekregen werd vakkundig soldaat gemaakt op zo'n picknickplaatsje. Bokes binnen en hop naar Domburg. Daar heerste er de gekende toeristische drukte. Terrasjes, viskraampjes (de kibbelingetjes waren heerlijk) en slenterende vakantiegangers met hun kroost. Gepakt en gezakt met buggies, frigoboxen en materiaal om het zeezand te bewerken. Nog even in Domburg een Affligem opgesoupeerd op een strandterrasje om die kibbelingen wat zwemwater te geven en daarna voort. Onze Belgische biertjes maken furore daar en met deze geruststellende gedachte konden we stilletjes de terugweg plannen. Een 14tal kilometerkes waren er al verstapt en het ging nu rechtsomkeer richting Breezand uit. De vuurtoren van Domburg markeerde het keerpunt. Het ontoegankelijke natuurreservaat zorgde ervoor dat we hetzelfde spoor terug moesten volgen.
Ter hoogte van Oostkapelle een heel stuk door het mulle strandzand gestapt wat behoorlijk vermoeiend loopt. Dit zeker als je er al 20 paaltjes hebt opzitten. Het stappen verloopt prima en ik voel aan dat ik zo goed als klaar ben om binnenkort m'n tocht te starten. Geen blaren en bleinen, geen dips met vermoeide benen en na afloop het gevoel dat je er nog gerust een stuk of 10, 15 zou kunnen bijlappen. Alles naar wens dus. Zo onderweg hebben we toch dikwijls de opmerking gemaakt dat die Hollanders toch stukken voor liggen wat betreft ruimtelijke ordening. Hun stranden kunnen wedijveren met onze De Panne maar daarbovenop verstaan ze de kunst om het bijbehorende duinengebied respecteren. Gebouwen met een recreatief karakter worden in harmonie met de omgeving ingepland. Zorgvuldig aangelegde wandelwegen en schitterende fietspaden zorgen voor uren wandel- en fietsgenot. Horecazaken zijn natuurlijk aanwezig maar liggen verspreid en storen de omgeving niet. Ons duinengebied en de natuur er rond werd grotendeels naar de vaantjes geholpen door het her en der inpoten van schreeuwlelijke villa's en residentiële appartementen waarbij de hun toegekende potsierlijke Franse benamingen de grandeur van onze kust en haar vakantiebewoners moest belichamen. Tot in 1976 reikte de gemeente Koksijde zelfs premies uit aan eigenaars om een Vlaamse naam te geven aan hun littoraal stulpje. Niet te geloven , 't is om te bleiten. 't Kwaad is echter al lang geleden geschied.

Tijdens de laatste kilometertjes langs de vloedlijn viel er een madammeke op die gekleed in een Romeinse tuniek van zichzelf selfies stond te trekken in de branding. Raar zicht, ik denk wel dat ze urenlang het water in en uit is opgesprongen om de perfecte selfie te verkrijgen. Toen de wandeling afgelopen was ze nog steeds bezig. 
Te hard gestoeft over het kunnen van onze Noorderburen. Dat moest zich wreken. Ik maakte nog de schampere opmerking ... 'Weet ge wat Ronny ?'. We stapten net de duintrap af naar zijn geparkeerde auto. 'Bij ons moet ge verdorie betalen om je auto te mogen parkeren aan de kust'. 'Das waar' repliceerde hij. Een hagelwit bonnetje tussen de ruitenwisser bracht de ontnuchtering. Een bonnetje van 60€ straatwaarde alstublieft omdat we de parkeerautomaat waren voorbijgelopen. Ik beuzel 59,9€ om precies te zijn. Commerce, even gaf dat je het gevoel dat parkeerboetes in Nederland ook de solden volgden. Echt niet gezien die parkeerautomaat. De bordjes die er naar verwezen moest ge echt gaan zoeken. 't Zijn lepe mannen die Hollanders, 't mag ook worden gezegd :-).
En ook deze dag was er weer éne om van te snoepen. 28km wandelplezier in een wondermooie streek. Ik kom er nog wel eens terug.

woensdag 12 augustus 2015

Bergen - Mons : De Europese Cultuurhoofdstad



Het ritje Schoonaarde - Schellebelle zal voor een volgende keer worden. Met goedkeuring van mijne stapmaat kwam Mons uit de bus als wandelbestemming. Dat deze stad anno 2015 zich mag kronen met de titel 'Culturele Hoofdstad van Europa' maakt de keuze nog een beetje volwaardiger. Zelf ben ik er, althans niet dat ik het me kan herinneren, nog nooit geweest. Dus, Bergen  heren we come ! Deze keer werd het deels een stads wandeling, deels een verkenningstocht voorbij de stadsrand. Een beetje curiositeit naar het meer 'Le Grand Large' heeft ook wat meegespeeld bij het uitstippelen van het een goeie 20 paaltjes tellend trajectje. Met een treinritje van 2 uur sta je in Bergen, de biotoop van onze vroegere 1ste minister, den Elio di Rupo. Geen schoofzakje deze keer want ik vermoedde dat er wel iets in de stad te verhapscharen zou vallen. Afspraak om 8 uur met de Ronny en de Catsjoe in Berchem statie. Van daaruit naar Brussel Zuid en dan de trein naar Quiévrain. We hadden evengoed met de duiven kunnen meerijden, die worden daar in Quiévrain immers gelost. De kleine halve fond en op weduwschap :-). Deze keer eens geen problemen met de trein. Alle treinen netjes op tijd. Op het perron in Brussel Zuid, de Midi zoals ze genoemd wordt, stond er een kleine horde West-Vlaamse dames op leeftijd eveneens de trein naar Bergen op te wachten. We zouden ze nog tegenkomen. Bij het buitenkomen van de statie in Mons was het al prijs. En ook nu weer was het de Catsjoe die voor de lijm zorgt bij ontmoetingen. De  Catsjoe trok meteen de aandacht van het vrolijk kwetterende stel West-Vlaamse nimfen . ‘Je gaat zien’ maakte de Ronny hen wijs, 'we gaan jullie stalken' . In Mons was ik dus nog nooit geweest en ik moet bekennen, het heeft me aangenaam verrast. Het is een nette stad geworden met veel bezienswaardigheden. Uiteraard zal het stadsbestuur, hun titel van Europese Cultuurhoofdstad indachtig, wel extra inspanningen geleverd hebben. Rustig begonnen met een klim naar het hoogste punt van Mons, het mooie en imposante belfort. Verschillende kinderanimaties en kraampjes stonden daar opgesteld. Vanop die heuvel aan het belfort had je een prachtig zicht over de stad. De stad omfloerst met een lichte nevelsluier moest nog ontwaken. Na een klein toertje met vele trapjes rond het belfort ging het richting Le Grand Large uit. Een groot meer ten Noorden van Mons. De weg er naartoe was minder mooi en nergens op mijn wandelingen heb ik zoveel zwerfvuil aangetroffen als buiten de Bergense stadsrand. Het leek er wel op dat bij de oppoetsbeurt van Mons al het vuil onder de mat van de buurgemeenten werd gevaagd. Een schril contrast met de netheid in de stad en de megalomane bouwprojecten die aan de stadsrand worden uitgevoerd. Een pad overwoekerd met onkruid, brandnetels, doornstruiken leidde ons naar dat meer. De Ronny vond het wijs om benen en armen in te smeren met Deet, dat insectenwerend spul dat door de Amerikanen werd ontwikkeld tijdens de Viëtnamoorlog. Teken zijn immers gevaarlijke beestjes. Het meer oogde rustig onder een strakblauwe hemel. Enkele zeilbootjes zeilden baantjes aan de overkant van het meer maar ook vele plezierbootjes lagen er werkloos afgemeerd aan de kade van de jachthaven. De jachthaven ! Een uitgelezen stop.  Op het terras aan de jachthaven hebben we de bokes, die eerder op een bankje naar binnen werden gespeeld, doorgespoeld met een lekker Chouffeke. Vervolgens terug de weg op en verder. Het was verdorie al erg warm geworden daar in de volle zon. Enkele honderden meters verder werd het meer omzoomd met een afgrijselijke omheining. Volgens mij had die geen enkel nut meer want op verschillende plaatsen was ze vernield. Het is niet te verstaan dat men wat zo een mooie wandelweg zou kunnen zijn laat verkommeren naar een staat, een ghettosteeg waardig. Ook de wandelpaadjes waren verdwenen wat ons een serieuze omweg bezorgde tot aan de spoorwegbrug over het Canal du Centre. Door het verdwijnen van die wandelpaadjes moesten we op een bepaald moment zelfs over een hoge spoorwegberm klauteren om terug naar de stad te kunnen lopen. Foei, dat is strafbaar, maar nood breekt wet! Vooraleer op de grote markt te belanden hebben we nog wat door allerhande straatjes geslenterd. Eén van die straatjes herbergde het stulpje van den Elio. Een bescheiden herenwoning in een volkswijk. Je zou anders verwacht hebben. Na wat omzwervingen belandden we op de grote markt van Bergen. Een prachtig stadhuis vind je daar met een schitterende tuin. Alle deuren staan er open voor bezoekers.
Het aapje van Bergen, het lokale Manneke Pis van deze hoofdstad kreeg veel aandacht van de toeristen. De traditie wil dat wanneer je naar geluk zoekt, je op het koppeke van dat bronzen beestje moet wrijven en een wens doen. Het bronzen beeldje siert al van in het begin van de 17de eeuw de inkom aan het stadhuis. Rondomrond mooie statige gebouwen en op de markt zelf heerste er een heel gezellige vakantiesfeer. Veel animatie op het plein, boordevolle terrasjes met dagjestoeristen en ook, maar jammer genoeg en dit voor henzelf, een schare junkies, bedelaars en marginalen. Op het terrasje kwam er zo een verloren kost om een euro bedelen om een hamburger te kopen. Niet verstoken van enig altruïsme stopten we hem die euro toe. Een mens moet eten nietwaar ? 5 minuutjes later had hij zijn vloeibare hamburger in blik aangeschaft en kon hij toasten op onze domheid.  Iets later dan weer een junk die we al eens hadden aangetroffen in de tuin van het stadhuis. Duidelijk in andere sferen vertoevend verzocht hij ons om wat sigaretten. Iets verder van het terrasje hield een verwaaide bedelaar, zo stoned als een gepelde garnaal, de pet open voor een aalmoes. Zijn hond, zichtbaar helemaal onder de vlooien, hield hem mee op de been. Nee, het aanzicht op de keerzijde van onze samenleving werd in Bergen niet uit het straatbeeld geweerd. 
Het keurige gezelschap aan dames uit West Vlaanderen daarentegen was nog niet uitgeraasd. Ze zaten op het terras van het buurcafé en de Catsjoe lag bijna onder hun tafeltje. Ze hadden nog veel te doen vandaag. Uit hun opmerking 'Hauw, zolange 't nog ni kloare is, gon widder deure' kon ik opmaken dat ze het komende nachtje nog wilden doorzakken en maar eerst naar 't Zeitje' weerkeren bij daglicht. Het zwakke geslacht ? Ja banane ! De kwak smaakte heerlijk op dat terraske. Plezante babbel, lekker pintje, vakantiestemming ... Echte toeristen dat we waren ! Nog een klein stukje naar de statie en we konden weeral naar huis. Van de vooropgestelde 20 paaltjes hebben we er toch nog een 16 gestapt wat ik eigenlijk wel best vond voor een stadstripje. Een erg mooie dag hebben we weeral mogen opschrijven en tot besluit mag ik stellen dat Mons beslist nog een bezoekje waard is. Met de wederhelft dan, dit welteverstaan. 


woensdag 5 augustus 2015

De oude Leie : Tussen Drongen en Deinze

De Leie of Golden River ontspringt in Lisbourg in Frankrijk en stroomt via Menen ons Vlaanderen binnen. Ze vloeit oostwaarts verder naar Gent tot aan haar monding in de Schelde. Vanaf Deinze tot waar de Leie Gent binnenstroomt spreken we van de schilderachtige 'oude' Leie. Het natuurlijke karakter van meanderend stroomgebied kon dankzij de aanleg van het Schipdonkkanaal behouden blijven. 



Deze intro even ter informatie. Maar nu, nu moet ik stilletjesaan eens wat meer beginnen te oefenen met m'n tablet. Fotokes opladen ook. Het blijft een hele onderneming met dat geschuif tussen die schermen, maar met wat oefening gaat dat wel lukken. Althans dat hoop ik toch. Het scheelt hem direct enkele honderden grammen in de rugzak. Elke gram die je niet moet meesleuren is meegenomen. Voor vandaag wordt het een tochtje van Drongen naar Deinze. Een uitstapje van een dikke 25 km en met het voorspelde mooie weer ... dat laten we uiteraard niet links liggen. Een toerke dat zich ontrolt tussen de oude Leie-armen moet beslist de moeite zijn.

Verschillende schilders hebben in het verleden zich deze contreien tot hun heimat toegeëigend en heden ten dage inspireert deze streek nog menig kunstenaar. Sint Martens Latem betekent voor Vlaanderen dat wat Montmartre oproept bij de Parijzenaars. Een beetje ter zijde maar toch ... ook de gefortuneerde Belg voelt zich geroepen om hier zijn onroerende goederen rijkelijk te etaleren. Maar daarvoor ben ik helemaal niet de Leie komen verkennen.
Treintje op rond 07u en we zien wel wat de dag brengt. Deze keer een solotrippeke want de Ronny en de Catsjoe gaven verstek. Werkzaamheden aan hun huis, ttz sleutelen aan de beerput en de riolering kregen voorrang en noopten hen deze keer even forfait te geven. Volgende week trekken we er wel weer samen op uit. Ondertussen heeft de Ronny me voor onderweg op dit tripke al wat stof tot nadenken gegeven ... een toerke met tent en slaapzak in putteke winter. Het overwegen alleszins waard, dus dat moet kunnen. In de ijskast lagen er nog een paar Hollandse maatjes te zwemmen dus die mochten mee in de broodtrommel voor de schoofzak. Nog een paar blikjes cola, een stuk peperkoek (dat is het beste eten dat er bestaat om bij een energietekort tgv een inspanning je suikerhuishouding terug op peil te brengen) en klaar. Vervolgens de trein op in Beveren waar een lieve dame aankondigde dat wegens een defect aan de locomotief mijn treintje eerst 13, daarna 18 minuten vertraging had. Ik begin aan de grillen van onzen IJzeren Weg te wennen. Rond 10u in Drongen aankomen was nog binnen de gestelde deadline. Meteen draaide de weg onder de statie door en kronkelde zo naar de Leieboord. Prachtig stukje natuur langs het jaagpad maar zo jammer. Overwegend wordt dit jaagpad ontsierd door aangemeerde luxejachten en joekels van villa's van vermogende landgenoten die op de oevers staan neergepoot. Een GR aanduiding wees me erop dat ik op de GR 128 zat. Die loopt van Wisant tot in Aken. Zoveel tijd had ik echter niet en hield me dan maar aan de vooropgestelde route. Afsnee doorgelopen en zo terug Drongen binnen, een flitsbezoek aan Baarle en zo door naar Nevele. Helaas jammer want dat stuk was overwegend beton. Eerst in Nevele werd het op het Pestelpad, waar de maatjesharingen van trommel naar maag verhuisden, iets aangenamer om te stappen. Het pestelpad is een erg nauw padje dat je binnendoor door Nevele loodst naar Sint Martens Leerne, de buurgemeente van St. Martens Latem. Eerlijk gezegd had ik er toch ietske meer van verwacht. Dat je in de natuur zat kon je soms enkel nog ruiken aan de zure warmlauwe-weëe mestgeur die her en der uit onzichtbare stallen over je heenwaaide. 


In Ooidonk, een gehucht van Sint Martens Leerne staat er een kasteel dat betiteld wordt als één van de mooiste kastelen in Vlaanderen : Het Kasteel van Ooidonk. Deze middeleeuwse versterkte burcht is een uniek voorbeeld van de Spaans-Vlaamse architectuur uit de rennaissance. Het werd in 1595 herbouwd en met zijn kenmerkende trapgevels en torens in de vorm van een ajuin hoeft deze Oost-Vlaamse parel niet onder te doen voor de imposante kastelen aan de Loire. Eén van de vroegere bewoners van het kasteel was trouwens Graaf Van Hoorn die onder het bewind van 'den bloedhertog Alva' zijne kop kwijtspeelde. Een paar kiekjes genomen en weer weg. Vanaf hier werd het parcours opnieuw de moeite. Iets verder kon ik de Oude Leie oversteken met een zelfbedieningsveerpontje. Van oever tot oever stond er een kabel gespannen die je op de oever kon bedienen met een katrol. De veerpont was aan die kabel verankerd en ook via een katrol op dat pontje kon je het pontje naar de één of andere kant loodsen. Zo eens iets anders en na een paar kilometertjes kreeg ik zin in een pintje. Aan de Vosselaarse Put, een meander van de Oude Leie en een mini recreatiedomeintje, kon ik mijn zin erdoor duwen. Ik vermoed dat gans Bachte Maria Leerne er wel zat. Voor 1€ kon je er met je lijf en leden een plonsbad nemen in de Oude Leie. Het stukje weide voor die meander lag bezaaid met zonnekloppende badgasten. Op een terrasje aan dit Miami Beach van Bachte heb ik een Orvalleke gedegusteerd. Een koningsdrank gebrouwen door de trappisten Norbertijnen of Premonstratenzers in Orval. Lekker. Nog een goeie 6 kilometer te stappen. Dit tochtje liep hoofdzakelijk langs het jaagpad van de Leie tot op het eindpunt in Deinze. Ook weer ontzettend mooi maar wederom die kasten van villa's op de oevers die wedstrijd houden in de pronkzucht. Op de kilometers beton na was het toch nog een vrij mooie uitstap geworden. Tegen 5 uur was ik al in de statie van Deinze. Van daaruit naar St. Pieters in Gent waar ik mezelf nog op het plein voor de statie op een blonde Tongerlo trakteerde. Dit jaar 's werelds beste bier in zijn categorie. Ik moest immers nog bijna een uur wachten op mijn treintje naar het 'Land van Awa' :-). Volgende week een nieuwe wandeling zie. Bij leven en welzijn welteverstaan. Ik denk dat het Schoonaarde - Schellebelle gaat worden. Dat is in de geburen maar ietske verder.