Pagina's

woensdag 26 oktober 2016

Eindelijk, de Makkegemse bossen en Scheldevallei


Jaja, het is er dan toch nog van gekomen ! Het toerke in de Oost-Vlaamse scheldevallei. Met de trein tot in Moortsele en met een grote boog westwaarts over Bottelare, Oud Munte, Schelderode, Merelbeke naar Melle station, het eindpunt. Goed voor 25 paaltjes stapwerk in een prachtig herfstdecor. In Sint Niklaas de trein genomen en daar samen met den Hugo op de wagon gesprongen waar de Ronny en de Catsjoe reeds in Berchem hadden plaatsgenomen. Een vlotte treinreis want alle treinen reden min of meer stipt. De Catsjoe zorgde weer voor wat klap onderweg. De treinbegeleidster, een madammeke vooraan in de 30 schat ik, heeft ons bijna het ganse traject compagnie gehouden. Zo leerden we eens kennismaken met het beroep van conducteur. Vreemd, je staat er nauwelijks bij stil, maar ook deze mensen worden van minuut tot minuut gemonitord door big brother. Met een gps in hun valideringsmachientje worden ze gevolgd. Onzichtbare cameras, verstopt in de digitale informatieborden in de wagons, kunnen hun doen en laten volgen. Informatie wordt uitgelezen uit hun scantoestelletje en gegoten in statistieken. Aantal controles, conflicten met vervallen abonnementen en niet aangerekende boetes, aanmeldingen op seinposten en ga maar door .... pfffft, 't deed me denken aan mijn vroegere werk. Het adagio 'Meten is weten' wordt bij de NMBS ook onderschreven. Freude am Arbeit is er voor deze mensen ook niet meer bij. Dit zal zich zeker later vertalen naar een hoop ziekteverlet. Maar goed, het zal wel overal zo zijn. 

Om halfelf konden we er aan beginnen. Eens het dorp uit zaten we volop op den 'boerenbuiten'. Mooie paadjes tussendoor de licht heuvelende velden moesten ons tot aan het Makkegembos brengen. Onderweg daar naartoe brachten nette informatieborden je op de hoogte van het wel en wee van de destijdse boerenbevolking. St. Pietersvuur, weerwolven (de horrorclowns van toen), spoken, snijpaarden in de Driesbeekvallei, dorsvlegels, masteluinbrood ... als je er even de tijd voor neemt om die borden te lezen dan kom je het allemaal te weten. Boeiend is het wat mij betreft zeker. 
't Liep al tegen de middag aan en den beer begon te grommen. Een picknicktafeltje iets verder in de wei zou uitstekend van pas gekomen zijn ware het niet dat een buurtbewoner er ons op attent maakte dat het privé-eigendom was en dat de eigenaar ervan gene gemakkelijke was. " Tè ne roare veugel, meniere es prefesser en madamme es n doktoore ". Een sappig dialect dat Gents.
Dan maar doorlopen naar het Makkegembos. Daar zouden we wel een tafeltje vinden. Navraag bij een parkwachter van Natuur en Bos, de Ronny dacht eerst dat het een boswachter was en lijnde vlug de Catsjoe aan, leverde niet veel op. Hij wist nergens een tafel staan. Dan maar verder stappen. Ik denk dat die parkwachter zijn bos niet kende. Een paar honderd meter verder vonden we een prachtig plaatske. Drie grote boomstammen, omgebouwd tot zitbanken lagen in een halve cirkel op een open bosplekje. Ideaal voor de picknick. De Ronny had ons ossestaart beloofd maar die was ondertussen in een konijn veranderd. Den beenhouwer zat zonder was het excuus. Den Hugo had dubbele trappist bij en bijgevolg werd het schof eens te meer een culinair hoogtepunt. Lekker, gestoofd konijn op een bedje van een stuk of zes verschillende groenten. Eten in openlucht ! De smaak van het lekkere eten vermengd met de frisse geuren van het bos gaf een kruidig aroma aan de Ronny zijn kookkunst. Af !!!
Nog een heel stuk viel er te stappen. Langs de scheldemeersen ging het voort tot aan het Kwenenbos. Prachtig hoe de herfst met haar schilderspalet en penseel de natuur bespeelt met pasteltinten en kleurschakeringen. De rust overvalt je wanneer je je hierin verliest. Wandelen brengt je ontzettend veel 'peace of mind' bij.

Bij toeval botste ik op Facebook op een verwijzing naar de blog van een zekere Peter Ketelers. Het artikel bevestigt mijn bevindingen : http://smove.be/sommigen-kiezen-yoga-tuinieren-ik-hou-van-simpelweg-wandelen
Deze kerel stapte ter gelegenheid van zijn 40ste verjaardag, 40 opeenvolgende dagen lang, 600km op de Belgische Grote Routepaden. Het is echt de moeite om dit eens aandachtig te lezen : https://enroute40.wordpress.com/category/dag-per-dag/

Zo, we zijn er bijna. Den Hugo had voorgesteld om het toerke zo uit te stippelen dat er een bezoekje kon ingelast worden aan een kozijn van zijn vader in Merelbeke. Zo gevraagd zo gedaan. De brave man, gezegend met 85 wijze levensjaren, verwachtte ons.
Bij een lekkere Leffe Royal werd dit een mooie afsluiter van de dag. Gilbert was de naam. Een vitrinekast vol trofees trok onze aandacht. Een ganse doos vol met eremedailles die al opgeborgen lag werd er ook nog bijgehaald. We mochten luisteren naar zijn verhaal. Gilbert was een fervent schutter geweest. Pistool, karabijn en geweer waren de disciplines die hij als meester beheerste. Nu borg hij stilletjes aan al die herinneringen op. Ontroerend en tegelijkertijd verrijkend. Bedankt voor de lekkere pint Gilbert.
Nog enkele kilometertjes vielen er te stappen tot in Melle. De dag zat er op. Een mooie dag, een uitgelezen dag. Het prachtige weer zorgde daarbij voor de boventoon. Waarschijnlijk één van de laatsten dit jaar.


Created with flickr slideshow.

maandag 24 oktober 2016

Kallo en de Waaslandhaven op de Linkerscheldeoever.

Onlangs kreeg ik een berichtje van een vriend waarin de vraag werd gesteld of ik mijn wandelingetjes had gestaakt. Deze blijk van belangstelling kon ik wel appreciëren maar het herinnerde me er tevens aan dat mijn bottienen al een poosje werkloos in het schab stonden. Ik wijs een beetje het gebrek aan inspiratie aan als oorzaak van dit manco. Nochthans is er keuze in overvloed. Korte wandelingetjes van 8 tot 10 kilometertjes, de zogezegde pittoreske zondagswandelingetjes, zijn er met hopen maar voor de grotere originele tripjes moet je al iets dieper gaan graven. Ik kwam er gewoon even niet toe.  Hoog tijd dus om het tij te keren en dit kon best hier in de onmiddelijke omgeving haar beslag krijgen.
Om 9 uur stond den Hugo aan mijn deur deze morgen. Alsof hij weet moet gehad hebben van die inspiratiedip bracht hij me een tijdschrift mee 'Stap#1'. De cover vermeldde : 'Ontdek de 10.000 km wandelpaden door Vlaanderen en Noord-Brabant'. Voilà, dat kan tellen als boost. 


Met z'n tweetjes er op uit waarbij de focus op Kallo gericht stond. Kallo een deelgemeente in Groot Beveren met een bewogen geschiedenis op haar palmaresje. Calloo bestond al in de 12de eeuw en was een vredig polderdorpje in het grote Land van Waas. Hoe peisvol het er nu ook bij ligt, al in 1316 brandschatte Willem III van Holland het dorpje en zette het onder water. De geschiedenis van het dorpje was hiermee geenszins al geschreven. Er zou nog veel meer aan de analen toevertrouwd worden.
Mijn karretje werd aan het gemeentehuis gestald en voorzien van ransel en paraplu konden we vertrekken. Er werd immers regenweer voorspeld maar gelukkig bleef het bij een voorspelling. Het dorpje lag er nog vredig bij in de ochtend. Het kompas werd richting Fort Liefkenshoek gedraaid. Na amper 200 meter stappen waren we al de dorpskern uit en wandelden we over het kanaal de Melkader. Een mooi bronzen naambord siert er de brug over het kanaal. Alexander Farnese, de zoon van de Hertogin van Parma en landvoogd der Nederlanden voor Filips II bouwde in 1584 bij Kallo een 800 meter lange brug over de Schelde. Ook liet hij de Parmavaart graven waar de Melkader nu nog deel van uitmaakt. Ik had er nog nooit van gehoord. De Melkader werd nog even gevolgd tot aan het Beverse golfterrein. Een verbouwereerde wandelaar met een Ierse setter kwam ons tegemoet op het einde van het bewandelbare stuk van de dijk. Hij was even er voor een vos tegengekomen. Zijn Iers setterbeest was er naartoe gelopen en de brave man moet zijn ogen niet kunnen geloofd hebben toen bleek dat zijn hond en de vos goed met elkaar konden opschieten. Ze liepen zij aan zij snuffelend aan elkaar. Hij kon er niet van over.
Op het golfterrein aanbeland troffen we al enkele sportievelingen aan die met veel bravoure tegen een balletje mepten. Hun caddies beladen met clubs in alle geuren en kleuren sleurden ze achter zich aan en met volle overgave wijdden ze zich aan de nobele golfsport. Enkelen kozen resoluut voor het comfort en reden er van hole tot hole in een elektrieken jeepke. Sporten is gezond maar volgens mij doet dit toch afbreuk aan het doel van sporten, namelijk de lichaamsbeweging. Ik kan me echter vergissen en probeer even niet te oordelen. Al valt dit me moeilijk.
Voorbij het golfterrein zaten we volop in het havengebied. Dokken, sluizen, kades, containerterminals, kustvaarders, oceaanstomers, trucks, goederentreinen, chemiereuzen, fabrieksschouwen, hoogspanningspylonen, loodsen .... noem maar op, het plaatje was compleet.


Den Hugo die beroepshalve dikwijls in deze contreien vertoefde verbaasde me opnieuw. Niet alleen met zijn ingebouwd kompas en gps maar eveneens met zijn kennis van de ontwikkelde nijverheid in, en de geografie van het gebied. Met kennis van zaken lichtte hij me in over de bedrijvigheid van de verschillende fabrieken. Van verbrandingsovens over naar massa-overslagbedrijven en zo dan weer van recyclagebedrijven naar loodsdiensten, treintunnels. Er kwam zelfs een heel uitgebreide technische kennis tevoorschijn betreffende hijskranen, stackers, heftrucks, sleepboten en ga maar verder. Onvoorstelbaar, Hugo de wandelende encyclopedie.  

We zochten een schoofplekje op. Het fort van Liefkenshoek leek ons ideaal. Het ligt een beetje uit de schaduw van de ontelbare hoogspanningsmasten en de industriezones die daar het landschap domineren. 


In de 16de eeuw werd er in Liefkenshoek, een gehucht van Calloo, een fort gebouwd dat bescherming moest bieden tegen den Spanjaard. Dit fort 'Liefkenshoek' genaamd was eigenlijk een schans en werd op een militair strategische plaats gebouwd op de Scheldeoever. De daaropvolgende eeuwen hebben verschillende overheersers er zich gehuisvest.  In de periode 1585-1786 is het een vooruitgeschoven post van de Republiek der Verenigde Nederlanden geweest. Nu is het fort eigendom van de gemeente Beveren en sinds 1985 een beschermd monument.
Het fort werd in 1579 gebouwd tegenover het fort Lillo aan de rechteroever, waarschijnlijk in opdracht van de magistraat van Antwerpen. In juli 1584 viel het in handen van het Spaanse leger, maar in april 1585 kregen de Antwerpenaren het weer in handen. Na de Val van Antwerpen, op 15 augustus 1585, behielden de opstandelingen in de Noordelijke Nederlanden de greep op het fort. In 1614 werd het fort geheel vernieuwd op basis van een bestek van de vestingbouwer David van Orliens. Bekend is ook de Slag bij Calloo waar op 21 juni 1638 de kardinaal-infant Ferdinand een overwinning op de Hollanders behaalde waarbij Maurits, zoon van Willem van Nassau het leven liet. Bij de Vrede van Münster in 1648 werd het fort dan officieel erkend als een vesting van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze Republiek beheerste dus de Schelde tot vlak voor de stad Antwerpen. Vanuit Lillo en Liefkenshoek werd een fiscale barrière in stand gehouden die nadelig was voor de handelspositie van de Antwerpse haven. Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog in 1747 namen de Fransen het fort in. Bij de Vrede van Aken, getekend in 1748, werd Liefkens­hoek weer aan de Republiek toegewezen, die het in februari 1786 aan de Oostenrijkse Nederlanden afstond in uitvoering van het Verdrag van Fontainebleau (1785).
Tijdens de Franse bezetting, tussen 1794 en 1814, werd het fort uitgebreid met een kruitmagazijn en een halfcirkelvormige bomvrije kazerne, bestaande uit twaalf kazematten.
Na de Belgische Revolutie van 1830 bleven de forten Liefkenshoek en Lillo nog tot 1839 in handen van het Koninkrijk der Nederlanden. In 1894 werden ze als vestingwerken buiten bedrijf gesteld. Liefkenshoek werd een hospitaal (lazaret) van de quarantainedienst op de Schelde tot 1952. Na de Tweede Wereldoorlog werd het fort gebruikt als basis en depot van de Belgische marine. Van 1964 tot 1973 deed het dienst als vakantieoord van het Belgische leger voor beroepsmilitairen en hun families. Daarna werd het fort gesloten tot het in juni 1980 werd aangekocht door de gemeente Beveren.
Er is een bezoekerscentrum en een belevingscentrum. Het fort kan vrij of begeleid bezocht worden. Helaas, op maandag was het niet toegankelijk en hebben we onze bokes op een bankje voor het fort moeten binnenspelen. We kregen er bezoek van fietsende jongelui. Een vrolijke bende 16-jarigen die met hun klas een meerdaagse uitstap hielden met fiets, rugzak en tent. En maar vertellen. Enkelen waren ook scout. Een chokoladegekleurd klasgenootje ontpopte zich tot ster van het groepje. Zijn totemnaam luidde :  'Wangabee', althans luidde het zo. God weet welk beest dat mag zijn ? Een tof kereltje die Wangabee. Grote ogen trokken ze nog wanneer ik hen vertelde van den Hugo zijn tocht naar Rome te poot met tentje en rugzak. Zoiets hielden ze voor het onmogelijke. Het was een leuke ontmoeting met die jonge gasten. Helaas wat kort. Hun klasmeester moest hen aansporen om terug te vertrekken want ze liepen uit op hun schema. Ze moesten nog tot in het stropersbos in Stekene geraken om te overnachten. Daar moesten ze zelf hun potje koken. Is dat niet tof ? Het is wat mij betreft duidelijk dat sommige mensen het denkbeeld van de aan smartphone en i-pod gekluisterde jeugd dringend moeten bijstellen. 
Met het geven van onze bloglinken waren ze erg opgezet. Dat ze zich maar goed amuseren en plezier maken.
Een bezoekje aan Fort St. Marie zat er ook nog in deze dag. In een grote boog de Schelde volgend gingen we die richting uit. Opnieuw weer het ansichtkaartje van de immer uitdeinende havenindustrie. Deze keer aangevuld met voorbijstomende zeereuzen en binnenschepen. Het werd tijd om dit eens door te spoelen. Terug aangekomen aan het golfterrein waagden we het er op om even de kantine van de golfclub op te zoeken. Den Hugo ging eerst heel voorzichtig polsen aan het onthaal of het gepermitteerd werd dat er een stel proletariërs met rugzak zich kwamen laven in hun elitair etablissement. Dat was geen probleem, klandizie en personeel waren de vriendelijkheid zelve en bij een portie aangeboden borrelnootjes lieten we ons de Trappisten goed smaken. Rangen en standen vervaagden zienderogen. 
Nog 8 kilometertjes bleven er via Fort St. Marie te stappen naar het eindpunt. Fort St. Marie, de mooie marinekazerne van weleer is nu een opvangcentrum voor vluchtelingen. Een trieste aanblik werd het. De mooie vijvers rond de kazerne waren omringd met metershoge hekken. Onkruid woekerde tussen het beton. Het verval is ingetreden. De gebouwen nog steeds getooid met naamplaten zoals de Rupel, de Ourthe, de Lesse, verwijzend naar de doopnamen van onze inshore mijnvegers lagen er zieltogend bij. Her en der een sukkelaar die er op het terrein als een geest rondwaarde en deze plaats zijn thuis moet noemen. Een 'thuis' ook voor het jonge oosterse meisje dat op een afgedankt veloke daar wat toekomstloos rondreed. Het doet je wel iets wanneer zo'n wicht dan, ondanks de miserie,  jou met haar gitzwarte oogskes je lief een goeiedag toeknippert. Een kazerne in verval, alles is vergankelijk en ik hoop op hetzelfde voor die mensen hun ellende.

Nog een laatste spurtje werd volbracht langs het Groot Rietveld. Je moest een hekje openen om er binnen te geraken. Een ruig slingerpadje diende gevolgd te worden en het was voor mij en den Hugo een compleet raadsel om de herkomst van de ontelbare bergen paardendrollen op dit pad te achterhalen. Om de 100 meter lag daar zo'n gigantische hoop opgestapeld. Onmogelijk dat één paard dat gescheten kon hebben. Een paard kon ook niet door het nauwe toegangshek. Nu, wakker ga ik er niet van liggen. 
Dit Groot Rietveld is een heel prachtig stukje natuur dat werd aangelegd als offergeld voor het inpalmen van duizenden hectaren natuurgebied met het doel dit tot industriegebied te degraderen. De aanleg van de Antigoonspoorwegtunnel onder de Schelde gaf hiertoe de aanleiding. Een mooi initiatief weliswaar maar achteraf beschouwd een miniscuul  druppeltje op een hete plaat. Als je zo te poot een 25-tal kilometertjes door een havengebied streunt dan dringt de verwoestende impact van de industrie in het geheel tot je door. Uitbreiding, geldgewin door de multinatinals, steeds meer en meer, economische belangen die gediend en gevrijwaard moeten worden en soms onvermijdelijk aanleiding geven tot conflicten en oorlogen. Die mastodonten van industriële installaties en gebouwen, de getuigen van onze welvaart, wel ze staan er nu éénmaal en moeten ten allen prijze renderen. Je kan er de ogen niet meer voor sluiten.  Als je dan dat vervallend marinekazerneke daar temidden onze welvaartsymbolen ziet staan, bevolkt met die sukkelaars van vluchtelingen .... Een mooiere metafoor voor ongelijkheid tussen volkeren kan er niet bedacht worden. Het contrast doet pijn aan de ogen.
Maar goed, deze prachtige dag zat er weeral op en woensdag zijn we weer weg. De Makkegemse bossen met een ommetje langs Merelbeke om een bonjourke te brengen aan de kozijn van den Hugo. De Ronny en de Catsjoe gaan ossenstaart klaarmaken. In den oven want volgens de Ronny staat of valt zo'n gerecht ermee. We moeten ons enkel in bokes voorzien om te 'soppen' . Jammer dat den Angelo en de Marc er niet bij kunnen zijn. Maar het zal weer plezant worden, ik ben benieuwd.
.
    


Created with flickr slideshow.

woensdag 5 oktober 2016

Het Molsbroek in Lokeren


Voor deze dag des Heren stond er een wandelingetje op stapel in Merelbeke. Den Angelo en de Marc moesten nog bekomen van hun Escapardenne avontuurtje zodat we met z'n vieren waren om het al zolang aangebrande toertje 'de Makkegemse bossen' te gaan ondernemen. De Ronny en de Catsjoe stonden al om halfnegen aan m'n deur. Voor een kommeke koffie was er nog alle tijd want den Hugo verwachtte ons eerst rond 9 uur in Temse. Thuis bij den Hugo stond de koffie en het koekske ook al klaar. Tijd genoeg nog voor de Ronny om ons de fotokes te laten zien van zijn Kreta trip. Prachtige fotootjes waren het. Bergen en valleien met daartussen eindeloos slingerende miniscule paadjes die je in vogelvlucht gemeten na enkele uren stappen nauwelijks een kilometertje verder brachten. Knap gedaan met maar 500 meter foefelwerk waarbij hij noodgedwongen een lift moest vragen om voorbij 4 kolossale pyreneese berghonden te geraken die een kudde schapen bewaakten. Volgens de Ronny viel er met die beestjes niet al te veel te klappen en koos hij voor het zekere boven een paar happen uit zijn broek.

Den Hugo ging voor onderweg nog vlug wat okkernoten rapen in zijnen hof en weg waren we richting Merelbeke. We zijn er echter niet geraakt ! Fileleed was hier oorzaak aan. Het verkeer op de E17 stond stil tot in Kalken. Dan maar een sluipweg opgezocht via Sint Niklaas maar dat leverde niet veel op. Ook daarop was het schuifelen tussen de honderden vrachtwagens door richting Gent. We beslisten ter hoogte van Lokeren om er de brui aan te geven en het wandelingetje aan het Molsbroek nog maar eens over te doen.


Het was geleden van verleden jaar in april dat ik daar nog eens gestapt had. Café 'Het Breimachien' waar Patricia waakt in plaats van de hond lag nog vrij vers in het geheugen. De Ronny parkeerde daar vakkundig zijn kar en op stap dan maar. Het Breimachien was nog gesloten maar later op de dag zouden we daar ons wandelingetje kunnen opbergen. De grote plas water die het Molsbroek kenmerkt was grotendeels opgedroogd. De duizenden lawaaierige meeuwen waren er niet meer. Hoog opgeschoten biezen bedekten vrijwel de ganse plas en hier en daar waar er nog water stond trof je nog een kolonietje Canadese ganzen aan.  

Na amper 500 meter stappen stonden we al aan de blokhut van het natuurcentrum. Aangezien de klok ondertussen al tegen de noen aankeek was dit het uitgelezen plekje om de schoofzak aan te spreken. De picknicktafeltjes er omheen hadden we geheel voor ons alleen. Er viel niemand te bespeuren. Voor de afwisseling werd de openluchtkeuken nog eens opgesteld. Dat was weeral eens lang geleden. Branderkes en windscherm werden vlug opgesteld en we konden beginnen met koken. Een paella met alles er op en er aan. Kip, mosseltjes, inktviskes, chorizo ... saffraan, rijst, tomaatjes, look, schijfjes citroen en wat peterselie erop, nog een fleske wijn erbij om het compleet te maken erbij en klaar was Kees. De kookkunst gebracht in het Catalaanse 3-sterren restaurant 'El Bulli', het beste restaurant ter wereld, verbleekte er zienderogen bij. De Catsjoe mocht als dessertje bij zijn gerookte varkensoren nog de telloren en de pannen aflikken. Geen kruimeltje bleef er van onze paella over. We zouden er volledig tegenaan kunnen gaan. Prachtig wandelen is het daar. De vorige keer toen we daar aan het Molsbroek waren was er een deel van het Durmepad afgesloten omdat er een vistrap werd gebouwd. Ondertussen bleek dat werk afgerond te zijn en konden we dit stukje op het gemak verkennen. Het zou geen grote wandeling meer worden vanwege het geleden tijdverlies in de ochtendlijke verkeersellende maar het mooiste stuk werd dan toch nog verzilverd.
Kuierend langs de Durme die dwars door Lokeren stroomt ging het richting stadscentrum uit voor een glazen boterhammetje.


Onderweg daar naar toe valt het op dat het stadsbestuur kosten noch moeite moeten gespaard hebben om de perfecte harmonie te bereiken tussen hun Durmerivier, de bruggen, haar oevers en de omringende gebouwen. Het mag gezegd dat het textielstadje van weleer erg mooi oogt. Plantsoentjes, kleurrijke bloemkorven en statige herenhuizen met prachtige gevels sieren er het straatbeeld. De grote markt, die mag er ook zijn.  Gezellig, het is er fijn toeven. Vooral vanop een terrasje zijn de positieve indrukken nog een ietsje intenser. De degustatie van een lekkere Ommeganck droeg zeker bij tot deze impressies. Tot diep in de jaren '70 bleven in Lokeren de haarsnijderijen en slacht- en textielfabrieken de belangrijkste industriële activiteiten. Deze waren erop toegespitst vilten hoeden te produceren uit de pelzen van hazen en konijnen. Er werd bij de productie echter veelvuldig gebruik gemaakt van een chemische vloeistof op basis van kwikzilver en salpeterzuur. Op de plaatsen waar zich vroeger haarsnijderijen bevonden is de grond nu nog vaak vervuild met kwik. Ik heb er echter niks van gemerkt te oordelen naar de smaak van mijnen Ommeganck. In 2012 werd er in Lokeren gestart met een grondige heraanleg van de Markt. Er werden drie grote inoxen hazen geplaatst aan de oever van de Durme. Ze zijn een verwijzing naar deze vroegere nijverheid.

Er viel nog een stukje te stappen tot aan het Breimachien. Op het gemakje, de toer zat er immers bijna op. Nog een laatste versnapering in het Breimachien mocht niet ontbreken. Patricia, de cafébazin wist me te vertellen dat Dréke, de landloper, niet meer tot haar klandizie behoorde. Het scheelde haar ettelijke bussen Dettol nu hij niet meer kwam. Na elk bezoekje moest ze telkens het meubilair ontsmetten. De mens werd opgenomen in een verzorgingstehuis en stelt het goed naar verluidt. Dat was goed nieuws om te horen. 
Het zat er op. Huiswaarts nu. Weeral een mooie dag die we kunnen opschrijven. Mooi weer, mooie omgeving, tof gezelschap .... wat kan je je nog meer toewensen. De 'Makkegemse bossen' zullen voor een andere keer zijn. We laten ze nog maar wat verder aanbranden !  
     

Created with flickr slideshow.