Pagina's

donderdag 26 januari 2017

De Rupelstreek Hemiksem, de Nielse kleiputtten en Schelle


Je moet het niet altijd ver zoeken om een mooi natuurgebied te willen ontdekken. Dicht bij huis kan je dat ook vinden. De planners van dienst waren de Ronny en de Catsjoe. Een bescheiden wandelingetje van 23 km uitgestippeld in de Rupelstreek werd vandaag hun bijdrage. Den Angelo nog steeds bezig met schilderwerken in zijn huis kon er niet bijzijn. De Marc, zijn zwager zoals ze dat zo schoon in Holland kunnen zeggen, die bovendien jarig was trakteerde zichzelf op een wandelingetje. Den Hugo moest op het appel zijn van het nieuwjaarsdineetje met zijn pompiersmaten.
Afspraak rond 10 uur bij de Ronny thuis. Ronny zou de Marc oppikken aan de statie van Hemiksem, ik zou met de overzet Bazel - Hemiksem, het Kallebeekveer, komen alwaar hij me aan de veerpont zou oppikken. Ik ben er niet geraakt. De toegang via de Lange Gaanweg was afgesloten en blindelings vertrouwend op de typische Belgische omleidingssignalisatie, belandde ik telkens weer in Rupelmonde. Ik had beter de velo genomen. Met de auto ben ik dan maar tot aan zijn deur gereden. Die ellendige ochtendfiles in rekening brengend : Ook hier zou ik met de velo een stuk rapper geweest zijn. Soit, de koffie, de cake en de koekskes stonden klaar. Klaar om te vertrekken.


De prelude speelde zich af in een grote boog rond de achtertuin van de Ronny. Een prachtig parcours door het vliet van Hemiksem waarbij de Ronny uitvoerig tekst en uitleg gaf over de wetenswaardigheden van de inheemse bevolking alsook over de bezienswaardigheden ter plaatse. De Catsjoe gaf dan weer blijk van het gebied grondig te kennen door overal haar eerdere geurvlaggetjes in de verf te zetten door ze nog eens extra te overschilderen. Het was voor mij onbekend gebied en zeker die Vliet. Daar had ik mij weinig bij voorgesteld maar het bleek een oogstrelend natuurgebied te zijn. Die Vliet, afgezoomd met metershoge rietkragen, kronkelt er in ontelbare bochtjes door het landschap. Het mooie weer, wel wat frisjes, was bondgenoot en gaf dit een schitterende tintje.
De Nielse kleiputten in het natuurgebied Walenhoek waren het volgende agendapunt. Door haar oude geschiedenis, die teruggaat tot 1150, heeft Niel een rijk verleden. Tot midden de jaren zeventig was Niel economisch zeer actief in de baksteen- en schoennijverheid. De teloorgang van de industriële activiteiten was het begin van het herstel van de natuur op de vele verlaten plekken en kleiputten. Het natuurgebied Walenhoek is hierdoor bijvoorbeeld ontstaan. Veel wandelaars en natuurliefhebbers bezoeken dit natuurgebied. Het is er zalig wandelen. Het is alsof je op het water loopt. De paadjes tussen de tot waterplassen verworden kleiputten zijn zeer nauw. Dat het een uitgelezen plek is voor hengelaars hoeft geen betoog. Erg mooie natuur, je kan je ogen de kost geven. Midden in de week weinig volk maar ik vermoed een massa volk in de zomer en weekends. Hier en daar verscholen in de zich herstellende natuur vind je nog de sporen van de vroegere industrie. Een half in het landschap verzonken spoorwegtunnel, de geroeste rails waarop de door paarden getrokken en met klei geladen kipwagonnetjese herinneren je aan het verleden. Her en der bakstenen schouwen, geen rook meer uitbrakend, zijn er de stille getuigen van het teloorgegane bakstenen verleden van de streek. De gemeente Niel heeft er een prachtige website voor ontworpen :

http://www.fotoniel.be/archief/history_niel/gemniel/pagina1.html

Op weg langs de oever van de Rupel naar de scheldedijk in Schelle kregen we compagnie van een vrolijke kerel. Hij kwam te voet uit Hoboken zijn 90 jarige moeder bezoeken in zijn geboortedorp. De Ronny sprak hem aan met de vraag waar het mooie prieeltje op dijk ergens stond. Onderweg naar dat prieeltje taterde hij honderduit. dat prieeltje was in vroeger jaren een lichthuisje, een baken voor de schippers die op de Schelde voeren en daar de stenen kwamen laden. Over de Koek, een duizendpotig familiebedrijf in de bouwnijverheid, gerund door 4 broers en allen ver in de 80, die als patriarchen hun bedrijf beheren overeenkomstig de archeologische sfeer waarin de ganse omgeving baadt. Verder wees hij de plaatsen aan waar de verdwenen steenbakkerijen hadden gestaan en benoemde hij ze stuk voor stuk. Het 'lijkske', de 'paraplu road, een straatje dat versierd werd met baldakijnen aan vensters en deuren'. Een ganse uitleg kregen we ook over een ijskelder waar de bierstekers hun ijsklompen gingen halen enz. Hij zweeg geen seconde. Een ons tegemoetrijdende fietser slingerde hem in 't passeren 'leugenaar' naar zijn kop. 'Zie maar dat ge niet van uwe velo valt' repliceerde hij gevat. 't Bleek een jeugdvriend te zijn !
Tijd voor een pintje op het gemeenteplein van Schelle. De Marc wilde trakteren voor zijn verjaardag. Met enkele kwaremontjes in café 'Ter Heide' kon hij dit geregeld krijgen. Lekker. De cafébaas bleek onlangs vader te zijn geworden. Zijn telg, 2 maanden oud en luisterend naar de naam Lucas lag rustig te slapen in zijn gedemonteerde voituur op een cafétafel. 't Was tijd voor zijn pap en als kersverse grootvader min of meer op de hoogte zijnde, kon ik een klapke beginnen met de Lucas zijn moeder. Die was ondertusssen opgedaagd om de kleine zijn hongersnood te lenigen. 'Das nief pap' zei ze toen ik haar de vraag stelde of ze die eerst niet wat moest opwarmen. 'Die moet ge nie meer opwarmen' . Ja jong, kouwe pap voor dat manneke, waar gaan we het schrijven ? Waarschijnlijk een vorm van beroepsmisvorming met het gedacht dat een pintje ook fris moet gedronken worden. Ik geloof nooit dat ik daar bij mijn Stafke moet mee afkomen. Maar goed, het waren vriendelijke mensen. 


Nog een klein stukje stappen en we zouden terug in Hemiksem aankomen. In de verte doemde de toren van de Sint Bernardus al op. Een Cisterciënzerabdij met een geschiedenis waar ik in een eerdere bijdrage al eens over bericht heb. maar ik wist niet dat er daar ook een legende was ontstaan.
In 1794 plunderde de Fransman kerken en kloosters in het gebied en uiteraard ook de abdij van Sint-Bernardus te Hemiksem. Op een stormachtige novemberavond werd door een afdeling Franse sansculotten op de poort van de abdij met geweerkolven gebonsd. De broeder portier bemerkte door het spionneke in de poort wat er aan de hand was. Al gauw verwittigde hij abt Hugo en de andere paters en broeders. Ze hadden weken tevoren reeds alle kostbaarheden in koffers gepakt want ze wisten wat de Franse soldaten elders reeds hadden aangericht en ook waarom. Haastig werden nog de cibories met de Heilige hosties in de koffer gestopt samen bij de sieraden en andere gouden en zilveren kelken. Ze slopen naar de boten die op de Vliet lagen. Met deze boten waren ze vertrouwd om er op de Schelde mee te vissen. Moeizaam laadden ze drie boten vol met de kostbare vracht. Vader Abt, twee paters en twaalf broeders, die zouden roeien, namen plaats in de heen en weer schuddende boot want het water van de Vliet kolkte onstuimig en werd opgezweept door felle windstoten. Doch eens in de stroom beland begon het onheil en sloeg het noodlot toe. De golven sloegen over de boten die uiteengedreven werden zodat de paters elkaar niet meer konden zien in de donkere nacht. Bij een plotse windstoot en een hoge golf gutste het water over het dolboord waardoor de boot vol water liep, omsloeg en verdween in de kolkende Scheldestroom. Een bootsman uit Rupelmonde, gelegen aan de overkant van de stroom, had alle moeite om zijn boten te verzekeren en vast te sjorren tegen het ziedende watergeweld. Daar ... ! Plotseling zag hij een hoofd boven 't water uitkomen ! Hij aarzelde niet en trok met een bootshaak het drijvende lichaam, dat zich aan een plank had vastgeklampt, naar zich toe op het droge. Het was de bewusteloze abt Hugo. De schipper riep daarop de Zwarte Veerman, zijn dienstknecht en samen droegen zij vader abt naar het bootshuis. Even later wanneer de abt even terug bij kennis kwam zuchtte hij: "De Fransen ... de koffer ... de heilige hosties ... waar ... ?" Na deze woorden gestameld te hebben liet hij de geest en stierf. De twee redders snapten onmiddelijk wat er gebeurd was. De knecht echter kon de gedachte maar niet uit zijn hoofd zetten dat al die rijkdom die in de Schelde lag verloren zou gaan ! Hij moest en zou de koffer terugvinden. Een paar dagen later besloot hij 's nachts, bij maanlicht en lage tij, op onderzoek uit te gaan. Dezelfde nacht verscheen in zijn droom de dode abt. Dreigend stak deze zijn vinger op en herhaalde steeds weer : "Wee de te hebzuchtige ! Wee !" Desondanks die nare droom bracht de knecht toch alles in gereedheid om zijn plan ten uitvoer te brengen. Met touwen en haken geladen in zijn sloep trok hij erop uit. En jawel, een twintigtal meter van de kant bemerkte hij wat hij zocht. Met al zijn macht bond hij de koffer met touwen aan zijn achterboot vast waarna hij met sleuren en trekken trachtte om de koffer binnenboord te halen. 't Lukte hem bijna. Toen hij meende de koffer geborgen te hebben schoof deze terug het sop in. Het bootje samen met de knecht, verstrikt in een touw, verdween naar de diepte. Zelfs nu nog horen schippers, en dit vooral bij ontij en stormweer, de akelige stem van de Zwarte Veerman boven het gebulder van het onweer uit : "Wee mij de hebzuchtige ! Verlos mij van mijn goud en van mijn geld ! Wee mij de Zwarte Veerman". Hij was voor eeuwig gedoemd om met ebbe en vloed op en af te drijven in de Schelde, gebonden aan zijn kist. Laatst hebben schippers hem nog horen huilen te Vlissingen. Maar 't is vooral tussen Hemiksem en Rupelmonde dat hij 't meest gehoord wordt. Ik zit vaak aan de Schelde en bij een volgend stormweer ga ik er eens opletten of ik die sukkelaar niet hier of daar kan horen.
Voilà zie, om een variante op het Koning Midasverhaal te horen moet je in Hemiksem zijn.
De wandeling zat er op. De Ronny en de Catsjoe hadden geen ongelijk met deze trip te promoten. Echt de moeite en bijkomend voordeel was dat het niet ver van huis was. Een uitgelezen dagje weeral. Ik kan in afwachting van de volgende ronde al eens beginnen nadenken over de volgende bestemming. We zijn goed bezig.



Created with flickr slideshow.

donderdag 19 januari 2017

Buitenland van Bornem, een origineel stekje.

Hoera, het wandeljaar Anno 2017 kan van start gaan ! Na een poosje inactiviteit moest de draad dringend terug opgenomen worden. Rust roest, ook aan de bottinnen. Om niet al te geweldig daar aan te beginnen koos ik voor een klein toertje dicht bij huis. Het Buitenland, ooit een volwaardige gemeente met een heus gemeentehuis en nu een gehucht van Bornem bleek na afloop een uiterst geschikte keus geweest te zijn. Rond halftien belden we aan bij den Hugo. Ik, de Catsjoe en de Ronny hadden al eerder op de kaai van Temse rendez-vous gegeven. Den Hugo was voorzien op onze komst en had al een fleske champagne koel gezet om het nieuwe stapjaar in te zegenen. Mijn pelgrimsvriendin Fabienne had me bij haar bezoek een Bretoens gebakje kado gedaan om met de stapmaten te delen. Daarvoor was het nu de gelegenheid. Lekker, een soort amandelcake was het en met die champagne bleek dat een perfecte combinatie op te leveren. Een champagne-ontbijt en al zeg ik het zelf : Dit kan een stijlvolle start genoemd worden.
Droge vriekou, praktisch geen wind en een strakblauwe hemel zorgden voor de omkadering. Op advies van den Hugo kozen we de Schelde over te steken via de oude scheldebrug. We staan er soms niet bij stil maar de eerste Scheldebrug in Temse werd ontworpen door de Franse ingenieur Gustave Eiffel. Dezelfde kerel die de bouw van de beroemde Eiffeltoren van Parijs in zijn palmares liet optekenen. Deze 343 meter lange brug werd ingehuldigd op 30 november 1870. Ze maakte destijds deel uit van de spoorlijn over de Schelde van Mechelen naar Terneuzen. Naast de spoorwegverbinding was de brug ook een tolbrug met een doorgang voor beesten en voetgangers. In 1872 werd 15 centiemen gevraagd voor een paard of een koe, 10 centiemen voor een ezel, 5 centiemen voor een persoon en 3 centiemen voor een geit of twee eenden. De brug werd later ook gebruikt door smalle paardenkarren en ook door hondenkarren. Van Gaia was er toen nog geen sprake. De brug leed ernstige schade tijdens de Eerste Wereldoorlog maar werd hersteld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de brug in 1940 door Franse en Belgische genietroepen om tactische redenen opgeblazen. Tot 1955 werd er weer een veerpont ingericht. Aan de huidige "oude" brug werden de werken begonnen op 2 juni 1949. De brug werd in 1955 opgeleverd en is 365 meter lang. Ze was daarmee tot 2008 de langste brug over water van België. Karel Pepermans, één van de arbeiders die meehielp aan de bouw van de brug, viel in 1952 in het water waarbij hij zijn nek brak en omkwam. Wie zou zich dit nu nog kunnen herinneren ? Den Hugo op zijn beurt gaf ons dan weer tekst en uitleg aangaande de toegepaste mekaniek voor het ophalen van de brug. Eens de brug voorbij naar links en we zaten volop in Buitenland. 


                                                   Vlaamse Velden - Celien

Vroeger was het Buitenland één groot moerasgebied en in de loop der eeuwen werden er dijken aangelegd om land te winnen. De naam "Buitenland" (ook "Buytenland" of "Buijten landt") verwijst vermoedelijk naar land dat buiten de dijken was ingewonnen op de moerassen. In 1552 brak de Scheldedijk er door. Hierdoor werd een kolkgat of wiel geslagen : het Kragewiel. Men kreeg de dijkbreuk niet gestopt. Daarom droeg men het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van de Krocht uit de Onze-Lieve-Vrouw- en Sint-Leodegariuskerk van Bornem naar het water. Onmiddellijk zou de doorbraak gestopt zijn. Tot 1845 was het gebied bijna onbewoond. Een volkstelling van 1796 vermeldt dat er op dat moment 8 gezinnen woonden, samen bestaande uit 28 personen. Drie jaar later werden er nog slechts 11 bewoners geteld. Het blijft tot op heden nog steeds een biologisch waardevol gebied. 



Afwisselend laveerden we langs sfeervolle gebouwtjes en met ijsplassen bedekte polderwegeltjes die zich kronkelend tussen kreken en weiland slingerden. Een prachtig wandelgebied waarin het koude vriesweer de struiken en grasbeemden omfloerste met een subtiel laagje rijp. Een prachtig decor waarin af en toe de prachtige Scheldestroom kwam piepen. Aan een picknicktafeltje bij het Kragewiel werd er een borreltje bovengehaald. Kwestie van de lichaamstemperatuur op peil te houden. Voor de Catsjoe kon een cervela deze karwei even goed klaren. Op 1 2 3 was die binnengespeeld. De Ronny zijn nakende Compostelareis kwam tijdens de wandeling veelvuldig aan bod. Gezonde stress, dat beweerde hij te hebben. Een beetje onwennig met de onzekerheden, het onbekende ... zowel voor mij als voor den Hugo herkenbare symptomen voorafgaand aan een Camino. Half februari ga ik en den Hugo mee naar Mechelen om naar zijn pelgrimszegening te gaan kijken. 
Voorwaarts richting Hingene nu maar nog steeds op Buitenlands territorium.  Onder impuls van een zekere familie Merckx, eertijds een succesvol mandenvlechtersgeslacht, werden in de loop der jaren een aantal belangwekkende bouwwerken opgericht in Buitenland. Enkele daarvan zijn intussen terug verdwenen, maar het geheel maakt dat Buitenland vermeld wordt op de inventaris van het bouwkundig erfgoed. Onder meer de Sint Jacobtoren, het Reuzenhuis en de Gildenkamer. Niet alleen pittoreske gebouwen maar ook oergezellige kroegjes teren er nu op de vergane glorie. In 'de Blauwe Koe' konden we onze bokes binnenspelen bij een smakelijke Straffe Hendrik' en in 'de Sint Vadde' konden we even gaan snuiven van de volkssfeer. Een typisch mooie volkskroeg met houten lambrizeringen, koperwerk en verweerde verf op muren en ramen. Een kolenstoof midden in de caféruimte die met oeroude Vlaamse tegeltjes werd geplavuisd, karakterkoppen aan de toog met bierbuiken gezeten op overjaarse barkrukken, schrilgekleurde reclameborden aan de muren wedijveren met elkaar in nostalgie... Hewel zo'n kroeg heeft een ziel. Nog enkele uurtjes vielen er te wandelen waarna we besloten om het toertje ietsje in te korten omdat den Hugo 's avonds nog uit moest gaan eten. Via een stukje rijksweg ter hoogte van Bornem zijn we dan verder naar de nieuwe scheldebrug geteend van waarop je een prachtig uitzicht hebt op de scheldekaai van Temse. 't Was nog licht maar bij duisternis leveren de talrijke lichtjes op de kade en in de cafés en restaurants een mooi idyllisch plaatje op. Nog een paar koffietjes in den Hugo zijn stamcafé op de kaai in Temse en de dag kon afgerond worden. Een prachtige dag weeral. De volgende keer gaat de Ronny een toerke in Hemiksem uitwerken. Daar in de contreien zijn er ook mooie wandelpaadjes te versieren ! Tot de volgende dan maar. De kop is er af.




Created with flickr slideshow.

zaterdag 14 januari 2017

Enkele stadswandelingetjes met m'n Bretoens pelgrimsmaatje

In 2012 toen ik op de Camino Frances stapte heb ik Fabienne ontmoet in Roncevalles in Spanje. Roncesvalles, de eerste stop in Spanje nadat je vanuit Frankrijk de Pyreneën bent overgestoken. 
Fabienne een freelance journaliste voor 'Les Voyageurs du Monde' levert voor de Franse pelgrimswereld boeiende bijdragen aan dit blad en haar blog 'Les Pèlèrins de Compostelle', ook zichtbaar op Facebook, is een ware bron aan kennis voor kandidaat pelgrims. We zijn met mekaar contact blijven houden en in 2015 heb ik haar opnieuw ontmoet in Santiago vooraleer ik van daaruit naar Finisterre en Muxia stapte. Zij moest nog enkele etappes vanuit Ourense stappen nadat ze eerder in het jaar vanwege een valpartij haar Via de la Plata moest stopzetten. Hartelijk weerzien natuurlijk en iets voor Nieuwjaar nu kreeg ik een mailtje van haar dat ze 'Le Grand Nord' kwam verkennen. Erg spiritueel geëngageerd wilde ze enkele kathedralen bezoeken gelegen in het Noorden waarvan de projectie van elke ster uit het sterrenbeeld Maagd op de kaart van Europa naar een kathedraal verwijst. Vanuit Bretagne reisde ze kort na Nieuwjaar naar Chartres waar ze de kathedraal bezocht. Een mooi bouwwerk maar ik herinner me van deze kathedraal nog dat toen ik er onderweg naar Santiago mijn stempel ging halen en dat ik die niet kreeg van een chagrijnige non. Dit omdat ik enkele minuten te laat was en maar wat vroeger had moeten komen. Ik zou 's anderendaags maar eens terug moeten komen om 10 uur. Ja salut, mijne stempel ben ik dan maar in een kroeg gaan halen. Verdomme, die kwezel maakte me toen zo kwaad dat ze, wanneer het mij betrof, haar stempel daar mocht zetten waar de zon niet scheen.






Fabienne reisde vervolgens door naar Hengelo waar ze met een vriendin Haarlem en Amsterdam bezocht. Vrijdagavond kwam ze dan vanuit Amsterdam naar Antwerpen gespoord. Hartelijk weerzien na meer dan een jaar. Het leek net alsof het van gisteren geleden was dat we elkaar weerzagen. 's Avonds nog wat bijgeklapt en voor zaterdag stond sporen met de trein naar Dinant op het reisschema. 


Daar zouden we Christophe en Marie-Claire uit Luxemburg aantreffen. Eveneens een pelgrimskoppel dat ik samen met Fabienne heb ontmoet in Roncesvalles. Tot in Pamplona zijn we samengebleven op de Camino. Ook hier weer een hartelijk weerzien. En ook hier weer net of we elkaar nog maar onlangs ontmoet hadden. Ook zij zijn verwoede stappers. Christophe heeft nog niet zo lang geleden de Californian West Coast Trail gelopen. Een slordige 2000 km langs de westkust van de VS. Na een lekker dineetje in het 'Maison de Leffe' aangeboden door Christophe zijn we de OLV kerk van Dinant gaan bezoeken gevolgd door een stadswandelingetje. De wegen en straten waren spekglad door de ijsregen. Het verwonderde me dat ze er met de wagen vanuit Luxemburg doorgekomen waren. In een toeristenwinkeltje werd Dinantse koek aangeschaft om bij een pintje te degusteren. Niet te vreten zulke koeken. Je kan evengoed je tanden in een baksteen zetten. Ook nu weer oeverloos bijpraten, verwondering en blijdschap om de verre vriendschap opnieuw wat in te kleuren. Een onverbreekbare band tussen ex-pelgrims werd nog eens hersmeed. Onze vriendin Fabienne is dan 's avonds met hen meegereisd naar Luxemburg waar ze zondag Luxemburgstad zou gaan bezoeken. Maandag zou ze terug naar Antwerpen komen. De logies bij Christophe en Marie-Claire waren haar geweldig goed bevallen. Maandag, bij haar terugkeer, werd het dus een bezoekje aan mijn koekestad. Alhoewel onze vriendin redelijk bereisd is en was, had ze zich onze steden heel anders voorgesteld. Fransmannen hebben, en dat is alom gekend, toch wel kleine chauvinistische trekjes. Ze was enigszins verrast dat er zich ten noorden van hun Douce France er nog grootsteden bevinden. Dinsdag Brussel en weer enigszins die verbijstering. Het Koninklijk Paleis, de Grote Markt, de Warande, de St.Michiel en St. Goedelekathedraal waar onze koningen huwden, de Munt, het Stadhuis, de Kunstberg, het justitiepaleis van 'de skieve architect Poelaert', de vlooienmarkt .... Brussel in een notedoppeke. Ik zou Manneke en Jeanneke Pis nog bijna vergeten hebben. Aan de Hallepoort staat er een menhir opgesteld. Deze en een bijhorende marmeren gedenkplaaat trok haar aandacht want deze was geschonken door de Galicische Xunta als eerbetoon aan de anonieme pelgrim. Een beetje toeval (als het al bestaat) kaderend in ons pelgrimstreffen is nooit ver weg : Aan het monument kregen we het bezoek van een voorbijganger. Een katholieke Syriër zichzelf voorstellend als Buthros (Petrus) had zelf ook een pelgrimsverleden en had ooit van Oms naar Damascus gepelgrimeerd. Hij had geen flauw benul wat die menhir voorstelde en toch werd hij erdoor aangetrokken. Bijna dagelijks liep hij er een ommetje langs maar hij wist in de verste verte niet waarom. Na onze uitleg was hij erg verbaasd en geëmotioneerd bedankte hij ons voor de uitleg. Onze 'explicatie' had hem, het droevige verhaal in zijn thuisland indachtig, blijkbaar een beetje opgemonterd.
Woensdag stond Maastricht op het programma. De OLV Ten Hemelopneming was een kathedraal die ook in het rijtje paste van het sterrenbeeld. Daar is ze alleen naar toegereisd. Ons Stafke eiste mijn aanwezigheid als babysitter op. 's Avonds rond 8 uur ben ik haar dan gaan oppikken in St. Niklaas en donderdag gingen we Gent bezoeken. St. Baafs, het oudste snoepwinkeltje, de vismijn, het Gravensteen, de dulle Griet waaruit er ooit maar 2 kanonballen zijn afgevuurd, het patershol, het belfort, de St. Jacob van Gent enzovoort. Een volgende keer wanneer ze nog eens naar hier afzakt zal het in de zomerperiode zijn vertrouwde ze me toe. De koude was ze helemaal niet gewoon en alhoewel ze 2 jassen en 4 truien over elkaar had aangetrokken bibberde ze nog bijna uit haar vel.
Tot slot nog een bezoekje aan de parochiekerk hier in Haasdonk, ook een St. Jacob de Meerderekerk, mocht niet in haar reisschema ontbreken. Groot was haar verbazing dat er aan haar teerbeminde apostel nog andere wonderbaarlijke gaven werden toegedicht. Een opschriftje onderaan zijn standbeeld vooraan in de kerk vroeg om vertaling. Dat St. Jacob ook de patroonheilige is van de apothekers en de krijgers was haar onbekend. Ook het feit dat er bij hem soelaas kan gevraagd worden als je geplaagd wordt door reuma en artritis behoorde niet tot haar parate kennis. Dat je bij hem bovendien nog mocht aankloppen om een goede oogst van gewassen af te smeken, wel dat zou ze hem evenmin aangegeven hebben. Het gezegde 'We reizen om te leren' blijkt nog maar eens te kloppen.  
En zo werd het weeral vrijdag. Tijd om afscheid te nemen en voor haar om haar 'Tour du Grand Nord' nog eventjes, maar dan zonder de Jan, voort te zetten. Opnieuw koos ze richting Amsterdam waar ze nog een dag wou doorbrengen met haar vriendin uit Hengelo en om het Van Gogh museum te bezoeken . Aan het stationneke van Beveren scheidden onze wegen zich opnieuw. Helaas, niets is eeuwigdurend. Vanuit Amsterdam zou ze vervolgens nog even naar Lille afzakken om daar nog een andere kennis op te zoeken om samen de kathedraal of basiliek van St. Omer te gaan bezoeken. Het werd dus voor haar een serieuze onderneming met veel gereis heen en weer. Ik veronderstel dat ze nu wel weer in Bretagne zit. Een dankwoordje voor gastheer en -vrouw voor de goede zorgen liep ondertussen al binnen wat voor ons het genoegen vervolledigde. Afscheid nemen is altijd een beetje sterven zegt men of om het met de woorden van Edmond Haraucourt zo mooi te omschrijven ...

Partir, c'est mourir un peu,
C'est mourir à ce qu'on aime
On laisse un peu de soi-même
En toute heure et dans tout lieu.