Pagina's

maandag 11 december 2017

Een minisneeuwtrippeke in Haasdonk





Kijk eens naar omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken.
'k Wou dat dit kon blijven duren, dat het nooit meer zou stoppen.
'k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.
'k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.

                                                                                                                                                                                                Jan De Wilde

Wow, er is vandaag een serieus pak sneeuw uit de lucht gevallen. Dat was weeral enkele jaren geleden dat het Kindeke Jezus zijn beddeke nog eens had uitgeschud. Alles wit bijgevolg en dat zorgt voor het ultieme contrast in de seizoenen.  Het moet gesneeuwd hebben om van een winter te kunnen spreken. Seizoenen moeten herkenbaar zijn. Althans zo oordeel ik erover. Langs de andere kant brengt zo'n weer nu ook weeral niet iedereen in een feeststemming. Daar hoeft geen tekeningetje bij gemaakt te worden. Verkeersellende, valpartijen, schuifpartijen, oude mensen die geïmmobiliseerd raken ... een pak miserie voor velen. Kinderen daarentegen beleven dan weer de tijd van hun leven. Sneeuwbalgevechten, ijsbaantjes maken op de speelplaats, voze oren, blozende kaakskes, tintelende pollen, blauwe lippen ... waar is de tijd heen ? En, tussen haakjes vermeld : Dat allemaal nog in een korte broek ! Maar goed, de kinderen hebben zich zondag dan toch nog eens op een ouderwetse manier kunnen amuseren.

En natuurlijk, je kan dat mooie sneeuwtapijt van achter je venster bewonderen, tenminste als je op het platteland woont, maar met even een wandelingetje in de natuur te maken krijg je iets meer voeling met het seizoen. 
Muts op, bottienen aan en op weg voor een klein toerke en wat kiekjes in het dorp en aan het fort. De voetpaden en paadjes lagen er nog maagdelijk wit bij. Hier en daar zag je in een voortuintje een sneeuwman. Weliswaar reeds in staat van ontbinding want gisteren trad er na de flinke sneeuwval van in de morgen dooi op in de namiddag. Sneeuwvrouwen waren er niet te bespeuren. De emancipatie is hen voorbijgelopen. 

Toch is het wat moeilijk stappen in de sneeuw. Te vergelijken een beetje met stappen in het mulle zand. Sneeuw knispert en kraakt onder je voeten. De sporen van de ribbeltjes onder je schoeisel staan mooi afgelijnd in de witte vacht. Toch zou het mijns inziens overdreven zijn om met langlaufski's of sneeuwschoenen uit te pakken. Laat staan een span met sledehonden. Maar je komt ze soms toch tegen die plattelandschapslanglaufers. 't Heeft eigenlijk geen zicht. 

Plezant wandelen. Af en toe een gure windstoot die een lading sneeuwvlokken in je gezicht blaast. De muts nog wat verder over de oren trekken en vooruit maar want het leven rondom je vertraagt zienderogen. De weinige auto's die je in de verte ziet rijden doen dat stapvoets. Automobilisten hebben nu andere zorgen rond hun oren.  Ik niet, klinkt wat egoïstisch maar het is zo. Even een frisse neus halen en onderweg wat fotootjes trekken van het betoverende landschap. Dat was voor mij aan de dagorde.  Ik hou het kort, ik moet nog met de sneeuwschop aan de gang. Donderdag trekken we er nog eens op uit. De Ronny en den Hugo hebben zich al aangemeld. Ik moet nog een passend toerke zoeken  rekening houdend met een eventuele klimatologische haar in de spreekwoordelijke boter. 

 

13950 Created with flickr slideshow.

zondag 10 december 2017

Een gedichtje tussendoor voor 60 plussers.



Ik ben nog fit van lijf en verstand 

Wel wat artrose in mijn heup en mijn knie. 
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.  
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog. 
Maar ik ben nog fantastisch goed ... zo op 't oog. 

Met de steunzolen die ik heb gekregen, 
loop ik weer langs 's Heerens wegen, 
Kom ik in de winkels en ook weer op het plein. 
Wat heerlijk zo gezond te mogen zijn. 
Wel gebruik ik een tabletje om in slaap te komen 
en over vroeger te kunnen dromen. 
Mijn geheugen is ook niet meer zoals het was 
en ik ben weer vergeten wat ik gisteren nog las. 
Ook heb ik wat last met mijn ogen 
en mijn rug raakt meer en meer gebogen. 
De adem is wat korter, mijn keel vaak erg droog. 
Maar ik ben nog fantastisch ... zo op 't oog. 

Is het leven niet mooi, het gaat zo snel voorbij, 
als ik kijk naar de foto's, over vroeger van mij. 
Dan denk ik terug aan mijn jeugdige jaren. 
Wilde ik een jas, dan moest ik heel lang sparen. 
Ik ging fietsen en wandelen, overal heen, 
en ik kende geen moeheid, zo het scheen. 
Nu ik ouder word, draag ik vaak blauw, grijs of zwart  
en ik loop heel langzaam, vanwege mijn hart. 
Doe het maar op uw gemak, zei de cardioloog. 
U bent nog fantastisch ... zo op 't oog. 

De ouderdom is goud, ja begrijp me wel. 
Als ik niet kan slapen en dan tot honderd tel. 
Dan twijfel ik, denk ik of dat wel waar is 
en of dat beeld van goud niet een beetje raar is. 
Mijn tanden liggen in een glas, 
mijn bril op tafel, gehoorapparaat in mijn tas 
Mijn steunzolen naast het bed op de stoel. 
U weet dus wat ik met die twijfel bedoel. 
Trek niets in twijfel, zei de pedagoog. 
U bent nog fantastisch goed ... zo op 't oog. 

En 's morgens als ik ben opgestaan 
en eerst de afwas heb gedaan, 
lees ik het laatste nieuws in de krant. 
Ik wil toch bijblijven en naderhand 
 doe ik van alles, eerst geef ik de planten water, 
 de kamer stoffen doe ik later. 
Wel gaat alles wat traag 
en heb na 't eten wat last van mijn maag. 
Maar ik wil niet zeuren, want 't mag, 
dat is heel gewoon op je oude dag.
Aanvaard het rustig zei de psycholoog. 
U bent nog fantastisch goed ... zo op 't oog.

Annie M.G. Schmidt



maandag 4 december 2017

Van Bouwel naar Heist op den Berg


Het is weeral eventjes geleden dat er nog eens gewandeld werd. Huishoudelijke taken vragen bij wijle om prioriteit en dan moeten de leukere dingen even wijken. En dat moest gerecupereerd worden. Ach nee, 'moeten', dat staat al een tijdje niet meer in mijne Larousse maar een beetje die regelmaat onderbreken bezorgt me toch enigszins wat ongemak. Laat me het beter omschrijven met enige onrust. Ik heb dan maar een klodder zalf gesmeerd op dat ongemakje. Met een ferme neep op dat tubeke zalf te geven spoot er een stationstapperke van Bouwel naar Heist op den Berg uit. Een dikke 20 paaltjes, nat gewogen. 

Berchem station was de rendez-vous plaats met de Ronny, Catsjoe en de Marc. De Marc kwam iets na mij toe maar op de Ronny moesten we nog even wachten. Die zijn trein was afgeschaft en zou een halfuurtje later komen. Een mooi excuus om een koffietje te gaan slurpen bij onze Australische barrista waarvan reeds melding gemaakt werd in een eerder bericht. 

Als je moet wachten in een treinstation is reizigers spotten een verstrooiïnggevende bezigheid. Zeker 's morgens wanneer je de mensen hun haast en stress bijna lijfelijk aanvoelt. Stralend lachende gezichten zijn in de minderheid. Zo je ze al aantreft zijn ze doorgaans in groep waarbij je, afgaand op het vertoonde enthousiasme, vermoedt dat er voor hen een snoepreisje werd georganiseerd.  De aanwezige politie in de stationshal maakte hierop geen uitzondering. Met z'n zessen, gewapend tot de tanden met mitrailletten en ander schiettuig, hielden ze een rustig onderonsje. Af en toe botsen er reizigers opeen waarbij er éne de benen van onder zijn gat probeert uit te lopen in de hoop zijn trein nog te halen. De meesten lopen gehaast, daarbij elk contact vermijdend en met de blik op oneindig, hun werkdag binnen. Rare snuiters kom je ook al eens tegen. Deze morgen liep er ineens een kerel het station buiten ... "ik ben het strontmuug" ... 'IK BEN HET STRONTMUUG", keelde hij de wereld in (muug = moe en stront = poep, ter verduidelijking voor onze Nederlandse buren). Daarna begon hij wat te morrelen aan een fiets buiten in het rek. Misschien wel dat zijn eigen zoveelste fiets weeral was gejat en dat hij voor dezelfde modus operandi opteerde daar aan dat fietsenrek. Die mens was duidelijk over zijn toeren en had wat last van stress denk ik. En dan heb je nog de schare addicts die aan hun smartphone-baxter hangen en dankzij een schermpje van 10 bij 6 cm vat op het leven proberen te houden. Met een finger swipe over dat schermpje vagen ze de wereld rondom hen en zichzelf het isolement in. Ben ik weeral aan het zagen ? 

Ja ? Daar kwam de Ronny met zijne Catsjoe aan zie. Nog een koffieke alstublieft voor onze maat ? We konden zo naar Bouwel sporen. Tegen een uur of 10 stapten we uit en konden we onze wandeling in het Neteland beginnen. Onderweg werd er in de trein door de Ronny al een borrel aangeboden. Een Elexir d'Anvers. De drank die aan paarden gegeven wordt als ze last hebben van kolieken. Toverdrank met een uiterst geheime receptuur. Ook zeer aanbevolen bij dames met pijnlijke maandstonden. Hoogstwaarschijnlijk was die borrel bedoeld als opkikker voor het te trotseren koude weer. Maar het was helemaal niet koud, beetje mistig en fris in de morgen, dat wel, maar de ganse dag was het prachtig weer. Hier en daar zelfs een flardje blauw en maar eerst tegen de avond trok de hemel haar grijs pak aan. Geen spatje regen en dat was een meevaller.

22 paaltjes .... het hadden er best wel iets meer mogen zijn maar de korte dagen worden enigszins spelbrekers. Met een kleine 6 km te verlengen zouden we langs het kasteel 'Bouwelhof' en het vakantieverblijf 'Minnekepoes' van Felix Timmermans kunnen wandelen. 'Minnekepoes' één van zijn literaire œuvres werd daar ten velde geschreven. Aansluitend daarop zouden we nog het Cis Drijbooms wandelpad kunnen verkennen maar helaas, het zal voor een andere keer zijn. Deze Cis was een uniek kenner van het landschappelijk, architecturaal en cultureel erfgoed en hij heeft geijverd om een laatste stukje oorspronkelijk heidelandschap te behouden voor de volgende generaties. Deze brave mens is ondertussen al het aardse gepasseerd maar in een merkwaardig testament liet hij een groene erfenis achter : De Kerkeheide. Het is een domein van 8,5 hectare groot dat nu in handen is van Natuurpunt. Zij zal trachten via boomkap de heide te herstellen. 



Voilà, de stap er in. Al vlug laveerden we over mooie landwegels richting bos. Tussendoor de savooien en paardenweiden in met af en toe wat malse grasvelden midden in het bos. De bospaden lagen er vanaf hier wel erg modderig bij zodat een misstapje je sowieso zware slijkbottienen opleverden maar dat deerde geenszins op zulk een prachtige wandeling. Onze positie situeerde zich al tussen Echelpoel en Langenheuvel. Ik moet toegeven, het is een prachtig bosgebied en bij een aperitiefhapje annex glazeke wijn konden we dat eens rustig overschouwen. De Marc had voor deze gelegenheid speciaal een lekkere speculaas gebakken. Mooie bruintinten in de natuur vielen er te spotten. Zeker de varens waren in een warme roestbruine herfstkleur getooid. Bij de Kruiskensberg aangekomen was het schafttijd. Een boshut "Heiderust" gedoopt leverde hiervoor de nodige accomodatie. Een electrische fietstoerist had er al plaatsgevat en bladerde er in zijn gazetje. Hij was vrijgezel en op maandag bezocht hij steeds deze stek. Vlotte kerel die zich over van alles en nog wat verbaasde. Ook dat hij tijdig zijn fietsbatterij moest opladen want regelmatig overschatte hij de actieradius van zijn vehikel.

De hut stond open wat me enigszins verwonderde want er stond toch het één en 't ander binnen dat er zo uit gejat kon worden. Een mooie nieuwe houtstoof bvb. Eventjes 3 stoelen en een tafeltje die hut buitensjouwd en we waren gesteld. We konden schoven. Lang hebben we er niet gezeten want er stonden nog 13km in de wachtrij. Nog wat verder stappen bijgevolg. Niet veel echter want boscafé 't Schipke had iets te veel aantrekkingskracht. Dat etablissement lag pal aan de Grote Nete. Enkele smakelijke Nethetrippels daar netjes geconsumeerd. De batterijperikelen van onze fietsmaat indachtig was dit enkel een kwestie van niet zonder brandstof te vallen onderweg naar Heist od Berg. 

We stapten verder zuidwaarts de Grote Nete volgend op het halfverharde jaagpad in een oostelijk boogje rond Itegem. De Grote Nete wringt zich hier in ontelbare bochten door het landschap. Verbazend wel dat het vrijwel een maagdelijk landschap is. Geen boerderijen of bebouwing in de weidse omtrek te bespeuren maar wel uitgestrekte weilanden afgewisseld met flinke bospartijen. Een stevige tred werd er in gehouden en tegen 4 uur kwam de toren van de St. Lambertuskerk van Heist op den Berg al in zicht.

Heist op den Berg dankt zijn naam aan de “Heistse Berg”, een getuigenheuvel die centraal in de gemeente ligt. Op de 48 m hoge top ligt het historische centrum van de gemeente met onder andere het oude vredegerecht uit 1867, het gemeentehuis, de Sint-Lambertuskerk uit de 14de eeuw en de pastorie uit 1769. Het is het tweede hoogste natuurlijke punt van de provincie Antwerpen.  Enkel de Beerzelberg in Beerzel is met 51,60 m net ietsje hoger.
Geschriften uit de 17de en 18de eeuw spreken over het "Land ende Vrijheid van Heist". Kenmerkend voor een Vrijheid was dat het autonoom bestuurd werd, over een eigen rechtbank beschikte en privilèges genoot. Maar Heist op den Berg moet als Vrijheid al veel langer bestaan hebben.  Een eerste aanwijzing is het symbool van de gemeente: een zwaan. De Heistse schepenen gebruikten dit beest reeds in 1565 op hun ambtszegel. Aan het zegel van de toenmalige Heer van Heist komt geen zwaan te pas, wat dus wijst op een zekere graad van zelfbeschikking. Wanneer het ingelijfd werd bij de Eerste Franse Republiek in 1795 verloor Heist op den Berg al haar rechten en privileges.

Via Hallaar wandelden we Heist od Berg binnen. Aangekomen in het stadcentrum zou het zonde geweest zijn om niet eens even de berg op te kruipen. Naar boven dus langs een smal trappensteegje. Jammer dat het al donker was want het schijnt dat je daarboven een mooi uitzicht hebt over de streek.  Maar het pleintje daarboven op die berg oogde best ook gezellig. De wandeling liep ten einde want de statie van Heist was vanaf hier niet ver meer. Nog een klein stukje langs de hoofdwinkelstraat viel er te stappen. Deze was al compleet in de kerstsfeer gedompeld. Lichtbogen en kerstbomen smukten al het straatbeeld op. Goed voor de commerce.

Weeral mooi getimed zie. Bij aankomst hoefden we maar enkele minuutjes te wachten en de trein kwam er al aangereden. Pijnlijk momentje voor de Catsjoe ... een dame stapte in het gangpad op het beest haar staart. Een gekajiet dat de hele treinwagon deed opschrikken. Het mens was er duidelijk van aangeslagen. Helemaal van haar melk excuseerde ze zich meermaals. Een halfuurtje later stapte ik en de Ronny af in Berchem. Dag Marc, tot een volgende ! Hij spoorde nog verder tot in het Centraal Station. Een zoveelste fijne trip werd het. Tof gezelschap, mooi weer, lekkere pint onderweg, gezellige klap en dit alles in een prachtig decor. De volle onderscheiding voor deze dag !  Naar een vervolg kunnen we weeral uitzien.


                     Pour A.F.  😘                       S' enfuir et après - Michel Sardou




13608 Created with flickr slideshow.




donderdag 16 november 2017

Herentals, bij de Klokkenververs of Pee Stekers

Voor vandaag werd er nog maar eens op de trein gegokt. Als je van verrassingen houdt tijdens het reizen zit je geheid goed bij onzen IJzeren Weg. Je valt er nogal met regelmaat in de prijzen met stakingen, defecten aan rollend materieel en infrastructuur, spectaculaire vertragingen, afschaffingen en ga zo maar door. Maar we gaan niet de zagevent spelen vandaag. Vanaf de zijlijn is het steeds gemakkelijk om commentaar te geven.  Erg ver wilden we niet sporen aangezien de dagen nu te vlug beginnen korten. Herentals, hoofdstad van onze Kempen, en haar omgeving waren de bestemmingen voor vandaag. Hier worden er uitgebreide mogelijkheden geboden tot natuurrecreatie. Wandelen maakt daar ongetwijfeld het grootste deel van uit en misschien dekt het wel de ganse lading. Wandelsport is helemaal geen kunst als je fysiek nog een beetje weerbaar bent. En een atleet hoef je daar ook al  helemaal niet voor te zijn. Ik zie nog geen Gouden Bottien of een Zilveren Wandelstokje uitreiken aan de één of andere verkozen 'Wandelaar van het Jaar' beladen met indrukwekkende prestaties. Daar hoef je niet aan te twijfelen. 

Herentals heeft haar naam te danken aan de haagbeuk, een plant die je daar veelvuldig in de natuur aantreft. Haagbeuk werd vroeger jaren immers Heers genoemd. Ook op het wapenschild van Herentals tref je de haagbeuk aan. De stad is gelegen ten zuiden van de Kleine Nete en het noorden is vooral een bebost gebied met een rijke fauna en flora. Het is daar in dat noorden dat de lamp brandde of beter gezegd de klok luidde.  Herentalsenaren worden Klokkenververs of ook wel Pee Stekers genoemd. Om in vorige eeuwen de klokken in het Belfort te beschermen tegen roest kwamen enkele pientere notabelen op een ingenieus idee. Ze lieten de klokken overschilderen. Het mooie klokkengebeier van weleer werd hierdoor helemaal vervormd en was niet meer om aan te horen. Hun bijnaam de Pee Stekers is dan weer een ander verhaal dat uit een oudere legende ontsproot. Een poortwachter vond de grendel niet van de stadspoort toen een vijandelijk leger de stad wilde binnenstormen. Een grote pee kon ook tijdelijk dienst doen als grendel totdat hij de grendel had teruggevonden. Zo oordeelde hij althans maar tijdens zijn zoektocht speelde voorbijwandelend vee de wortel ongestoord naar binnen. Ik kan me van m'n wandeling in Ninove een gelijkaardig wapenfeit herinneren. 

Stipte trein vandaag, sjappoo voor de NMBS deze keer. Afgestapt in Herentals-statie rond een uur of halfelf voor een luswandelingetje van een dikke 20 kilometertjes aan de noordwestrand van Herentals. Ik, de Ronny en de Catsjoe. De andere stapmaten waren verhinderd vanwege andere plannen. Schilderen bijvoorbeeld zoals den Angelo. Hij heeft zich nog 4 borstels extra moeten aankopen. Een sjiek trackske dwars door de bossen, langs kanalen en een riviertje lag in het vooruitzicht. Volop in het groen dus. Allez, als je dat nog mag zeggen in het midden van de herfst 😔. 


Maar eerst nog een stukje stad doorwandelen vooraleer dat groen kon geconsumeerd worden. Herentals is een stad met een rijke geschiedenis, vooral een militaire als garnizoensstad van verschillende legers. Zelfs tot voor kort lagen logistieke bataljons van het Britse leger hier gekazerneerd. 

Van 1576 tot 1584 bezetten Staatse troepen de stad. Gezien de evolutie van de artillerie de stenen middeleeuwse muren overbodig maakten, werden er aarden vesten aangelegd die ook nu nog deels bestaan. Om de stad verdedigbaarder te maken werd een deel van de stad afgebroken. Ook het Begijnhof Herentals diende te verhuizen naar de huidige locatie aan de Begijnenvest. Herentals werd een belangrijke garnizoensstad centraal gelegen in de Kempen waardoor het wel leed onder talrijke soldatenwoelingen in de 16de, 17de en 18de eeuw en daardoor economisch achteruit ging. 

Goed, we stapten richting Kleine Nete uit en de Poederleese steenweg voorbij om een eerste bezoekje te brengen aan de Kruisberg. Daar treft men een zeer pittoreske kruisweg aan. Waarschijnlijk de oudste van het land. Een 15de eeuwse minderbroeder die naar Jeruzalem had gepelgrimeerd en zich in 1461 te Herentals vestigde kwam op het idee een Palestijnse kruisweg na te bootsen. Bovenop de berg staat dan de Heilige Kruiskapel (1534). Een prima omweggetje om onze katholiek getinte evocaties van verleden week wat kleur te geven. Enkele jaren geleden waren we hier al eens gepasseerd. Nu zag het kapelletje er vrij vervallen uit. Een deel van het dak was ingestort. 

De Kleine Nete zouden we nog tegenkomen iets verder en ook het Kanaal Bocholt Herentals. Altijd rustgevend zo een stukje jaagpad. In de loop der jaren zijn er heel wat infrastructuurwerken uitgevoerd in de Kempen. Zowel aan de waterwegen als aan het spoor. In 1803 beginnen de eerste veldmetingen van het Grand Canal du Nord die de Schelde, Maas en Rijn moest verbinden. In 1806 kiest men voor het tracé Antwerpen-Venlo-Neuss via Herentals. Het tracé Antwerpen-Herentals liep voorlopig via de rivieren Schelde, Rupel, Nete en Kleine Nete, doch het stuk Rupel-Herentals was quasi onbruikbaar. In 1810 toen de werken voor 2/3 voltooid waren, waaronder het kanaal Herentals-Ten Aard, vroegen de Nederlanders om de werken stil te leggen om hun monopolie op de Rijnhavens te beschermen. Kort na de oprichting van België werden de werken verdergezet. Het Netekanaal tussen de Rupel en Duffel werd in 1839 bevaarbaar, en ook de kanalisering van de Kleine Nete tot aan Herentals werd voltooid in 1839. Het hele tracé zal de Kempische Vaart gaan heten. Herentals werd ook een belangrijk spoorknooppunt. In 1855 werd het tracé Herentals-Turnhout geopend alsook het tracé Lier-Herentals. In 1878 werd het traject van Herentals naar Mol geopend als onderdeel van de IJzeren Rijn, die Antwerpen met Mönchengladbach in Duitsland moest verbinden. Door grote spoor-, steenweg-, en waterinfrastructuur werken werd Herentals een belangrijk knooppunt in het noorden van de nieuwe Belgische staat. Heel wat fabrieken vestigden zich daardoor in de stad, waaronder een ijzergieterij, lakennijverheid, en schoenfabrieken. Vooral in de 2de helft van de 19de eeuw herstelde Herentals zich economisch. 

Tot hier een grabbel met weetjes over Herentals. Inmiddels zaten we al te midden van de Kempische Heuvelrug. Vrij mooie wandelpaadjes kris kras door een bosgebied begroeid met grove en Corsicaanse dennen. Je zit daar in een erg gevarieerde biotoop bestaande uit heidegrond, vennen, open stuifzanden, holle wegen en loofbos. Ondertussen was het zo een beetje te beginnen miezeren en we waren op zoek naar een picknickplaatsje voor het schaft. Een vogelkijkhut aan het Zwarte Water, een uitgestrekt ven, bood de ideale stek aan. De Ronny wees me er op dat er nog volk in die hut zat. Een bel was er niet en voorzichtigskes zijn we naar binnen geschuifeld. Wie weet welke taferelen je er aantreft ? Inderdaad een jong koppeltje was er even aan het schuilen voor de regenbui en tegelijkertijd wat aan het uitrusten van hun wandeling. Het was er dan ook een mooi plekje met wijds uitzicht op het grote ven. Toch nog een leuk babbeltje gehad met dat koppel. Ze gingen vaak wandelen in deze bossen. De wandeling liep verder langs de snepkesvijver richting camping 'De Korte Heide'. Even passeerden we een stel verlaten vakantiewoningen. Het bood een apocalyptische aanblik. De benaming stortplaats waardig. Onbegrijpelijk dat zulk verval door de overheid in Herentals wordt gedoogd. De aanblik hiervan is in ieder geval geen stimulans voor passanten om zorg te dragen voor natuur en milieu. 

Een terrasje doen in november klinkt nogal onnozel maar we konden moeilijk voorbijlopen aan het restaurant annex café van camping De Kleine Heide. De kalandizie van dit etablissement zat binnen knusjes te genieten van een koffieke en een taartje. Die moet ons zot verklaard hebben omdat we op dat terras buiten wilden gaan zitten. Op een terraske onder een afdakje smaakt een tripeltje dubbel zo goed vind ik en er was plaats genoeg. Leeg, geen kat zat er op het terras ! 
Er moest nog een kilometertje of 8 afgestruind worden. Die waren voor het Olens Broek bestemd. Het Olens Broek maakte als natuurgebied langs de Kleine Nete, gelegen tussen de gemeente Olen en de stad Herentals een mooie comeback. Het ganse gebied was bijna volledig verwoest door landbouwontginning waardoor het helemaal verdorde. Een zorgvuldige aanpak van Natuurpunt heeft ervoor gezorgd dat het vandaag opnieuw in volle bloei staat. Het werd volledig in haar oude pracht hersteld. Het bestaat nu uit verschillende deelgebieden die samen één groen/blauw lint vormen langs de Kleine Nete. Samen vormen ze een gevarieerd landschap van ongeveer 185 hectare groot met elzenbroekbossen, hooilanden, rivierduinen en houtwallen. Ook weeral een topgebied om door te wandelen. 
Het begon al te donkeren en ik had verdorie m'n lampje niet bij. Gelukkig had de Ronny het zijne bij want op het smalle paadje langs de Kleine Nete, de laatste kilometers tot aan de statie was het behoorlijk donker. We zijn dus heelhuids aan de statie geraakt. Iets na schema maar dat was eerder te wijten aan het verloren lopen. Op die talloze paadjes moet je goed je kaart of GPS in  't oog houden of je loopt zo de afslagen voorbij. Zeker als je druk met elkaar in gesprek bent heb je het vlug vlaggen. Daarmee werd ons trajectje van een goeie 20km met een slordige 4km verlengd. Ach een paar paaltjes meer, dat maakt geen verschil. Eens te meer werd het een heel schone dag. Gene moment verveeld. 

En vooruit nu maar, ik ga nog een beetje aan mijne Camino Portuguèse knutselen. Beetje de Albergues opzoeken. Daar in Portugal moet ge meestal bij de pompiers gaan aankloppen om slapen te vinden. Dat is nu ook weer geen probleem. Wat heb je aan een superdeluxe bed of een ballroom als slaapkamer wanneer je je ogen dicht hebt en slaapt ? Je ziet immers geen lap ! Maar .... en daardoor begin ik weer vol enthousiasme te plannen ...  ik heb ondertussen heel goed nieuws gekregen van mijne stapmaat op de Zilverroute Al Wimmer uit Portland / Oregon. Na zijn beenbreuk in '15 in Compostela heeft hij er alle vertrouwen in dat hij volgend jaar terug The Way kan gaan verkennen. Ik ben er blij om. Het heeft er een hele tijd naar uitgezien dat hij zijn been zou kwijtspelen. Gelukkig, na een heel lange revalidatie en vele operaties is alles terug in de plooien gevallen. In augustus of september zien we mekaar terug in Lissabon als het Dezeke Vader belieft. We hebben al halvelings afgesproken. We zien er al wreed naar uit ! Holy Guacamole, ik hoor het hem al zeggen. Fantastische gast den Al.


                         The London Hospices Choir & P. Carrack - The Living Years



13197 Created with flickr slideshow.

dinsdag 7 november 2017

Hamme en het Beneden-Scheldegebied

Vandaag trokken we naar Hamme. Op den Angelo na iedereen present voor een wandelingetje aan de Beneden-Scheldeloop waarin de Durme uitmondt. Ik vermoed dat onze maat Angelo het niet meer durft te zeggen dat hij nog altijd aan zijn schilderwerk bezig is. Niet dat daar ooit om gevraagd werd maar een reden om forfait te geven gaf hij deze keer niet op 💤💦. We zullen eens op een zondag een benefietwandeling organiseren in Willebroek en met de opbrengst ervan een schare schilders bekostigen. Of het tv-programma 'Help mijn man is een klusser' eens aanschrijven met een verzoekje kan ook. Met de andere 4 stapmaten een weekje mee een handje gaan toesteken is een andere valabele optie. Dit uiteraard tegen kost, drank en inwoon.  Het valt alleszins te overwegen. Ach, een beetje gekheid op een stokske is goed voor de lachrimpels van onze maat. 
Alhoewel een groot gedeelte op Hams grondgebied zou verlopen was de start gepland in Elversele. Dit lag iets gemakkelijker om zonder te veel omwegen Hamme aan te lopen en tegelijkertijd den Hugo op te pikken in Temse. In Hamme zelf, een in de 7de eeuw ontstaan dorp uit een Frankische nederzetting valt er veel te bezien. De driebeukige classicistische kerk van Sint-Pieters Banden met een 12e-eeuwse westertoren met laatromaanse galmgaten is nog maar een begin. Een Spaans Huis met tuin, de oude Mirabrug, een pastorie genaamd 'De Grote Napoleon'. Verder nog de enige resterende windmolen zonder wieken 'De Groten Dorst', een beschermde Kapel genaamd Tweebruggen, en een authentieke getijden-watermolen aan de Oude Durme. Maar er valt in de omtrek nog zoveel meer bekijks te bewonderen. De moeite is het wel.


In de deelgemeente Moerzeke rust in de Pius X-kapel het stoffelijk overschot van de zaligverklaarde priester Edward Poppe. Op het grondgebied van Hamme zelf ligt ook het Lippenbroek. Dit gebied maakt onderwerp uit van een experimenteel project voor het herstel van een intergetijdengebied in het Schelde-estuarium. Aan de monding van de Durme herinnert een monument ons aan Filip De Pillecyn, de illustere Hamse schrijver. Of er ooit een monument komt te staan voor de hedendaagse schrijver Herman Brusselmans, ook een Hammenaar, valt nog af te wachten. Een Archeologisch Museum met méér dan 5.000 voorwerpen van de prehistorie tot de 17de eeuw tref je daar in Hamme ook al aan. Keuze genoeg dus wanneer je wat volkscultuur wil gaan snuiven. Maar de bedoeling was om hier de wijdse omgeving in te trekken. Er op af dus ! 





Elversele, Hamme, Driegoten Veer, Branst, Mariekerke,  Moerzeke Veer en terug naar af. Dat moest het worden. Alleszins een fermbelegd boke. Het weer zat mee, wel overwegend grijs maar droog, dus op weg.
Aan de Mirabrug autootje gestald. Deze draaibrug over de Durme kreeg haar naam van het vrouwelijke hoofdpersonage uit het plattelandsepos van filmregisseur Fons Rademaekers. De opnamen voor  de Vlaamse film Mira, of 'de  teleurgang van de Waterhoek' werden daar gedraaid. Plattelandsnostalgie met als blauwdruk onze vaderlandse geschiedenis. Het boerenleven van weleer of sociaal drama waren doorgaans de hoofdingrediënten in onze Vlaamse films. Je moet natuurlijk wel van zulk een genre houden maar jarenlang waren dit de enige genres die als representatief golden voor onze Vlaamse filmkunst
Rond 11u liepen we deze beroemde brug over richting Hamme. Langs polderwegeltjes ging het in een wijde boog rond Hamme richting het veer Driegoten. De aanleg van overstromingsgebieden, potpolders en nieuwe dijken maken deel uit van de Sigmawerken en eventjes zag het ernaar uit dat deze werken onze wandelplannen in de war zouden sturen. Zo'n grote bedrijvigheid werd er nu ook niet aan de dag gelegd en bijgevolg maakten de afsluitingen rond de werken geen al te grote indruk en hindernis om op koers te blijven. Kort daarop werd het veer Driegoten - Weert genomen. Een onderdeel van het parcours waar de Catsjoe niet zo happig op is. De veerman kwam er stipt om 12 uur aangereden met z'n veloke. Enkele minuutjes later konden we voortstappen richting Branst, eveneens een gezellig Scheldedorpje. De Ronny heeft er zijn avondsoep kunnen bijeenrapen. Enorme preivelden lagen er juist gerooid bij en de preistengels die van de kar gevallen waren verhuisden naar  zijn rugzak. Niks mis mee, verser kon je niet vinden. 


In Mariekerke zijn we een cafeetje binnengeduikeld. Er bleek een scheepvaartmuseummeke in gehuisvest. Niet verwonderlijk wanneer je weet dat Mariekerke ooit een vermaard vissersdorp is geweest. Gezellige kroeg vol foto's van vissers met die typerende karakterkoppen. In de tuin van de kroeg stond de stuurhut van een spits opgesteld.  Prompt kregen we van een klant, blijkbaar de prins van de visfeestvierderij, een uitnodiging voor de visfeesten in juni volgend jaar. De cafébazin, een dame van een reeds respectabele leeftijd,  speelde sjoelbak met haar man. Er heerste een gemoedelijke sfeer in dat kroegje. Na onzen tweede tripel nam ze de microfoon en begon ze oude visserliedjes te kwelen van achter haar toog. De onderwerpen die in deze liedjes aan bod kwamen waren mijns inziens nu wel niet onmiddelijk voor kinderoortjes bestemd maar niettemin erg amusant. Ondertussen hadden we de cafévloer lelijk begaaid met de opgedroogde modder die aan onze bottienen was blijven plakken. Het deerde haar niet maar ze stelde het zichtbaar op prijs dat we om borstel en vuilblik vroegen om het vervolgens zelf op te vagen. Rare klanten moet ze gedacht hebben. Dat kon ik uit haar oogskes aflezen. Het was een klein moeite om dat even op te lossen. 
Nog wat verder stappen nu langs de scheldeboord tot aan het veer van Mariekerke dat ons naar Moerzeke-Kastel zou brengen. Dat verliep ook vlot. Daarna ging het terug binnendoor naar Hamme uit. Overwegend leverde dit lusje van een 20-tal km'tjes een prachtige wandeling op in een veelzijdig gebied. Poldergrond, dijken, moerassen, taluds, jaagpaden, rietkragen, wielen, een sleper op de stroom, smalle kronkelpaadjes slingerend in de vette poldergrond, wandelwegen voor de zondagsrecreant, pittoreske dorpjes, kortom een hele brede waaier in het natuuraanbod krijg je daar op je bord. Maar het begon al te donkeren ondertussen en bijgevolg liep de wandeling op haar einde. 


Er werd weeral heel wat bijgepraat onderweg. Zelfs de leerstellingen van de kerk passeerden even de revue. Niet dat het religieuze ons zo bezighoudt, het was meer een kwestie van wat er nog te herinneren viel van de 10 geboden en de 7 werken van barmhartigheid. De Ronny riep de hulp in van zijn smartphone om de gaten in zijn geheugen aan te vullen. Een schande feitelijk en dit als recentelijk ingewijde Compostela-pelgrim. De aanwezige kennis viel nog mee. Niet moeilijk als je je herinnert dat dit er vroeger bij wijze van spreken door de pastoors werd ingeklopt. Van m'n 6 jaar al 😠, afgaand op m'n eerste communieboekje. Die zwartrokken verdomme,  uit wel verdomd vaatje lagen die eigenlijk wel te tappen ?   Op een paar overbodige geboden uit die stenen tafelen na hoef je eigenlijk niet veel meer te weten om als een goed mens door 't leven te stappen. Althans, dit is mijn mening maar evengoed met het nodige respect voor degenen die daar anders over denken. 
De straten van Hamme lagen er maar verlaten bij. Den Hugo speelde op die laatste kilometertjes nog even als stadsgids.  Hamme bleek een tweede thuis voor hem te zijn. Een boeiend en stijlvol brochureke over Hamme vind je via deze link : Toeristische Brochure Hamme . Moest het jou interesseren uiteraard. 

Na nog een korte stop aan een cafeetje in Hamme zelf was het al volledig donker. Bij aankomst aan de Mira brug was deze al geheel in duisternis gehuld. Een mooie wandeling werd weeral opgeschreven.  Deze mening werd unaniem gedeeld met de andere stapmaten en de Catsjoe. 


                                     Il treno di tozeur - Franco Battiato & Alice



12818 Created with flickr slideshow.



donderdag 2 november 2017

Het " Sint Anneke " - een solotripke

Stramme knoken deze morgen bij het opstaan. De mot begint er precies haar werk in te doen. Waarschijnlijk te wijten aan het feit dat het inmiddels 3 weken geleden is dat ik nog gestapt heb. Sorry, 2 weken. Die mot heeft blijkbaar nog een ander werkterrein. Rust roest dus en ik word het stilletjes aan gewaar. 
Deze keer ben ik er onverwachts alleen op uit getrokken. In het herfstverlof zouden de stapmaten wellicht wat anders aan hun hoofd gehad hebben en om op het laatste nippertje nog een oproep te lanceren ... daar was het al wat te laat voor. 


 


Maar verleden week vrijdag daarentegen zijn we met de stapmaten en de respectievelijke eega's nog eens bijeengekomen ten huize Ronny om de vriendschap wat op te blinken. Geweldige avond, lekker gegeten want de Ronny had daar een paella getoverd om U tegen te zeggen. Nogal royaal uitgepakt zou ik durven zeggen want er was genoeg om een heel regiment dragonders mee vol te lepelen, hun paarden mochten daar gerust bijgeteld worden. Een superieure en lekkere Rioja erbij, wat onovertroffen tapakes die Marc en Monique hadden ineengeknutseld als voorgerechtje, subliem gebak met signatuur "Maison Agnes & Hugo / Tamise" en een onvervalste crème Catalane van ons Annick als respectievelijke dessertjes. Af met ander woorden,  ... alles  volledig in stijl overeenkomstig onze Santiago-avonturen in Spanje die ondertussen onze stap-palmaressen al wat kleur hebben gegeven. Alhoewel, daar op die camino's hebben we het dikwijls moeten stellen met een simpel boccadilloke con jamon of queso en wat water uit de één of andere fontein of kraantje. Dat er bij deze hoorn des overvloeds de toekomstplannen werden toegelicht hoeft geen betoog. De volgende keer zal het bij ons thuis te doen zijn. Plezant, dat zal dus nog vervolgd worden !


Maar waar naartoe zo op het laatste moment ?  Antwerpen Linkeroever is vlakbij en daar liggen enkele mooie natuurgebieden die beslist de moeite zijn om er eens door te wandelen. Enkele werden er wel kunstmatig aangelegd maar dat doet er niet toe. De inspanningen die geleverd werden om tot dit resultaat te komen zijn lovenswaardig. 



Antwerpen Linkeroever of in de volksmond het 'Sint Anneke' daar heb ik mijn eerste huwelijksjaren nog doorgebracht, meer bepaald in zo een appartementsgebouw op het 15de verdiep. Lang heb ik het er niet volgehouden want ik ging daar stilletjes dood zoals een vogeltje in een veel te klein kotje. Het uitzicht was er wel prachtig ! De Scheldestroom, de skyline van Antwerpen en het Sint Annastrand.
Het Sint Annastrand verwijst naar het voormalige dorpje Sint-Anna dat in de eerste helft van de 20ste eeuw plaats moest maken voor de nieuwe ontwikkelingen op de Antwerpse linkeroever. Toen was het strandje een populaire trekpleister bij veel Antwerpenaren. Met een veerboot kwamen ze hierheen om van de befaamde mosselen op Sint-Anneke te genieten. Ook vandaag kan je nog steeds mosselen proeven in een van de talrijke horecazaken.  Enne, de veerboot is terug van weggeweest !

In de gauwte had ik nog een toerke getekend. Ik schat nat gewogen een goeie 20 paaltjes. Startplaats op het scoutsterrein Lange Wapper en zo naar de Burchtse Weel, vervolgens naar het Vlietbos, het Rot en de Middenvijver om dan uiteindelijk aan het Sint Annastrand te belanden, in de volksmond beter gekend als "De Plaasj". Het Sint Annabos, tot over onze landsgrenzen heen in 'vakliteratuur' gepromoot als de ontmoetingsplek bij uitstek voor onze homofiele medemens, heb ik niet in het trajectje opgenomen. 





Via de Finse looppiste die mooi naast het Galgenweel loopt ging het naar de Burchtse Weel. Het Galgenweel is het grootste semi-natuurlijk brakwatermeer in Vlaanderen. Het meer is ongeveer 40 ha groot. De diepte varieert van 2 tot 15 meter en heeft een oeverlengte van 3500 meter. Het meer is ontstaan na een dijkdoorbraak en staat via een sluis in verbinding met de Zeeschelde zodat het een brakwaterplas kan blijven. Ook rond het Galgenweel is het beslist eens de moeite om een kijkje te nemen. De Burchtse Weel is nu helemaal leeggedregd en biedt de aanblik van een schorre. Je ziet er al een heleboel waadvogels fourageren.


Zo belandde ik na een goed halfuurtje al in Burcht. Oscar, een viriel en kleurrijk dorpsfiguur uit Burcht had de Vlaamse Leeuw gedrapeerd aan de gevel van zijn sjiek huis in de Kloosterstraat. God weet voor welke reden ? Het bos aan de Burchtse Weel was verlaten en het leek er op dat er zojuist een hevige storm dit stukje bos had geteisterd. Overal waar je zag lagen er omvergewaaide bomen over de paadjes. Het had ook iets griezeligs in zich dat bos. Links en rechts staken er met mos begroeide resten van betonconstructies uit de bosgrond. Tot krot vervallen hangars aan de zijkant, overwoekerde industrieterreinen, hier zou eens deugdzaam werk van moeten gemaakt worden om dit terug wat op te waarderen.  

Daarna kwam het Vlietbos aan de beurt. Ook hier geen levende ziel te bespeuren. Dit bos oogde iets mooier alhoewel ik de indruk kreeg dat men de natuurlijke vegetatie vrij spel liet in dit bos. Een nieuwe vorm van natuurbeheer waarbij enkel exoten en woekerende gewassen bestreden worden ter wille van de inheemse begroeiïng. Het zag er vrij woest uit maar daarom niet minder mooi. Die indruk had ik ook aan het Rot, een natuurgebied dat tegen de middenvijver aanleunde. Hier zag je dan weer duidelijk de hand in van het natuurbeheer. Mooie wandelpaadjes uit fijn grind en hier en daar een bordje met wat uitleg over fauna en flora. Op één van de bordjes stond er vermeld dat dit gebied een overwinteringsgebied is voor veel gevederde vrienden. Tevens werd er op gewezen dat dit een rustplaats was voor mens en dier en dat dit moest gerespecteerd worden. Alle begrip daarvoor maar ik stelde me toch vragen bij de notie 'rust'.  De E17 met haar op- en afritten in de buurt leverde serieus wat achtergrondlawaai op. Rond de 75dB, ik heb het nagemeten, en dan mochten we nog van een kalme dag spreken midden in de herfstvakantie. Met de aanleg van de Middenvijver, enkele jaren geleden, heeft Natuurbeheer haar doel bereikt. Een uitgekiend waterdammenstelsel om de vismigratie te bevorderen werd verwezenlijkt. Op één van de bordjes werd er gewag gemaakt van de zalmtrek maar daar stel ik me als leek toch enige vragen bij. Soit, het is er aangenaam toeven.  
Na de middenvijver belandde ik op de immens grote hondenweide. Het was er vrij rustig. Enkele species van de canem amans, hondenliefhebbers dus, lieten er hun viervoeters ongebreideld stoeien. Een paradijs voor de beesten. De Catsjoe heeft hier ook al rondgelopen vertelde de Ronny me. Zij kan er dus ongetwijfeld over meeblaffen. 
Nog een laatste stukje diende er bezocht te worden. De Plaasj. Tevens de biotoop van Radio Minerva, de vrije zender gerund door krasse 70-plussers. Het strand lag er maar verlaten bij wat gezien de temperatuur en de periode in het jaar niet te verwonderen viel. Wie zit er nu in zijn zwembroek of bikini aan een strand in november ? In België dan nog wel ! Een heel ander beeld valt er in de zomer te spotten. Dan loop je er soms letterlijk op de koppen. De restaurantjes op de dijk daarentegen trokken al wel wat volk. Waar zou dat Bougondische hart anders nog kloppen ? 
Zo mijn solotripje zat er op. Erg geslaagd als tussendoortje en het mooie weertje was ontegensprekelijk debet hieraan. Volgende week zijn de maten er terug bij. Toch wel iets gezelliger als je wat klap hebt onderweg en ook : De drempel is dan wat lager om hier of daar een kroegje binnen te duikelen voor een lekker pintje. M'n stapmaten miste ik vandaag toch wel een beetje. 


                     Kijk eens in de spiegel - Dimitri van Toren / Bart Herman


12651 Created with flickr slideshow.


donderdag 19 oktober 2017

De Hagelandse Heuvels tussen Wezemaal en Kortrijk-Dutsel

Het mooie stapavontuurtje in de Ardennen was nog maar nauwelijks verteerd of het Santiagogenootschap kwam aansluitend met een herfstwandelingetje voor de dag. Afspraak met de Ronny op zondag om 10u in Kruibeke in Café 'Ons Huis' achter de kerk. De Catsjoe bleef thuis. De opzet van de organisatoren, stuk voor stuk vrijwilligers van het genootschap, was om tijdens een wandelingetje informatie te verschaffen aan eventuele kandidaat pelgrims. Een 30-tal leden meldden zich present. Pelgrims in spé waren er echter niet te bespeuren. Maar goed, het mooie weer zorgde voor een ontspannen sfeertje tijdens de wandeling. Een simpel rondewandelingetje langs de overstromingsbekkens van Kruibeke en de Scheldepolder. Een waterval stond ook op het programma maar die treedt enkel maar in werking bij giertij. En zo kon je ook eens naar de verhalen van andere Santiagogangers luisteren. Toch markant dat het begrip 'toeval' steeds komt bovendrijven in die verhalen. Leo, een meestappend genootschapslid, vertelde dat hij op een bepaalde plaats in Frankrijk een keuze moest maken omtrent de te volgen weg op een tweesprong. Nergens een aanduiding te vinden dus de kans was fifty/fifty om een verkeerde weg in te slaan. Hij besloot het pad te volgen dat een fluitend vogeltje hem leek aan te wijzen. Dat vogeltje bleef nog een hele tijd kwinkelerend kleine stukjes voor hem uit vliegen alsof het hem wou gidsen. Het bleek achteraf de juiste weg geweest te zijn. Enkele jaren later leest hij met verstomming een pelgrimsgetuigenis in het één of ander pelgrimstijdschrift. Daarin leest hij dat op krak dezelfde plaats daar in Frankrijk de schrijver van de bijdrage identiek dezelfde ervaring heeft gehad. Tja, opdat moment maak je dan toch de bedenking of je dit allemaal niet gedroomd hebt !


Met de intrede van de herfst komt de inspiratie voor het componeren van wandelingetjes ineens terug naar boven. Ineens heb ik er een tiental uit mijn toverhoed kunnen halen. Het Hageland is er eentje van. Ik ben er al wel eens in de geburen geweest, maar nog niet er midden in. Landschappelijk heeft het Hageland veel gemeen met Toscane in Italië wat ook geldt voor het aangrenzende Droog Haspengouw. Deze interpretatie komt niet van mij, ik heb het gelezen. Het Hageland wordt in het zuiden begrensd door de heuvelrug van de Pellenberg en in het zuidoosten door de loop van de Velpe. De oostgrens van het Hageland wordt gevormd door de Gete en de noordgrens door de vallei van de Demer. 
Het dorp Wezemaal, startplaats van onze wandeling, groeide uit tot een bedevaartsoord in de XVde eeuw. Sint Job moest de verzuchtingen van de pelgrims daar incasseren. Job, een welgesteld en gezegend man, tevens zeer Godvrezend werd door Hemzelve ten gronde gericht. Het resultaat was dat hij alles kwijtspeelde. Fortuin, gezin, gezondheid en geluk. Als een arme sukkelaar moest hij de geschiedenis instappen. Een folieke van God, zogezegd om hem op de proef te stellen. De Alwetende, hoe leg je het allemaal uit, moet dan toch zijn twijfels gehad hebben. Om die klus te klaren deed hij beroep op de hand en spandiensten van de Satan ... pfffft, wat hebben ze ons toch allemaal wijsgemaakt ??? Mensenlief toch,  het is een vette kluif voor theologen. 


Soit, Wezemaal werd het belangrijkste bedevaartsoord van Sint Job in de Nederlanden. Tussen 1496 en 1520 werd een recordaantal aan pelgrims opgetekend. Dit als gevolg van de grote syfilisepidemie die Europa vanaf 1496 teisterde. Rond 1515 trokken minstens 23.000 bedevaarders naar Wezemaal. Van de duizenden metalen pelgrimsinsignes die in de kerk aan pelgrims werden verkocht zijn er exemplaren teruggevonden in Nederland en in Canterbury in Engeland. Business as usual. 

Goed, ik heb nog geen stap gezet tot nu toe. Een lus van 23 km met een 300-tal hoogtemeterkes middenin het Hageland was de opzet.  Na een vlotte treinreis, waar zullen we het schrijven, stapten we rond 11u af in het station van Wezemaal.




Den Angelo stond ons al op te wachten, Ttz ik, den Hugo, de Ronny en de Catsjoe. Here we go, een rondje met de klok mee, het kompas gedraaid richting de Wijngaardberg. Opletten Janneman met dat Angelsaksisch taal'mis'bruik. Onze Nederlandse taal is mooi genoeg om het met andere woorden te beschrijven. We waren dus de 'pist in'. Na nog geen kilometertje zaten we al buiten de bebouwing en aan de rand van die Wijngaardberg. Een venijnig klimmetje naar boven en ik werd al direct gewaar dat dit een mooie trip zou worden. Inderdaad na afloop van deze wandeling mag deze zich met stip nestelen in mijn top 5 van de dagstappers. Het was onvoorstelbaar mooi weer voor half oktober. Na een uurtje stapten we al in korte mouwtjes. Met recht en reden mocht er geklapt worden van een 'Indian Summer'. Lap, weeral zo een Engels woord dat er tussenkruipt. Vele schoolkinderen liepen daar in het bos op de heuvelflanken. Het was dan ook een uitgelezen dagje voor de leerkrachten, goeiemorgen juffrouw, om een educatieve klasuitstap met het bos als thema op de schoolagenda te plaatsen. Links en rechts vonden we mapjes opgehangen aan de bomen waarin tekst en uitleg werd gegeven van de te ontdekken wetenswaardigheden. Holle wegen bijvoorbeeld waar de regen gezorgd heeft voor de vorming ervan in de heuvelflanken. Getuigenheuvels die je een authentieke blik geven op het landschap zoals het er in de oertijd uitzag. Een boeiende les natuurkennis zo midden in het bos. Groot gelijk geef ik die juffrouwen en meesters met op die manier les te geven. De opgedane leerstof blijft dan beter hangen bij die jonge gastjes. Ik kan me uit de lessen natuurkennis destijds enkel nog de dissectie van een konijn herinneren en een les over de voortplanting. Hoofdactoren in deze laatste waren een kieken en een ei. Het feit dat mijn lagere school een college was en dientengevolge gerund werd door pastoors zal dan ook wel niet vreemd in de oren klinken.

De Wijngaardberg is één van de laatste onaangetaste getuigenheuvels van het Hageland. Ze hebben de tand des tijds doorstaan. De heuvel is 72 m hoog en werd tijdens het Tertiair gevormd door de Diestiaanzee. Het ijzerzandsteen dat in de berg wordt aangetroffen vindt men terug in het onderste deel van de toren en de zijbeuken van de Sint-Martinuskerk in Wezemaal. Tijdens de eerste helft van de 19e eeuw werd op de zuidelijke flank van de berg aan wijnbouw gedaan.  De in 1995 geklasseerde wijngaardmuur moest de wijnranken beschermen tegen de noordenwind. Tussen al de wijngaarden op de flank staat er nu nog 1 wijngaard waar de druiven geteeld worden net zoals ten tijde van de middeleeuwen. 
Op de flank van die Wijngaardberg, pal onder een appelboom, werd de picknick in gang gezet. Een gammele picknicktafel, een stralend zonnetje, een betoverend uitzicht op het glooiende landschap met wijngaarden ... zet daar enkele goeie flesjes wijn bij, het Ardeense hammetje uit Rochefort van verleden week, een Camenbertkazeke, wat sausiskes, een zakje met noten, een paar maatjesharingen en wat goed belegde bokes en je waant je weeral in de hemel. Enige rustverstoorder van dienst was een hond die gedurig blafte achter een naburig hek. Hij stelde onze aanwezigheid duidelijk niet op prijs. Het werkte danig op de Ronny zijn zenuwen. Met kennis van zaken en een sauciske bracht hij deze viervoeter tot bedaren die daarop afdroop. De staart tussen zijn achterpoten gekruld. 
Den Angelo klopte bij wijze van afscheid aan deze paradijselijke picknick nog wat appelen uit den boom voor den Hugo. We konden weeral verder ! Volgende stappen voerden ons naar het Kasteel van Horst, we zaten halverwege de wandeling. Onderweg daar naar toe kon de Ronny het niet laten om in een badkuip te kruipen met het verzoek om dit op de pelicule vast te leggen. Een badkuip dienst doende als drinkbak voor de koeien in de wei. De Catsjoe vond het maar niks en joeg al blaffend de koeien weg die uit curiositeit hun drinkbak met daarin de Ronny kwamen inspecteren.  Een plezante noot in de aanloop naar dat kasteel. Daar stond er een schreeuwlelijke kunstverzameling opgesteld.   Ik vermoed dat het thema 'baksteen' was. Een verzameling paletten met bakstenen stond er tegenover het kasteel geposteerd. Het contrast was afschuwelijk maar misschien was dit wel de opzet van deze tentoonstelling. Iets eerder stond er op een betonnen sokkel een bakstenen bouwsel vol spleten. Ik denk dat het een gemetselde muur moest voorstellen. Daarbovenop een betonnen afdak. Kunst moest dat voorstellen. Als het al een functie had dan was het die om daar ter plaatse mensen samen te brengen om dan gezamelijk de afschuwelijkheid ervan ter sprake te brengen. Zo maakten we daar kennis met Gerda die onze mening deelde aangaande dat 'kunstwerk'. Een toffe madam die tot onze verbazing spontaan inging op het aanbod om samen iets te gaan drinken wat verderop aan het kasteel. Leuke babbel weeral bij een lekkere tripel van Horst. Wat betreft dat mottig kunstwerk vol spleten kwamen we tot de slotsom dat men dit het best als 'De Klaagmuur' kon omschrijven. Spleten genoeg om er papiertjes in te stoppen. Wandelen brengt mensen tesamen. Met een auto ga je dat moeilijk kunnen verwezenlijken. Gerda was pedagoge en daar op dat terras ontspon er zich een leerrijke babbel. Ze woonde in Wezemaal maar was afkomstig uit Antwerpen. Blijven plakken na haar studies in Leuven.  Het gebeurt wel eens meer. We namen afscheid van Gerda die ons nog een tegenaanbod presenteerde om even langs te komen in Wezemaal. Ze had echter nog maar 1 pintje in huis en die avond moest ze nog naar de ukelele-lessen. Nee dankjevriendelijk, we moesten dringend opstappen. Onzen Angelo werd wat ongeduldig gezien het late uur en de onbetrouwbare stiptheid van den ijzeren weg om nog thuis te geraken. Tot ziens beste Gerda ! Ik kreeg bij het afscheid nog een knuffel begot. 
Het was dus ongemerkt vrij laat geworden. Rond 5 uur begonnen we aan de terugtocht. Het zou al vlug beginnen donkeren. De laatste zonnestralen schilderden het glooiende landschap in magnifieke kleuren. Daarenboven waren we getuige van een magistrale zonsondergang.  Sjieke dinges ! De terugweg vlotte verbazend snel. Iets moeten inkorten op het laatste om nog samen een pintje te kunnen pakken in een kroegje. De deur van Café het Sportlokaal stond vanwege de warme buitentemperatuur nog uitnodigend open. Vooruit dan maar, een pintje kan er nog wel bij. Den Angelo vroeg om  wat nootjes aan de cafébaas. Bij een pintje smaakt dat wel. Eerst beweerde die vent dat hij geen nootjes bezat. Een stamgast aan de toog deed zijn beklag door te beweren dat in de 20 jaren dat hij klant was van het Sportlokaal, hij nog nooit een nootje had gekregen van de kroegbaas. Die gast was dan ook verrast dat er 2 telloorkes vol apennoten op ons tafeltje belandden. Die cafébaas zal vanaf nu zijn klanten ook wat meer van nootjes moeten voorzien. 
Dit is weeral een uitgelezen dag geworden. Een mooie afsluiter voor de zoveelste keer. Nog de trein op en naar moeder de vrouw. Het was mooi geweest.     



                                    Nothing but a heartache CM - Neil Diamond 




12292 Created with flickr slideshow.

maandag 9 oktober 2017

Even er tussenuit in de Ardennen - Ave et Auffe






Het zou een beetje zonde zijn geweest om bij een seizoenswissel de metamorfose van de natuur te moeten missen. Het is nu dat de herfst zich onomkeerbaar ingezet heeft. En als je daar volop getuige van wil zijn kan je bijvoorbeeld naar onze Ardennen trekken. Erg ver is het niet van huis maar als je hier naartoe trekt dan volstaat een dagtripje nauwelijks. De dagen korten nu zienderogen en met een trein ben je al vlug 3 uur onderweg. Neem je daarentegen de auto dan kan je, afgaand op de files die via de dagelijkse verkeersinformatie op de radio je oren laten tuiten, nog nauwelijks je aankomst inschatten. Hewel, dan rest er niets anders meer dan een kort verblijfje te boeken in het één of ander trekkershutje ergens 'ten velde'.  In het laagseizoen is zoiets vlug gefikst. Camping Le Roptai in Ave et Auffe, een 20-tal kilometertjes ten zuiden van Dinant bood hiervoor een uitstekend alternatief. Met de prima accomodatie daar ter beschikking gesteld logeer je op rozen. Kookhoekje, douche en toilet, verwarming, 4 bedden, een zithoek en terrasje ... aan wat ontbreekt het je dan nog ? Basic volstaat want als luxe bepalend moet worden voor het pleziergehalte van een uitstap zit je mijn inziens op het verkeerde spoor. Plezier moet je immers zelf maken en niet laten afhangen van comfort. Blijf bij een andere mening dan maar beter thuis. Voor amper 35€ per man waren we gesteld moesten we met z'n vieren geweest zijn. Helaas de andere mannelijke stapmaten moesten verstek laten gaan. Onze Els had graag enkele dagen mee gaan stappen maar ze kon zich enkel op donderdag en vrijdag vrijmaken ... echt jammer want op donderdag kwamen we al naar huis. Een volgende keer dan maar ! 
   

                            Luke Combs - When it rains it poors

Maandag



.

Met z'n drietjes op weg dus naar Dardennen. De Ronny, de Catsjoe en den deze. De valiezen, lees rugzakken, waren vlug gemaakt en na nog enkele summiere boodschapjes gedaan te hebben waren we pleite. Rond halfdrie waren we ter plaatse en 10 minuutjes later konden we al aperitieven op het terraske met olijfjes, gemarineerde sardinnekes, banderillo's, de overschot van een paella van daags te voren en een smakelijke pint. Wat wil je nog meer ?

De camping lag er rustig en verlaten bij. Het hoogseizoen was immers voorbij. Enkel aan de overkant van onze blokhut was er nog enig leven te bespeuren. Het zou ons nog een aangename avond opleveren. 
Voor een toertje te gaan stappen of een verkenningstochtje te maken was het inmiddels wat te laat geworden. Waarom zouden we niet eens aan onze overburen gaan vragen om eens langs te komen voor een babbel ? Toffe mensen zo bleek. Conny en Leen, een echtpaar op rust uit Rotterdam, kwamen zich er bij zetten. Het werd een geweldige avond. Ik heb er zelfs enkele schrammen op mijn neus aan overgehouden. Ik struikelde op de kiezelsteentjes voor de blokhut en belandde op mijn voorgevel. Niets ergs, gewoonlijk hou ik er een blauw oog aan over maar deze keer viel het goed mee. Zoiets kan al eens gebeuren als het glas dieper is dan je denkt.  Maar je moet er iets voor over hebben als je van ontmoetingen met andere mensen houdt. Gezellig, we hebben ons geen minuut verveeld. Het werd verdorie halftwee in de morgen. 

Dinsdag



.

Een 20-tal wandelingetjes had ik uitgestippeld daar in de geburen. Eentje daarvan, een kleine 20km lange 8-vormige lus naar Han sur Lesse kreeg de voorkeur. Op stap met de wandelstokken ! Direct zit je daar in de volle natuur. Prachtig die vergezichten op het heuvelende landschap. De herfst had al flink de boomkruinen geverfd op de heuveltoppen. Modderige paadjes bezaaid met keien bemoeilijkten een beetje het stapwerk en dan kwamen die wandelstokken goed van pas op die glibberige baantjes. Af en toe eens een fikse klim naar boven op de berg, dat zat  mee in het aanbod. 


In de bossen vind je in deze periode volop paddestoelen in alle maten en kleuren. Het is jammer dat er enige kennis vereist is om de eetbare te herkennen. Ik heb ze alleszins niet. In de Ardennen is er hooguit maar een kwart eetbaar, een kwart giftig en de rest stelt culinair niks voor. Toch heb ik een groene knolamoniet kunnen spotten. De giftigste paddestoel ter wereld.  Ongeveer 15% van de slachtoffers sterft binnen tien dagen na het eten van de paddenstoel. Degenen die het overleven herstellen nooit meer volledig. Tot het midden van de 20ste eeuw lag het sterftecijfer na consumptie van de groene knolamaniet rond de 70%. Door verbeterde behandelmethodes (waaronder levertransplantatie) is dit sterftecijfer teruggebracht naar 22,4%. Bij kinderen leidt het eten van deze paddenstoel in 51% van de gevallen tot de dood. Opletten dus wanneer je met kinderen in het bos wandelt. 

Na een goed uurtje kwamen de schotelantennes van Lessive in zicht. Dit grondstation voor telecommunicatie behoort niet langer meer toe aan mijn vroegere broodheer. Het staat er nu te verkommeren met lagen mos op de schotels. Triestig om dat paradepaardje van weleer nu zo aan te treffen. We bereikten de brug over de Lesse in Han. Han, tijdens de zomerperiode een florissant toeristisch dorpje lag er verlaten bij. De Ronny wenste zich een Ardeens hammetje aan te schaffen. De slagerij was nog gesloten tot 2 uur. Wachten kan je best op een terrasje. Een St. Feuillien moet je proeven. Meesterklasse in de Waalse brouwsels. Die gleed weer smakelijk binnen. Het werd vlug tijd om weer op te stappen. Na het oogsten van het Ardeens hammetje en enkele sauciskes konden we aan de 2de helft van de wandeling beginnen. Die verliep vlot en rond een uur of 5 waren we terug aan onze blokhut. Eerst nog een klein aperitiefje dat voorzien werd met in olijfolie gebakken korstjes oudbakken baguette overpoeierd met bruschettakruiden. Hier had de Ronny voor gezorgd.  Daarna de avonddis met gebakken petatjes, rookworst, frankfurters, spek en zuurkool. Zelfs een flesje wijn stond op de sobere menukaart.
Leen, de overbuur kwam nog even langs met de vraag of we 's anderendaags even bij hem wilden komen borrelen. Tuurlijk dat, graag zelfs. En zo liep deze dag ook weeral succesvol ten einde. Vroeg in bed deze keer, den 10-urenhond was zelfs nog niet op ronde.

Woensdag



.

Goed geslapen in de aanloop naar een nieuwe stapdag. Na een stevig ontbijt met een rijkelijk versierde Spaanse omelet konden we er tegenaan. Deze keer een grote lus naar Wellin, eveneens een toeristisch dorpje in het Ardeense landschap. De schoonheid van dit landschap hoef ik niet meer te verheerlijken. Geef je ogen daar de kost en je komt nooit bedrogen uit.

Even buiten de camping staat in Ave het klooster van 'Les soeurs de Sainte Marie'. We liepen er voorbij en zagen daar een oud nonneke bezig met het onkruid te wieden in de grote voortuin. Labore et orate, werken en bidden. Daar moesten we eens mee gaan kennismaken. Soeur Luc was de naam. Ze was ver in de zeventig en leefde al 40 jaar in het klooster naar de regels van de Domenikanessen. Domenicanen waren beruchte inquisiteurs uit de middeleeuwen. De Malleus Maleficarum ofte heksenhamer was hun meest geliefde handboek. 40 jaar is niet zo lang was ze van mening. Tja, 40 jaar is te verwaarlozen wanneer je het vergelijkt met het uitzicht op het Eeuwige Leven in den hemel dat haar te beurt zou vallen. Een lief mens, ze gaf ons wat uitleg over het reilen en zeilen binnen haar kloostergemeenschap. De bruiden des Heren worden schaars, ze waren nog maar met z'n vijven daar in dat klooster. Haar werk bestond er in om de vele gasten die er op retraite hun geestelijke noden kwamen lenigen het naar de zin te maken. Ik bracht het gesprek op onze Santiagotocht. Ach, ze zou zo graag eens naar daar gaan. Het zal er wellicht nooit van komen mijmerde ze leunend op haar hark. Ik begon met het verhaal te vertellen van de Ronny zijn ontmoeting in Santiago met een jonge pastoor die dwars door zijn rugzak 2 paternosters kon wijden, daarna tot de vaststelling kwam dat hij er nog 2 tekort kwam, er 's anderendaags 2 ging bijkopen, vervolgens met een dilemma zat ... 2 gewijde en 2 ongewijde en wie dewelke kado doen ? ... ,  en dan bij het buitenkomen van de winkel, nog geen minuut later, op straat die pastoor terug tegen het lijf lopen. Toeval bestaat niet vertelde ik aan Soeur Luc. Ze was akkoord maar gaf er toch een andere verklaring voor. Nee, dat is Gods Voorzienigheid, la Providence du Seigneur wist ze me te verbeteren. Toeval bestaat inderdaad niet. Tja, ik benijd een beetje de mensen met een rotsvast geloof, ze houden zich alleszins het paradijs voor ogen. 
In Wellin was het tijd voor een pintje. Een forellenrestaurant met taverne was al open. Een korte stop weliswaar maar toch lang genoeg voor de Catsjoe om de vloer deskundig van het nodige slijk en stof te voorzien. Met het op te kuisen was dit ook helemaal geen probleem. Nog een mooi stuk gelopen terug richting camping uit. Enkele jachtrefuges tegengekomen en af en toe vertelde een aan een boom gespijkerd bordje je wanneer je je best niet laat zien in dat bos. Jagers knallen je je er zo omver. Bah, dieren afmaken voor de sport. 
Toch wel wat achtergrondlawaai van autoweg vastgesteld op de terugweg wat wanneer je er begon op te letten enigszins stoorde. Op een kilometertje van het eindpunt meende ik een fout te bespeuren in mijn uitgestippelde pad. We kwamen uit op een afspanning en zouden er los door moeten breken. Niet doen dus en beter een alternatieve route beramen. Dit hielp niet veel, een steile afdaling was te riskant. Eerder wou de Ronny dwars door het woud 500 meter boenken om op het eindpunt te komen. Het zou niet veel opgebracht hebben, die steile afdaling zou niet vermeden kunnen worden. Rond een uur of 5 waren we rond. 
Voor het avondeten werd er een lekkere spaghetti gemonteerd. Leven als God in de Ardennen, ik moest terug aan Soeur Luc denken. 


Tegen 7 uur zakten we af naar onze overburen Leen en Conny. Dozeke pralinekes voor de gastvrouw meegebracht vanuit Wellin en er lag weeral een prachtige dagafsluiter in het verschiet. Voor de Catsjoe had Conny al een zacht slaapmatje gespreid in de voortent van haar caravan. Leen zette een zacht muziekje op. Gezelligheid was weeral troef. Slingers met gekleurde 'lampies' gaven het interieur van onze gastheren bakken sfeer. Ik hou van die lampies, die kleurtjes, vertrouwde Leen ons toe.  Lieve mensen die een mooi verhaal konden brengen. Leen, zeeman en havenarbeider geweest had een bewogen leven in de beroepsvaart achter de rug en Conny evenzeer als kokkin in een grootkeuken. Bij een smakelijk pintje en een hapje werd er veel verteld over de wederzijdse cultuur. Met ontzag luisterde ik naar Leen en Conny's verhalen over hun inzet en sociaal engagement voor kinderen die het een beetje moeilijk hadden met de opvoeding.  Leen en Conny ontfermden zich een beetje over die gastjes en probeerden hen het gevoel te geven van er ook bij te horen. Leen was een aangename verteller. Zijn Rotterdams dialect werd grappig gesausd met voor ons onbekende 'lelijke woorden'. Taal van het hart die voor de hand ligt wanneer er over onrecht gepraat wordt. Ruwe bolster die Leen, maar een blanke pit ! Op het einde van de avond haalde de Ronny zijn mondmuziekske nog boven om een airke te spelen voor dit sympathieke koppel. Een mooie avond weeral. Bedtijd kwam er aan. De tijd vliegt snel als je in goeie compagnie zit. 

Donderdag



Created with flickr slideshow 11918.


Goed geslapen en nu werd het rustig inpakken. Om de kosten wat te drukken hadden we geopteerd om de opkuis van de blokhut voor 

onze rekening te nemen. Het scheelde 42€ en dat kon je rap zelf verdienen. Na een klein uurtje was dat ook gefikst. Als laatste orgelpunt stond er nog een uitstapje naar Rochefort gepland. Dat hammetje dat de Ronny in Han had gekocht stak me wreed de ogen uit en ik had me nog graag er ook eentje aangeschaft. Dat zou ik daar wel in de gauwte op de kop tikken. Na nog een 'au revoir' gewenst te hebben aan onze overburen reden we de camping buiten. Na een kwartiertje zaten we al in Rochefort. Het bood zoals Wellin en Han sur Lesse een desolate indruk. Het drukke autoverkeer in het centrum niet te na gesproken.  Eens het toeristisch seizoen voorbij valt dat niet te verwonderen. Een klein wandelingetje door het stadje en nog een paar koffietjes geslurpt vooraleer de terugreis aan te vatten en het avontuur zat er op. Weeral een berg aan energie getankt zie !
Rond Brussel was het weeral prijs. Een uurtje aanschuiven op de ring. Wat een verschil met een ontspannen wandelingetje. Na 3 uur bollen waren we thuis. Het liedje was uit.